Aaron Mirck – Dit Algoritme Deugt Niet

Oops! That page can’t be found

door Peter Vermaat




Aaron Mirck is journalist, PR-specialist en naar eigen zeggen ’s lands eerste tech-dichter. Een interessante paradox: de generatie die opgroeit met low code platforms, grafische user interfaces en films die grotendeels uit CGI bestaan, zul je waarschijnlijk tevergeefs vragen naar een vt220-toetsenbord en de betekenis van make|love of signal 15 (om nog maar te zwijgen over run opc$crash). De millennials een tech-generatie noemen is zoiets als de automobielindustrie bevolken met mensen die alle merken, modellen en uitvoeringen op hun duimpje kennen, maar op de vraag wat er toch zo bromt onder de motorkap het antwoord schuldig moeten blijven.

Mirck zit in zijn debuutbundel Dit Algoritme Deugt Niet midden in deze ambiguïteit: waar de dichter van de lezer verwacht dat hij de drie gratiën Alexa, Google en Siri wil beschouwen als protagonisten in een gedicht, aarzelt dezelfde dichter niet om te strooien met eigennamen uit een heel ander tijdperk, zoals Cruijff en Litmanen of om de inhoudsopgaven van de twee delen van de bundel, ‘Zoekresultaten’ en ‘Bres’, die elk uit veertien gedichten bestaan, te presenteren als sonnetten.

Waarin Mirck vermoedelijk wel één van de eersten is, is het integraal beschikbaar maken van de bundel via internet, waarbij je gedicht na gedicht kunt lezen inclusief de toelichting, bijvoorbeeld de passage ‘Het is een race naar de bottom / een race naar de top’ (‘Ik weet wat je hier doet’, p. 9), waar hij toelichting geeft: ‘En dat is een pun; bottom (onder) en top (boven) zijn begrippen bij mannenliefde’. Zonder twijfel een staaltje van diepzinnige hermeneutiek.

Mirck had overigens wat meer aandacht mogen besteden aan correctie van de teksten: in de tekst is een keur aan spel- en stijlfouten blijven staan, met als kenmerkende uitglijder ‘hele goede content’: bestaat er ook ‘halve goede content’?
De online toelichtingen zijn bovendien wat arbitrair. Bij ‘Alexa, wat doe je aan’ (p. 13) wordt bij de regel ‘Dat er altijd iets overblijft’ als (vrij overbodige) toelichting gegeven: ‘Er blijft altijd iets over als mensen uit elkaar gaan. Wat doe je daarmee?’, terwijl bij ‘(…) Comporta / Chloë (…)’, enkele regels lager in hetzelfde gedicht, een welkome toelichting achterwege blijft. Dan maar zelf opzoeken: de zoektekst blijkt te worden gevonden op een site over Portugal’s beste geheime strandplek, in een bijdrage over Comporta door Chloe Mallett. Wel zo netjes om te verantwoorden uit welke bron je gedronken hebt, lijkt me.

Genoeg over de ‘tech’, liever meer over de dichter. Er komt poëzie voor in deze bundel, weliswaar mondjesmaat, maar toch. De vraag is echter of Mirck dat zelf doorheeft. Bij de passage ‘Zo kneden we elke tred tot een trend’ (‘Willoos algoritme’, p. 24) vernielt hij in de online versie namelijk de taalvondst tred-trend met de toelichting ‘Door de data te analyseren van de vossen en konijnen of hoe een virus zich verspreidt, gaat de Londense politie nog effectiever plunderaars bestrijden. Met andere woorden: wij mensen zijn voorspelbaar’. Juist zonder die toelichting is de ontwikkeling van ‘tred’ tot ‘trend’ voor de meeste lezers begrijpelijk of toch minstens invoelbaar, waarbij de verhouding tussen deze twee woorden, die slechts één ‘n’ verschillen, de poëzie in de tekst levert.

Hoe het dan gaat? Nou, zo gaat het:

12 / Bedank me later

Klik me weg, zeiden ze. Je slaapt te veel
je bent te veel film. Laat je benen
toch niet zien. Maar: je kan
je niet beheersen. Je bent behoeften

Je eet een donut. Je bent
in alle afleveringen in een keer
Je kan het niet helpen, deze serie
is een schuilplaats voor jezelf
Het is te comfortabel

Wees niet rond. Wees niet lui, zeiden ze
Drink koffie. Doe meer stoere dingen
maar dan sneller. Wees geen dutjes
Klik me weg, zeiden ze. Je kan niet
maar wilt wel ver weg
van deze Apple in het paradijs

Wees een sixpack. Word een coach
Word een coach van coaches
Ga naar de maan. Word een paard
Word een miljoenenbedrijf
Wees een zelfgemaakte gek
Bedank me later

Klik me weg, zeiden ze
maar hoe kan je anders?
Voor altijd verder kijken
is te comfortabel

[p. 23]

Het online commentaar op dit gedicht verwijst je naar een reclamefimpje op Youtube, waarin een leverancier van zitbanken op zoek is naar de persoon die het ultieme ‘ontspannen op de bank’-gevoel kan laten zien. Helaas zijn de vijf of zes tekstgedeelten, die Mirck uit dit filmpje heeft opgepikt, niet verantwoord. Wie het filmpje overslaat, ontmoet leentjebuur ook niet.
Het commentaar bij ‘van deze Apple in het paradijs’ luidt: ‘Volgens de Bijbel gaf Eva een appel aan Adam in het paradijs en nu zitten we met de gebakken peren’. De appel van Eva is niet afkomstig uit de Bijbel, maar uit de kunsttraditie. In de Bijbel staat het Hebreeuwse פירות (oftewel gl’sb’, uitgesproken als ‘glosbe’) of het Griekse καρπός (oftewel karpós), wat allebei niet meer betekent dan ‘vrucht’. Mogelijk is op schilderijen van de zondeval de appel gebruikt om te verwijzen naar het Latijnse ‘malus’ (dat ook ‘slecht’ betekent) of als allusie op de gouden appels van de Hesperiden, die degenen die ervan at onsterfelijk maakten en die naderhand, toen Paris ze moest toekennen aan de in zijn ogen mooiste godin, tot twistappels werden. Wie intertekstueel wil doen via een linkje, moet er wel voor zorgen dat dat linkje klopt.

In het tweede deel van de bundel, ‘Bres’, volgt het grootste deel van de gedichten de ‘wij’-doedel, die je in de hedendaagse poëzie vaker tegenkomt dan je lief is. Dit spreken in onbepaald half-collectief, waar de ‘ik’ zich doorlopend verschuilt achter een geanonimiseerd meervoud, is blijkbaar bedoeld om de even onbepaalde beweringen kracht bij te zetten, als waren ze doorleefd door een menigte:

8 < De wereld werd aan ons beloofd

Wij zouden geboren worden
Spaans leren, gelukkig zijn en
ons binnenkort beroemd bloggen
tot beroep in de kaartenbak

Wij zouden hard werken om hard te
spelen om te delen om te
vergeten dat we lenig en hard
maar niet leven in dit hamster-rad

Wij zouden op afspraakjes gaan
met een lichaam dat je wil drinken
strak en sterk en niet aangelengd

Wij zouden naar ons huis gaan
onze kastdeuren openen en delen
hoe schoon wij hier leven

[p. 38]

Wanneer we besluiten om ons niet te storen aan de lelijke anglicismen, is er met ‘(…) binnenkort beroemd bloggen / tot beroep in de kaartenbak’ zowaar nog wat poëzie te genieten, niet alleen vanwege de prettige herhaling van de b-klank, maar tevens door de suggestie dat het iemands droom kan zijn om het beroep ‘blogger’ uiteindelijk als categorie in gebruik te krijgen in de bak met werkzoekenden van het UWV. Zo beroemd dat je er werkloos van kunt worden, een tegelijkertijd prachtige en pijnlijke associatie.

Qua taalgebruik is er in dit gedicht, evenmin als in de overige gedichten in de bundel, weinig te vinden dat intrigeert. Er staat vrijwel altijd wat er staat en het wit tussen de regels is ook niet meer dan dat. Nergens wordt iets onzegbaars geëvoceerd, nergens biedt de taal de sleutel voor het raadsel van het bestaan. Het gaat te ver om van een debutant te eisen dat hij een meteoriet construeert om die vervolgens een krater met ontologische proporties in de wereld van alledag te laten slaan, maar enige notie van wat achter de schijn der dingen zou kunnen liggen is gewenst. Deze bundel biedt een aantal aardigheidjes, een glimlach voor de lokkers met clickbait, heel misschien een hypje voor de hypers, maar dat is het wel.

Ten slotte nog dit. Op de achterzijde wordt deze bundel gepresenteerd als een dystopie. Dat lijkt me wat te veel eer. Daarvoor blijft Mirck te veel op afstand en te veel aan de oppervlakte. Mogelijk is dat ook een consequentie van het gebruikte concept, waardoor de lezer niet kopje onder gaat in een gruwelijke onvermijdelijkheid, maar veeleer vanaf de zijlijn krijgt toegeroepen wat ome Aaron ervan denkt. En wellicht is dat aspect ook het enige dat wérkelijk te maken heeft met de generatie millennials, namelijk dat je, wanneer je in hun referentiekader de diepte probeert op de zoeken en van hyperlink naar hyperlink gestuurd wordt, uiteindelijk terechtkomt op de melding: ‘Oops! That page can’t be found.’
____

Aaron Mirck (2021). Dit Algoritme Deugt Niet. Uitgeverij VMM Media, 49 blz. € 20,95. ISBN 9789082108378

Geplaatst in Recensies.