O suver maeght van Israel….

door Hans Franse

 

Vandaag 6 december. Sinterklaas vaart terug naar zijn graf in de crypte van de basiliek in Bari, waar ik ooit een bloem op zijn graf legde om hem te bedanken voor al die cadeaus en die prachtige avonden. We zitten ook al midden in de Advent, de voorbereidingstijd voor Kerstmis.
Vanochtend kwam Francis van Broekhuizen op Radio 4 nog even vertellen dat Sinterklaas zo een ‘leuke heilige’ was: na zijn geboorte weigerde hij al de borst op vrijdag, hij vastte. Ik werd een klein beetje boos toen men voor de zoveelste keer The Saint Nicolascantata van Benjamin Britten draaide, terwijl ik toevallig de dag ervoor had gemaild om te wijzen op een CD waarin oude Middelnederlandse liederen over de goede bisschop stonden onder ander een op muziek van Hubert Waelrand waarin over het weigeren van de ‘mem’ werd gesproken. Schaamt men zich voor onze teksten of wordt de waan van de dag gevolgd? Of is het onwetendheid?
Ik zie tegen de komende Kersttijdmuziek op. Ik voel me weliswaar een internationaal mens, had een buitenlandse schoolpopleiding, reisde en werkte veel in het buitenland en schrijf dit vanaf mijn Italiaanse berg, maar ben toch een Nederlander opgegroeid in zijn taal, waarvan ik hou, de rijkdom erken en elke dag verbaasd ben over de grote rijkdom aan liederen die we hebben o.a. rondom Kerstmis.
Vroeger zongen we die veel. Als brave katholieke jongen zong ik in een koor. Als we in de Nachtmis, gedurende de tweede mis (het waren er ’s nachts drie) het ‘kindje wiegden’, zoals dat heette, waren het bijna uitsluitend Nederlandse liederen, waarin we het kindje: ‘Nu syt wellecome’ toezongen en ons ‘ haastten’ naar zijn stal, in de kou, terwijl ‘ al zijn ledekens beefden’ nadat ‘Maria naer Bethlehem was gegaen , kerstavond voor de noene’.  We ‘maecten hem een schouw’ en ‘kookten een pappeke’. We zongen tenslotte ‘Transeamus’ van Hubert Cuypers, als een soort klapstuk met een jubelend ‘Gloria in excelsis Deo’ als slot van onze lof voor het nieuwgeboren kind. Het waren tijden waarin we weinig hadden, alleen de sfeer van de Kerststal, het feit dat hij voor ons geboren was en dat we met elkaar feest vierden, wat aten en zongen.

Wat is er aan de hand? Nederlandse artiesten maken een nieuw Kerstalbum over Santa Claus, met zijn ‘red nosed  reindeer’ , coming to town. Het kind, dreaming of a white Christmas zag ‘mother kissing Santa Claus’, die van de Noordpool komt met een stel dwergen (ik schrijf opzettelijk niet kleine mensen). De champagne knalt, de zangeressen in glitterjurken gaan voorop in het bejubelen van een kerstsfeer die eigenlijk vreemd is voor ons. Wie weet nog dat het gaat om het feest van het licht, gekoppeld aan de geboorte van een verlosser? Ik ben mijn geloof kwijt, maar vind Kerstmis wel erg hedonistisch geworden.
Wie zingt nog over:

O eeuwige wijsheit, daer menich jaer
die oude vaders openbaar
om riepen met penitencien swaer
ghij sijt ons nu gegeven.

Wie kan nog genieten van dat prachtige lied: ‘O suver maecht van Israel’, waarin sprongsgewijs de annunciatie en de geboorte worden beschreven?

‘O suver maecht van Israel
wilt seer verbliden u
om den schonen bootschap
die ic u brenghe nu
Benedicta tu in mulieribus
valasus,valasus…’

Gelukkig heeft Herman van Veen samen met Ton Koopman een kerst-cd gemaakt waarop hij op zijn karakteristieke manier de schoonheid  van onze kerslyriek laat horen. Ook dit lied in het arrangement van Ton Koopman is schitterend.

Maar zingen wij ze nog zelf of is de Engelse (lees: Amerikaanse) ziekte in ons feest geslopen? Waar het mij om gaat, is dat ik duidelijk wil maken dat we ons niet hoeven te schamen, noch voor de Nederlandse teksten noch voor de muziek. Zijn ze minder dan de Santa Clausteksten? Is het ezeltje niet reëler dan een reindeer?  Onze liederen kunnen zeker de vergelijking aan met de vaak prachtige en dichterlijke Engelse carols. Toen ik nog koordirigent was hier in Umbria heb ik met mijn koor het ‘Nu syt wellecome’ ingestudeerd in het Nederlands. Aanvankelijk protesteerde het koor een beetje, maar later genoot men er toch van. Ik had er een soort prelude bij geschreven voor een solofluit die mijn vriend Andrea Ceccomori speelde. Ik had tranen in mijn ogen toen het koor op ons kerstconcert dit oude lied zong en genoot van het daverende applaus van een afgeladen kerk. Dat we daarna met zijn allen galmden bij het Transeamus en het Gloria door de kerk jubelde was meegenomen: Hubert Cuypers zou ervan hebben genoten al zou zijn koor wat ‘verzorgder’ hebben gezongen.
Ik kwam op het onderwerp van deze column toen ik vanochtend naar ‘De klassieken’ luisterde en Ab Nieuwdorp ‘Transeamus’ liet horen zoals Herman van Veen het zong met een kinderkoor. Twee herinneringen liepen door elkaar heen: een Nederlandse uit mijn jeugd en een vrij recente hier in Umbria. Ik ben trots op mijn taal en de lange literatuurgeschiedenis.

Ik voel me een beetje als die ‘oude dwaze in het schrijven verliefde’ waarover Slauerhoff schreef.
De teksten zijn zeker niet minder dan de teksten van Engelse carols, hoe schitterend die ook soms zijn of de Franse teksten.

afbeeldingen afkomstig uit de eerste jaargangen van Openbaar Kunstbezit

Geplaatst in Column.