Frits Criens – Vreemde onthullingen

Het gewicht van light verse

door Jeanine Hoedemakers




De illustratie op de omslag is een foto van het schilderij De Wijze en de Nar, Jacob Jordaens, 1593 -1678.

Frits Criens (30 april, 1949) is dichter van light verse, toneelschrijver en prozaïst. Ook schrijft Criens in het Limburgs dialect. Hij heeft diverse publicaties op zijn naam en is/was docent Nederlands.

De opmaak en vormgeving is gedaan door dichter en kunstschilder, Inge Boulonois. Zij is tevens redacteur bij het platvorm voor light verse: Het vrije vers. De bundel bevat 60 gedichten en oogt verzorgd en uitnodigend. De nummering van de pagina’s begint met 9, bij de eerste foto en eindigt bij 77, de laatste foto. Een subtiele keuze van de vormgeefster. De foto’s met daarin de ollekebollekes, zijn onderverdeeld in 5 verschillende afdelingen. Achterin de bundel vind je de inhoudsopgave. Op de achterflap staat o.a. te lezen: ’Vreemde onthullingen is de ultieme ontmoeting tussen picturale kunst en light verse’.

Vrijwel iedereen zal nog het oude kinderversje ‘olleke bolleke / rubisolleke / olleke bolleke / knol’, kennen. Soms wordt er in plaats van ‘rubisolleke’ ook wel ‘remisolleke’ gezegd en er zijn nog wat varianten. Je speelde het als kind, door het versje opzeggend, je vuist op de vuist van een ander kind te leggen. Bij ‘knol’ viel dan het torentje, dat je samen van vuisten bouwde, om. Het was een leuk spelletje. Menigeen doet het misschien nog wel eens met bijvoorbeeld de kleinkinderen. Het ollekebolleke dankt zijn naam aan dit kinderversje. De versvorm werd in 1974 bedacht door Drs. P, met enige hulp van Ivo de Wijs en Pieter Nieuwint, en valt onder de categorie plezierdichten, een omschrijving van light verse die ook door Drs. P werd bedacht.

Nu is het met elke versvorm zo, dat er regels aan zijn verbonden. Criens schrijft speciaal om die reden een bericht aan de lezer als voorwoord waarin hij de vereisten uiteenzet; voor het maken maar ook voor het lezen van een ollekebolleke. Het is bijzonder nuttige informatie.

‘Een ollekebolleke vraagt van maker én lezer enig maatgevoel voor de driekwartsmaat van de wals. In het voorbeeld hieronder is dat visueel gemaakt. Alle HOEM’s krijgen nadruk, de hoofdklemtoon. De twee volgende lettergrepen na de HOEM, de pa pa’s, hebben een zwakkere klemtoon.’

HOEM pa pa HOEM pa pa
HOEM pa pa HOEM pa pa
HOEM pa pa HOEM pa pa
HOEM pa pa HOEM

HOEM pa pa HOEM pa pa
HOEM pa pa HOEM pa pa
HOEM pa pa HOEM pa pa
HOEM pa pa HOEM

Er zijn dichters, die, nadat ze een gedicht schreven, de tekst hardop voorlezen om te luisteren, of het gedicht ‘goed loopt.’ Bij een vaste vorm als het ollekebolleke is ‘goed lopen’ onvoldoende. Al klinkt het woord ollekebolleke een beetje alsof het een versje betreft, dat je snel even schrijft, in de praktijk ligt dat toch echt anders. De meeste liefhebbers van light verse, zullen op de hoogte zijn van vereisten als rijmschema, klemtonen, die precies op de juiste plek dienen te vallen, het aantal strofen, enzovoort. Zelfs met deze wetenschap is niet gezegd, dat je dan meteen een goed ollekebolleke kunt schrijven. Het is opletten, nalezen, een regel iets bijstellen, een ander woord kiezen om geen rijm te hoeven forceren of om aan het gevraagde metrum te voldoen.

Eenzelfde voorbeeld uit het voorwoord maar dan als volgt:

KLEI ne ver HEL de ring
LEES deze TOE lich ting
MERK dat het WAAR is wat
HIER wordt be WEERD

DIT is niet LAS tig of
ON o ver KO me lijk
AN ders had IK het be SLIST
Niet ge LEERD

Uit de afdeling ‘VREEMDE ONTHULLINGEN’:

(klik op de afbeelding om deze te vergroten. red.)

De gewonde engel, Hugo Simberg, 1903


Als het nog niet duidelijk was waarom Criens zijn versjes pictobollekes noemt, dan is het dat na deze eerste foto. Gezien de combinatie van tekst met beeld, is het een voor de hand liggende keuze voor een woordkunstenaar als Criens. Allereerst kijk je automatisch naar de foto met daarin de twee opvallende, witte tekstwolken. Het is meteen duidelijk wie er wát zegt. Dat het ‘olleke-pictobolleke’ in dit schilderij overtuigend op zijn plek staat, valt nauwelijks te ontkennen. De strekking is leuk gevonden. ‘Dood en begraven / Maar nu weer terug’, ‘Goudenmedailletroef’ en dan dat einde: ‘Op onderdeel brug.’ Amusant en origineel en volgens de regels – zo ik ze las – perfect in orde en hoe langer je naar de afbeelding kijkt, des te leuker dit pictobolleke wordt. Let bijvoorbeeld op de gezichtsuitdrukking van de tweede drager.

Uit afdeling ‘VERLEIDING & LIEFDE’:

Karel V met Johanna van der Gheynst en hun dochter Margaretha, Théodore Joseph Canneel, 1844

Wederom een vernuftig staaltje plezierdichten. Als je de tekst wegdenkt en enkel naar het schilderij kijkt, wat zou je deze twee mensen dan hebben laten zeggen? Voor mij is het eenmaal beïnvloed door Criens zijn zienswijze, niet meer zo eenvoudig om er een andere draai aan te geven. Het staat er zo het er staat en als lezer kan ik me goed in deze gevatte dialoog vinden. Ik vraag me automatisch af hoe deze geschiedenis af zal lopen.

Uit de afdeling ‘LEVEN VAN JEZUS’:

Wenende Madonna van Sevilla, anoniem

Tussen al die fraaie foto’s een foto uitzoeken om er iets over te zeggen, is erg lastig. Over elke foto is wel iets te zeggen. Ik koos voor de Wenende Madonna omdat ik het een braaf ollekebolleke vind en braaf is, na al het ondeugende wat ik al tegenkwam, een plezierig pleisterplaatsje om even te vertoeven. Bovendien: het rijm is oké, de pointe is oké en kijkend naar het gezicht van de Madonna kan ik het ontstaan van dit pictobolleke best begrijpen. Voor het beschrijven van diep leed is een ollekebolleke nu eenmaal niet bedoeld.

Uit de afdeling ‘MYTHOLOGIE’:

Cupido en Psyche, Hugh Douglas Hamilton, 1792 – 1793

Tja, kijkend naar de foto, kan ik niet anders, dan het eens zijn met de dame. De foto zou zomaar gecensureerd kunnen worden op een andere plaats maar in Vreemde onthullingen gaat dat niet gebeuren. Een woord als tweede regel in de tweede strofe: ‘DESkundoLOgenblik’. Of het enjambement in de eerste regel is veroorloofd, dien ik in het voorwoord na te kijken maar ik leun hier gemakshalve op de kennis van de dichter.

Als je nog niet zo heel erg vertrouwd bent met het schrijven of lezen van een ollekbolleke, dan heb je, na het lezen van Vreemde onthullingen, in feite een cursus gevolgd. Zelfs de meer ingewijde dichter zal het zo kunnen ervaren. Het bericht aan de lezer met daarin alle ins en outs, de talrijke voorbeelden en onderwerpen die Criens aanpakt, de dichter neemt je nog net niet bij de hand maar dat hij docent Nederlands is, lijkt me bewezen.

Vreemde onthullingen is een gezellige reis langs prachtige klassieke schilderijen van oude meesters, met daarin de, soms op het randje, ondeugende en speelse dialogen en gesprekjes. Er staat één pictobolleke in de bundel dat je zelfs kunt ruiken. Of je daar blij mee moet zijn, is weer een ander verhaal. Het is niet onmogelijk, dat je, wanneer je in een museum bent, anders naar de schilderijen van oude meesters kijkt. Je gaat misschien opmerkzamer naar de taferelen kijken en fantaseren: Wat denkt die man? Hoe voelt dat meisje zich? Wat zouden ze bespreken? Criens speelt onbekommerd met dit gegeven. Soms tilt hij het schilderij 2021 in, soms is het jaartal totaal onbelangrijk omdat bepaalde deugden en ondeugden van alle tijden zijn. Al vroeg ik me af en toe af, of de vrouwen destijds zo mondig waren. Een enkele keer heb ik mezelf `Nou, nou,` horen mompelen. Dat er ergens op een wolkje een oude meester zit te schuddebuiken, lijkt me niet onmogelijk. Echter, de kans op een gekrenkte blik, is ook aanwezig.

Toen ik bij de groenteboer om AARDappels en WORteltjes vroeg, werd het me duidelijk, dat het lezen van al die de ollekebollekes behoorlijk impact op me had. Het is daarom, dat ik thuis de bundel maar eens heb gewogen, nieuwsgierig als ik werd naar het ‘andere’ gewicht van light verse. Vreemde onthullingen weegt 160 gram.
____
Frits Criens (2021). Vreemde onthullingen. Brave New Books, 82 blz. € 15,95. ISBN 9789464355345

Geplaatst in Recensies.