Rob de Vos-prijs 2021

De winnaar van de Rob de Vos-prijs 2021 is Nicolas Van Herck

Met zijn gedicht Het park wint Nicolas Van Herck de Rob de Vos-prijs 2021.
De 7-koppige jury gaf zijn gedicht de hoogste score en bekroont het met de eerste prijs.
Hij ontvangt de Rob de Vos-trofee en honderd euro.


In de afgelopen maanden ontvingen we 245 gedichten. Tien deelnemers werden genomineerd, hieruit koos de jury drie winnaars en zeven eervolle vermeldingen. De tweede prijs is een boekenbon van € 50,- en de derde prijs een boekenbon van € 25,-. De gedichten met een eervolle vermelding krijgen een publicatie op Meander en we leren de dichters kennen. Alle deelnemers aan de wedstrijd ontvangen eind november een algemeen juryrapport. Het ingestuurde gedicht mocht vrij geïnspireerd zijn op dit thema:


Twee miniaturen uit de serie ‘buiten de lijntjes’ (2020) van kunstenaar Inge Bak.
(Klik op de afbeelding om deze te vergroten)

De vakkundige jury bestond uit poëzierecensenten en dichters:

  • Peter Vermaat (recensent)
  • Hettie Marzak (recensent)
  • Inge Bak (dichter, schrijver, kunstenaar)
  • Herbert Mouwen (schrijver, recensent, dichter)
  • Hans Franse (schrijver, dichter, recensent)
  • Inge Boulonois (dichter, recensent, kunstenaar)

De eerste prijs


(Foto Patrick Verbeeck)

Nicolas Van Herck (1986) is een Antwerpse dichter, schrijver en socioloog. Hij is co-auteur en eindredacteur van het boek Armoede in België. Bij zijn geboorte lag de kraamafdeling van het ziekenhuis zo vol dat Nicolas zijn bedje als enige werd verplaatst naar de ziekenhuisbibliotheek. De liefde voor literatuur leek voorbestemd. In de afgelopen jaren stond hij twee keer in de Top 100 van De Gedichtenwedstrijd. Werk van hem werd gepubliceerd in Kluger Hans, Deus Ex Machina en Het Gezeefde Gedicht. Momenteel werkt hij voor de kunstencampus Sint Lucas Antwerpen waar hij verantwoordelijk is voor de communicatie.

Het park

Ik weet nog hoe het gras
rimpels op mijn benen achterliet
tot ze er uitzagen zoals de jouwe

hoe het winter werd
en ik te oud voor mijn leeftijd leek
omdat mijn lippen wondjes vellen als het vriest

of hoe je me tegen mijn ouderdom wilde beschermen
door zorgzaam de kreuken uit mijn jas te strijken
en hoe per plooi die uit mijn mouw verdween,
er één verscheen op jouw handen.

Jurycommentaar
(Herbert Mouwen)

Het gedicht ‘Het park’ is een treffend voorbeeld van poëtische eenvoud, waarin het eeuwige thema van de poëzie aan de orde wordt gesteld: het verlopen van de tijd en de vergankelijkheid en het niet kunnen stoppen van dat proces. Formeel bestaat dit gedicht uit drie strofen, inhoudelijk bevat het vier herinneringen van de ik-figuur die telkens met het woord ‘hoe’ worden inzet, wat het gedicht ook een eigen ritme geeft. In het gedicht wordt het verlopen van de tijd, het ouder worden, vergeleken met een je-figuur, die ook niet aan de tijd kan ontkomen. Er is sprake van een tegengestelde ontwikkeling in vergelijking met die van de ik-figuur: ‘hoe per plooi die uit mijn mouw verdween, er één verscheen op jouw handen’. Mooi is de lijn ‘rimpels’- ‘kreuken’- ‘plooi’. Het gedicht bevat een minimum aan poëtische middelen, ‘omdat mijn lippen wondjes vellen als het vriest’ is een opvallende, winterse zin en de titel is op meerdere wijzen uit te leggen. Kortom, een verrassend gedicht over zorgzaamheid en liefde.

________________________________________

De tweede prijs


Hein Walter (1962) woont in Almere. Hij is beeldend kunstenaar en organiseert en leidt kunstprojecten. Binnen die projecten schrijft hij regelmatig poëzie. Niet alleen bij kunstwerken, maar ook bij kindertekeningen en portretten van mensen. Daarnaast is hij ook nog zorgkunstenaar. Hij schrijft gedichten bij tekeningen van mensen die lijden aan dementie. Zijn atelier is natuurlijk gevestigd in de Poëziestraat!

De dood is een haas

De dood is een haas
in het weiland, slaap
die niet komt, een stap
uit het raam, hakend
achter een nagel,
ei in je borst
dat verder klopt.

De dood is dicht,
groen licht, zwartwit,
woorden tekort, teveel,
zout in de wond,
tegenwind, nergens
een spiegel, overal stilte,
de dood is niemand.

Kom je? Schieten we samen
door de dauw, geen jager
zal ons zien, we ontdekken
de aarde, het zompige gras,
de lege ogen van de zomer.
Kom je? De dag gaat al onder,
ik kan niet langer wachten.

Ja, ik kom – straks, eerst
nog even huilen om alles.

Jurycommentaar
(Hettie Marzak)

Op eenvoudige wijze wordt in dit gedicht het raadsel van de dood benoemd, dat voor mensen onbegrijpelijk blijft. De angst die dat besef teweegbrengt, wordt treffend uitgedrukt door de mooie metaforen in de eerste en tweede strofe, bijvoorbeeld: ‘slaap die niet komt’ met een dubbele betekenis: de eeuwige slaap tegenover de slaap die we niet kunnen vatten als we liggen te piekeren. ‘Denkend aan de dood kan ik niet slapen, / en niet slapend denk ik aan de dood.’ (J.C.Bloem).  In de derde strofe prevaleert het leven, nog even, een carpe diem wordt gevierd voordat het donker wordt. In het distichon op het einde van het gedicht kunnen we ons met tegenzin neerleggen bij de dood, maar niet voordat we getreurd hebben om de onvermijdelijkheid daarvan, uitgedrukt in ‘om alles.’ De dichter werkt met contrasterende klanken zoals een lange a en een lange o, die als vanzelf een ritme doen ontstaan. Alliteratie en assonantie worden afgewisseld, de enjambementen zijn functioneel en de goed gekozen beeldspraak is intrigerend en dubbel, zoals ‘de lege ogen van de zomer.’ Het gedicht lijkt eenvoudig, maar het is een kunst om het zo te schrijven dat de diepere lagen en betekenissen pas later onthuld worden bij herlezen en nadenken. Dat is wat een goed gedicht moet doen en dat is wat deze dichter heeft weten te bereiken.

___________________________________

De derde prijs


(Fotograaf P. Lievens)

De derde prijs gaat postuum naar Frank Van Den Houte (1960-2021).

Hij zond zijn gedicht afgelopen augustus in en is in diezelfde maand plotseling overleden. Wij hoorden dit bericht van zijn kinderen toen we de felicitatie verstuurde met hierin zijn nominatie. Een zeer trieste samenloop van omstandigheden. Frank had talent voor het schrijven van poëzie, hij won meerdere prijzen en in 2019 werd zijn gedicht ook genomineerd voor de Rob de Vos-prijs. Wij hebben Frank Van Den Houte leren kennen als een integer en vriendelijk mens. Met toestemming van zijn kinderen plaatsen we nu zijn laatste gedicht.

De berg

het was de nacht waarop we vóór het hazengrauw
geneurie uit de wolken hoorden waaien
en we besloten om op twijfelbenen
of hoe dan ook de hoogte tegemoet te gaan

we waren vrouw en man en kind en bovenal
waren we bang voor dat zachtzinnig zingen
dat ons met zijn gelorelei verleidde
in onze glimlach klappertandde onze mond

eens we de piek benaderden, werd alles stil
het leek of we voor niets waren gekomen
en toen we dan een hand voor ogen zagen,
de ruige berg verwensten wegens nachtlawaai

haalde hij oude schouders op en keek ons aan:
ik heb u niet gevraagd naar hier te komen
als leven op de aarde is verdwenen
blijf ik een berg die staat en zingt wanneer hij wil

Jurycommentaar
(Inge Boulonois)

‘De Berg’ van Frank Van Den Houte trof mij door de gelaagde inhoud in combinatie met de klinkende uitvoering. De dichter komt van Inge Baks dromerige kunstwerk met de haas schijnbaar moeiteloos uit bij een van de grote literaire thema’s: de reizende, zoekende mens. Een vrouw en haar gezin laten zich door ‘geneurie uit de wolken’ verleiden een berg te beklimmen. Wel met ‘twijfelbenen’ en angst: ‘glimlach klappertandde onze mond’. De berg zingt ‘zachtzinnig’, m.a.w. ingehouden, nog niet op volle sterkte. De associatie met de Lorelei roept naast gevoelens van onzekerheid gevaar op. Bovengekomen heerst stilte. Door duisternis is er amper iets te zien. De berg haalt ‘oude schouders op’ en geeft te kennen dat hij een berg blijft ‘die staat en zingt wanneer hij wil’. Generaliter symboliseert het beklimmen van een berg de levensweg van de mens. In christelijke optiek verbeeldt het de zoektocht naar God. Een hoge berg vormt een openbaringsplaats – denk bv. aan Mozes’ tien geboden. Ook wolken en wind worden trouwens dikwijls beschouwd als zinnebeeld van Gods aanwezigheid. De gepersonifieerde berg in Van Den Houte’s gedicht sluit bij het laatste aan. Het is de plaats die iets blootlegt. En tegelijk verhult: het gezin ziet immers slechts een hand voor ogen. Naast deze stapsgewijze, knap uitgewerkte symbolische gelaagdheid vallen het volgehouden jambische metrum en de fraai klinkende regels met alliteraties, consonanties en acconsonanties op. Hierdoor lijkt het gedicht zich van het papier los te zingen.

Geplaatst in Recensies, Rob de Vos-prijs.