“Zonder poëzie zou mijn leven zoveel armer zijn.”

Hedwig Du Jardin (Kapellen, 1950), ooit lerares, kreupele danseres en onlangs als dichter geboren. Vol overtuiging in de vrouwenrol, gaf ze een leven lang voorrang aan drie kinderen, een duizendtal welzijnswerkers-in-opleiding, honderden dansers, mensen in acute moeilijkheden en tenslotte aan haar bejaarde ouders. En ze heeft nergens spijt van.
Ondertussen timmerde ze aan de weg naar zichzelf, eerst al dansend, dan onbeweeglijk stil, nam uiteindelijk haar gedichten serieus en beleeft nu de mooiste tijd van haar leven. Haar debuutbundel Licht en traag en diep verscheen in 2020 bij uitgeverij P.
Alja Spaan sprak met haar.

 

foto Claudine Derijcke

 

Je bundel, stelt recensent Maurice Broere in Meander, wekt absoluut niet de indruk je eersteling te zijn. Kun je iets vertellen over de totstandkoming?
Ik schreef al jong gedichten, maar had verder geen ambitie. Gedurende mijn loopbaan had ik als alleenstaande ouder een druk leven en aan poëzie deed ik jaarlijks, gedurende een workshop van één week in de zomervakantie. Dat schiet niet op natuurlijk.
Nadat in 2014 beide ouders overleden waren, schreef ik me in aan de schrijfopleiding van de Academie hier in de buurt. Als afstudeerproject bundelde ik in 2017, voor het eerst 20 gedichten, waarin een aantal herwerkingen van ouder materiaal.
Sindsdien ging ik er dagelijks een uur of vier mee aan de slag. Enkele jaren later had ik een vijftigtal gedichten bij elkaar, vooral nieuwe. Een bevriend dichter overtuigde en moedigde me aan om ze te selecteren en af te werken voor publicatie.

Broere noemt ‘de angst tot publiceren, het perfectionisme van de dichter’ – speelde dat mee?
Nee, niet direct. Zie hierboven.

Ook gaat hij in op het ontbreken van hoofdletters en eindrijm. Het houdt de lezer bij de les, meent hij. Is dat zo bewust gedaan?
Tijdens het maken schaaf en verander ik veel in de volgorde van de verzen en dan is het gemakkelijker om niet steeds te moeten schuiven met hoofdletters en punten.

‘Op poëzie staat duidelijk geen leeftijd’ zegt recensent Dirk De Geest op MappaLibri. Ben je het daarmee eens?
Jazeker. Persoonlijk kon ik er niet vroeger ‘echt’ mee beginnen, nu pas heb ik er de tijd voor. En ik geniet ervan. Eindelijk kan ik daar zoveel tijd en aandacht aan besteden als ik wil.

Als hij stelt dat je gedichten ‘wars zijn van grootsprakerige retoriek’, de woordkeuze ‘ingetogen’ is, is dat dan niet de som van het leven, ervaring?
Jawel. Maar jonge mensen hebben dan weer andere troeven.

Is het mogelijk over iets te schrijven zonder het persoonlijk te hebben ervaren, denk je?
Ja. Ik ga zelf wel meestal uit van persoonlijke ervaringen, maar vaak gecombineerd met ervaringen van anderen en puttend uit mijn fantasie. De ‘ik’ in mijn gedichten betreft zelden alleen maar mezelf. Andere dichters kunnen, denk ik, best genoeg hebben aan hun fantasie en aan filosofische inzichten, spelen met taal e.d. Alhoewel… de aanzet van een gedicht vraagt toch dat je persoonlijk geraakt bent.

 

dans

bij de gratie van zorgvuldige gebaren
danst zij haar lichaam
het is licht en traag en diep
ze borrelt er zomaar uit op

haar lichaam draagt haar door de kamer
zoals de zon verglijdt langs de muren,
danst haar, aangemaand
door de klok die tikt in haar borst
in hetzelfde heen en weer als de oceanen
waarvan ze het water in zich draagt

haar lichaam drinkt muziek,
speelt vierhandig met haar schaduw
er groeit een glimlach op haar mond

uit het debuut Licht en traag en diep

Heb je poëzie nodig om het leven te leven? Gebruikte je poëzie ook in je werk (het trainen o.a. van mensen in het omgaan met pijn en spanning)?
Sinds ik op rust ben, maakt poëzie dat ik nu de gelukkigste tijd van mijn leven beleef. Zonder poëzie zou mijn leven zoveel armer zijn. Persoonlijk is het voor mij een vorm van bezinning en verdieping.

 

onderdak

je lijkt wel een huis
met alle kamers buiten
muren van mist
deuren van schaduw

hoe bloot je daar ligt
hoe dakloos in je dunne kleren
onder kromgebogen takken
op wat dorre blaren

het leger van een ree
als bed nog liever
dan bodemloos onder dak

je schuilt hier voorgoed
in een ondiepe kuil
niemand die je vindt

uit het debuut Licht en traag en diep

De Geest spreekt over ‘gelouterde uitspraken die een waarheid achterhalen’. Was je je bewust van de kracht van je woorden en dat wat ze voor een lezer zouden betekenen?
Ik probeerde alleen maar goede gedichten te maken. Wel heb ik gedurende 10 jaar intensief Zen en Mindfulness beoefend. Dat zal er wel ingeslopen zijn.
Recensent Dirk De Geest leverde in Mappa Libri uitgebreid positieve commentaar op mijn debuut. Ik was erg vereerd dat deze autoriteit op vlak van poëzie en literatuurwetenschap duidelijk veel aandacht en tijd had besteed aan het grondig lezen van mijn bundel. Een inspanning die niet alle recensenten zich getroosten.

Denk je aan de lezer als je schrijft?
Welke lezer? Smaken verschillen, je kan nooit voor iedereen goed doen. Ik probeer in een gedicht wel ‘helder’ te communiceren in de hoop dat het herkenbaar is, dat de lezer ‘er iets aan heeft’.

De Geest noemt ook het ‘blijvend geloof in de solidariteit tussen mensen, over de generaties heen’. Ben je optimistisch?
Tja, als ik zie hoe tergend langzaam de klimaatcrisis wordt aangepakt kan ik niet optimistisch zijn. Toch wil ik de moed niet verliezen.

Mijn kinderen, en nu ook kleinkinderen zijn het geluk van mijn leven. En als kind kende ik zelf het geluk van warme ouders en grootouders. Zelfs nu nog koester ik hun herinnering op wat ik mijn ‘voorouderaltaar’ noem: in een hoek van de kamer verzamelde ik als het ware hun ‘relieken’: hun portretten, de sax van Opa, de missaals en paternosters van Oma, de trouwfoto van mijn ouders…
Natuurlijk is het alleenstaand ouderschap in de weg gekomen van de poëzie, maar ik prijs me gelukkig dat ik alsnog de schade aan het inhalen ben. Toen ik jonger was konden dans en muziek tegemoet komen aan een vergelijkbare behoefte, ook fysiek. Nu ik niet meer kan dansen neemt poëzie het over.

Wat doet tijd met je? Hoe ervaar je het ouder worden?
Als bron van inspiratie. Voor mijn tweede bundel maak ik daarover een cyclus.

Kun je je nog je eerste gedicht herinneren?
Ja, onlangs heb ik nog een vers gerecycleerd uit een gedicht van toen ik, naar schatting, 15 was.

Dichten je zonen ook?
Nee, maar ze zijn wel allen zeer kunstzinnig en creatief.

Wat houd je momenteel vooral bezig?
Sinds het meest recente IPCC-rapport, dat vernietigend de verhitting van de aarde beschrijft, houdt vooral de klimaatcrisis me bezig. Mijn volgende gedichten zullen vertrekken vanuit de exploratie van hoe het zo ver is kunnen komen. Hoe we verder springen dan onze stok, hoe we het slachtoffer worden van ons eigen succes, hoe gewetenloos de mens kan zijn, hoe kortzichtig ook. Voor mij is dat HET hot item van vandaag. Niet gemakkelijk: het is een hele kunst om daar gedichten over te schrijven zonder pamfletair te worden. Toch wil ik het proberen omdat ik denk dat het hoogdringend nodig is dat het klimaatthema stilaan voor iedereen prioritair wordt. Daaraan hoop ik op mijn bescheiden manier bij te dragen.

 

zand in de ogen

geluk is een wortel,
de mens, vlees en zwak
hongert naar

zoethouders, een leeuw
met suikertanden, rijp voor het circus

hij verzamelt, stapelt, propt vol
de mens is een hamster
gruwt van delen, vermenigvuldigt,

in de mensenzee vindt hij zijn jongen
niet terug, ze drijven naar een kantelpunt

zand in de ogen, het schuurt
hij vlucht het circus in

de mens,
steltloper op elfenbenen


zand in de ogen verschijnt 12 september in een uitgave ‘zingedichten’ van WOORDENTIJ, een initiatief van Daniël Biliët en Tom Veys, en ook in de 2e bundel van Hedwig

 

Geplaatst in Interviews.