Interview Jantine de Jong

 

‘Poëzie is voor mij een in- en uitademen’

door Alja Spaan

 

Jantine de Jong werd in 1951 geboren in Amsterdam en groeide daar op tot 1972. Zij voelde zich thuis in die diversiteit aan mensen. Daarna maakte zij een ‘pelgrimage’ via Catalonië,  Israël, West-Duitsland, waar ze de val van de muur meemaakte, weer terug naar Nederland. Ook beroepsmatig is het profiel nogal afwisselend: avondmavo, HBO, Universiteit. Daarna redactie-documentalist, verpleegkundige, pastor en predikant in de PKN.  Het werken in de kerk was haar op het lijf geschreven. Na haar emeritaat is zij een nieuw leven begonnen met behoud van het oude. Nu was er tijd om ervaringen te bundelen.

 

Gefeliciteerd met je bundel Oergroen, die zo prachtig besproken is door Hettie Marzak. Zij legt uit waar de titel vandaan komt: het is je vertaling van het begrip ‘Viriditas’, dat door Hildegard von Bingen gebruikt werd om de groeikracht aan te duiden, ‘die al het leven schept en doet gedijen’. Is die groeikracht essentieel voor jouw werk en leven? En komt die vanuit jezelf of is dat je religieuze overtuiging?
Het is beide. Ik heb een moment beleefd, jaren geleden,  dat ik plotseling wist dat God, het Goede en in dat verlengde Jezus Christus, er is en het beste met mij wil. Mij groeikracht en liefde wil geven. Dat is van toen af aan met mij meegegaan. Ik heb dat successievelijk ook ervaren. Liep er een weg dood, kwam er een andere opening. Werd ik onheus bejegend of werd mij schade aangedaan, wat echt wel is gebeurd, op een of andere manier kwam er iets goeds uit of werd ik gerehabiliteerd. Niet meteen maar met de jaren. Daar groei je door in vertrouwen in God en mensen. Dat is voor mij essentieel.  Maar de groeikracht waar Hildegard van Bingen het over heeft, overstijgt het persoonlijke beleven. Uiteindelijk leidt het door vertrouwen en liefde naar eenheid. Eenheid met de schepping, en dat is eenheid met de mensen, de natuur, de aarde enz.

Je omvangrijke bundel is het resultaat van al je ervaringen die je nu met ons wilt delen. Was poëzie een voor de hand liggend middel?
In mijn jonge jaren werd ik geïnspireerd door de dichteres Maria de Groot. Ik vond in haar poëzie dezelfde ervaringswereld als de mijne. Ik ben toen ook gaan schrijven. Ik bleek dat ‘te kunnen’. De sonnetten in de bundel getuigen daarvan denk ik. Dat is zo doorgegaan, alleen de vorm veranderde. Poëzie is voor mij een in- en uitademen. Een meditatie. In Hymnes waardeer ik het ritme, de muziek van de zinnen.  Ik heb niet veel met proza, hetzij het een kort verhaal is.

Je beschikt over een enorme historische kennis. Zit alles wat je weet soms niet in de weg van het gevoel?
Ik zou zeggen: integendeel. Die historische kennis helpt me dieper te zien. Ik heb een uitstekende docent kerkgeschiedenis gehad in de studie. Hij ging ver over de grenzen van de kerk heen. Vanaf de prehistorie naar nu. Hij liet mij de wortels ontdekken vanuit de vroegste mensheidsgeschiedenis en hij opende mij de ogen voor de historische sporen die in het landschap zijn achtergelaten. Vlakbij mijn huis in Apeldoorn zijn oude grafheuvels uit de ijzertijd. Ik zie dat en denk dan: wat heeft die mensen toen bewogen? Wat beweegt ons?
Is er ondanks die verschrikkelijke afstand in tijd toch een overeenkomst in het mens-zijn? Zo verbind ik me met de tijden en dat brengt me bij mijn gevoel.  In mijn bundel heb ik veel aandacht besteed aan de historische achtergrond van de gedichten in 43 pagina’s aan het einde.

Is het zo dat nu je ouder wordt, je meer terugkomt tot de essentie?
Ja, dat is zo. Dat zie je ook in mijn bundel. Het eerste deel bevat literaire gedichten (die feed back kreeg ik eens), maar gaandeweg liet ik de vorm los. Wat ik nog wil zeggen, daar ging het om. Ik had misschien de bundel beter de ondertitel mee kunnen geven: ‘Gedichten en Overpeinzingen’. Dan was het geheel beter begrepen denk ik. Het is een testament van: dit heb ik ervaren en dit heb ik lief.

De gedichten zijn in tal van vormen weergegeven. Ze lopen over (aldus Marzak) van enthousiasme en liefde, voor God, Jezus en je medemensen. ‘Alsof de woorden rechtstreeks van haar hart via haar hand op het papier terecht zijn gekomen.’
Is er nooit sprake geweest van een besef dat de wereld, de mens niet altijd even mooi is?
Het onrecht in de wereld (en daar bedoel ik mee dood, honger, oorlog, lijden, bedrog, egoïsme, misbruik enz. enz.) is hemeltergend. We hebben een heel dun laagje beschaving en de mens kan de grootste vijand zijn van de mens. Ik heb een gedicht geschreven: ‘Mijn land’.
Dat was een klaagzang waarin ik mijn gal spuide over tal van mistoestanden in Nederland. Toen zei mijn uitgever: nu heb je zo’n mooie bundel geschreven en ineens komt dit. Het is zo’n stijlbreuk. Toen heb ik een ander gedicht geschreven: ‘Mijn land anno domini 2022’
Ook met kritische noten maar in de vorm van een droom. Ik greep terug op oude raadselrijmpjes uit volksliedjes. Zo werd voor mijn gevoel mijn land nuchter en compleet bekeken.

Mijn land anno domini 2022

Ik droomde over een fabriek
waar woorden werden gemaakt.
Een team van specialisten boog zich
over ieder woord dat was zoek-geraakt.
Zij herstelden ieder woord dat niet bestond
door de moderne tijd.
Creatief werd nieuw Nederlands gemaakt,
door toegewijde denkarbeid.
Touchscreen wordt streelpaneel.

Teder- Tongval-Speels- Keel- Juweel- Joechij- Joechée.

Ik droomde dat de armoede verdween,
en ‘eerlijk zullen we delen’ werd ingevoerd.
De ministers bogen diep
en zeiden: nu zijn wij echt ontroerd.
Want dit is in de wereld nog nooit gelukt,
wat wij hebben tot stand gebracht,
dat is een groots product!
Zoals het oude lied ons zingt,
wij zijn als mens gelijk.
“En ze kochten een pond met z’n vieren”
Zo is een-ieder rijk.

Schiet- Spoel- Schere – Bekken – Spoelsa.

Ik droomde dat wij allemaal
het Surinaams ‘Wi Tata’ leerden.
En zo genazen we als volk
dat de geschiedenis wil eren.
Een bontgekleurde piet staat in het midden
als de wijze allesweter,
die Sinterklaas adviseert,
Piet weet het immers beter.
Zo staan we hand in hand met humor,
ons land is nu bevrijd.

Falderie-Faldera- Rijkste mens-Faldera – De vrijheid tegemoet-Ha ha ha.

Ik droomde dat de minister-president
een radio toespraak hield.
Hij zei:
“Kinderen van Nederland: wat echt belangrijk is,
is lezen, schrijven, muziek, kunst en cultuur
dansen en giechelen.
Dan weerkaatst in jou geluk,
meer dan de glazen wanden spiegelen.
Daarmee verover je ieder mens,
en spring je over iedere grens”.

Oze wieze woze, -wieze walla-kristalla- kind bemint- geluk-kan niet stuk.

Marzak moet bij sommige gedichten uit je bundel denken aan werken uit de naïeve schilderkunst. Hoe vrij en onbevangen voel je je als je schrijft? Hoe blijft dan toch het ‘verheven karakter’ van de hymne in stand?
Prachtig hoe de recensent mijn bundel heeft gepeild. Bewonderenswaardig. De vergelijking met naïeve schilderkunst komt misschien door het feit dat de vorm steeds eenvoudiger werd.
Het is inderdaad zoals de recensent zegt: recht vanuit het hart door de hand op het papier.
En dat vanuit het hart, dat kan een raadselrijmpje zijn maar ook een onderwerp waar ik bewondering voor koester. En die bewondering uit zich in de vorm van een verhevenheid.
Ik til dan op, verhef, wat ik bewonder in woorden.

De kracht van het woord is bijbels. Ben je daarmee opgevoed? Wat vormde de basis van je leven en je overtuigingen?
Ja en nee. Ik heb me een hele tijd ook afgekeerd van geloven. Maar zoals ik schreef: door een worsteling ben ik toch geworteld geraakt. Maar van daaruit kun je ook de ruimte kiezen. Zoals Hildegard van Bingen het zegt: ‘Du führst meinen Geist ins Weite, wehest Weisheit ins Leben und mit der Weisheit die Freude’“

Als biblioloog lees je op een creatieve manier de bijbel in een groep. Op je website staat dat ‘de gedrukte tekst wordt gezien als het zwarte vuur van de letters. Het witte vuur is de ruimte ertussen. Zonder elkaar kan het niet bestaan. Het witte vuur komt tot branden in het groepsgesprek.’ Is deze vorm van communicatie altijd toepasbaar?
Dat denk ik wel. Vooral in de poëzie is er veel wit vuur; veel dat staat tussen de regels.
Het is een creatief proces daarachter te komen. Daarom is poëzie ook zo mooi.
Maar als je naar een talkshow kijkt dan zie je dat goede journalisten doorvragen naar het witte vuur. Wat zeggen die ambtelijke- of diplomatieke antwoorden echt?  En als ze dat niet doen dan blijft de kijker onbevredigd.

De oprechtheid en de hoop die uit je werk spreekt, het rotsvast vertrouwen, is een begerenswaardige staat van zijn. Het woord ‘pelgrim’ roept bij mij het zinloos ronddolen op, je nergens thuis voelen. Heb je goede raad?
Voor mij is pelgrim zijn toch ook op weg gaan naar een doel. De pelgrim heeft een innerlijk thuis; je hart,  een eenvoudig verlangen. Dat heeft ieder mens denk ik. Daar hoort leegte ook bij, gevoelens van onbehagen. Daar wil je een eind aan maken. Je wilt iets anders, vervulling. Zo ga je op weg naar een plek waar je bevestiging of inspiratie hoopt te ontvangen om zo weer rijker naar huis terug te keren. Dat innerlijke thuis is dan gevonden of gegroeid.

 

Syrië – Ma’loula

De zee schittert in vrolijk blauw
de appelbloesems zijn ragfijn roze
de aarde ademt onder dauw
haar kleuren als een warme vrouw
lichtbeige, donkergeel, oranje,
roestbruin, diepbruin met paarse gloed,
olijfplantages en vijgenbomen
geven het land haar overvloed.
Steeds weer die bloeiende appelboompjes
die zingen tot de hoge bergen
en de Ansariya beminnen
in een tedere omhelzing,
zichtbare verzen van het Hooglied.
En daar bij de uitloper van Qallamoun
wacht de bruid in de rotsspleet,
wacht ze, en bergt hen die dorsten.
Ze opent zich en neemt allen op,
Ma’loula, de poort met het reine water is zij,
tot de besneeuwde Hermontoppen.
Daar zingt zij haar lied van de oorsprong,
daar in de taal van haar Heer,
daar hoor ik Zijn Aramese bede.

Onze Vader, hier is uw bruid,
wijn en broodkruimels,
zusterlijke stede.

Ma’loula.


( Ma’aloula is en bergdorpje in Syrië, waar men nog steeds de taal spreekt die Jezus ook sprak. Er zijn twee vrouwenkloosters. Het dorp ligt in een bergkloof en is de poort naar een gebergte of anderzijds de vlakte naar de Hermon.)
De molen “het Lam” in Woudsend

Gravenderwijze gaan de wieken
slag om slag doorluchte grond
mystieke molen, ramen in ’t rond,
dynamische kwinkslag van diepte naar pieken.

Ritme van suizen en striemend bewegen
zoevenderwijze een dans in de wind,
wijsheid van liefde blaast in op het kind
in mij, in diepte al zwijgend gelegen.

Afstemming binnen en buiten is voelbaar,
raderwerk van ingenieus mechaniek,
raast en gehoorzaamt de wentelwiek.

Met mij is de molenaar,
beneden wordt er graan geplet
en boven in leven omgezet.
Vensters van Chartres

Spattende hemelvonken
uiteenspattend hemelkruid
rozen in de nacht
die zich in het rond ontvouwen
vertellen honderd uit.
Draaiende cirkels van kosmische
heilsgeladenheid
spruiten in menselijkheid uit-
rozen van “God met de mensen”
gloeiend glas van heelheid.

 

Geplaatst in Interviews.