Wat Maakt Een Gedicht Goed? (66)

door Cora de Vos

 

Open, misschien is dat wel een kenmerk van een ‘goed’ gedicht. Toegankelijk, wat niet hetzelfde is als gemakkelijk. De lezer mag even zoeken naar de ingang, maar die ingang zit niet op slot. Het gedicht biedt de lezer de kans zelf in te vullen, betekenis te geven, door te dringen tot de kern.
Nog een kenmerk: karig met woorden. Geen verhullende bombast of wapperende franje, wel graag een schurend rafelrandje.
Een ‘goed’ gedicht mag op het eerste gezicht kaal zijn als een schriel boompje. Er zijn geen kwinkelerende vogels, geurende bloesems, geen overrijpe vruchten. Er staat, kortom, geen woord te veel. Als je goed kijkt, blijkt het boompje meer takken en blaadjes te hebben dan je dacht. Onder de bast vermoed je jaarringen, gelaagdheid. Misschien schram je je pijnlijk aan de takken, omdat het gedicht woede, ergernis of angst oproept. Allemaal ‘goed’.
Misschien geniet je van de ontdekking van steeds meer knoppen, waar je de komst van groene blaadjes vermoedt. In het beste geval maakt het bestaan van dit boompje je zelfs tijdelijk gelukkig. Dan kom je dicht bij Gerrit Komrij, met zijn ‘Poëzie is geluk’.
Mogelijk is ook dat een kenmerk van een ‘goed’ gedicht, de ervaring van een tijdelijk geluksmoment. Een moment dat je steeds opnieuw kunt oproepen door het gedicht te herlezen of misschien wel uit je hoofd te leren. Het hoeft niet eens het hele gedicht te zijn. Soms is een enkele regel al voldoende, de regel die het hardst binnenkomt, je het meest raakt en net als de boomtak, langs je huid schuurt.

 

Cora de Vos is schrijver, journalist en dichter en maakt sinds kort interviews voor Meander.

Foto (c) Cora de Vos

Geplaatst in Column.