LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Vergeten dichters (I)

5 sep, 2023

Zijn deze dichters vergeten? Kent u ze nog? Ligt er misschien eentje op het nachtkastje en blijft zij favoriet? Of helpen wij u op de naam te komen van dat glansrijke gedicht dat u ooit uit het hoofd kon? Is dit een aanleiding de boekenkast om te keren of op uw knieën op zolder in die dozen te kijken? Hoe dan ook, veel leesplezier!

 

Een vlam

Iederen dag wordt de wereld kleiner,
kleiner het eiland waar wij ons bevinden,
kleiner het aantal van de beminden,
iederen dag.
Dieper wordt iederen dag de klove,
dieper de afkeer, de trieste gedachte
hoe weinig van menschen valt te verwachten.
De een na den ander vermindert, wordt dof.
Ik denk aan mijzelf, ik wil weten of
het verval mij al iets van de kracht ontnam
waarmee ik mij voornam dat ik een vlam
zou blijven, iederen dag.

© Anthonie Donker
uit de bundel De Einder, Van Loghum Slaterus, Deventer, 1947
opgenomen in de bloemlezing Dichters van deze tijd, P.N. van Kampen en Zn., A’dam, 22e druk 1974


Onder het pseudoniem Anthonie Donker publiceerde Nicolaas Anthonie (Nico) Donkersloot (Rotterdam, 8 september 1902 – Amsterdam, 26 december 1965) zijn literaire werk. Hij was hoogleraar Nederlands, letterkundige, schrijver, essayist, dichter en literair vertaler.
Voor de oorlog was Donkersloot oprichter van het literaire tijdschrift Critisch Bulletin waar hij tot het verschijningsverbod tijdens de Duitse bezetting in 1941 voor zou schrijven en redigeren. Ook was hij van 1937 tot 1940 redacteur van De Stem. In 1946 kon Critisch Bulletin weer verschijnen en was hij nog twee jaar redacteur ervan alsmede van De Nieuwe Stem, de opvolger van het vooroorlogse De Stem. Hij nam tevens deel aan vele andere georganiseerde literaire organisaties en zo was hij lid van de Vereniging van Letterkundigen en het Nederlands PEN-Centrum. In 1950 werd Donkersloot gelauwerd met de Prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet. Op uitnodiging van Sticusa bezocht hij in 1955 Suriname en de Antilliaanse eilanden om er lezingen te houden. Hierover schreef hij in 1956 een persoonlijk verslag in proza en dichtvorm onder de titel Westwaarts.
Als vertaler werd Donkersloot bekend door zijn vertaalde werk van onder meer Coleridge, Goethe en Feuchtwanger.
In Klassieker no 40 werd zijn gedicht Achterbalcon in Meander besproken.
Het dal is nu de junisterren flonkren
koeler dan de hoge berg erboven
maar in de laagte komt het donker eerder
zonder licht steekt nu geen veerman over
twee kinderen met kleine witte hoeden
laten zich voorzichtig spelevaren
het was de schemering die deed vermoeden
dat het grote waterlelies waren

© Eric van der Steen
uit de bundel Gemengde berichten, Arbeiderspers, A’dam 1955
opgenomen in bloemlezing Dromen met open ogen, samengesteld door Adriaan Morriën, De Kern, A’dam 1959


Eric van der Steen, pseudoniem van Dirk Zijlstra (Alkmaar, 14 september 1907 – Amsterdam, 3 november 1985), was een Nederlandse schrijver en journalist. Als dichter debuteerde Zijlstra onder het pseudoniem Eric van der Steen in 1932 met Gemengde berichten en zette zijn dichterlijke carrière aanvankelijk krachtig door. Zijn poëzie valt op door nuchterheid en droge humor. Veel van zijn boeken kenmerken zich door frisse, ongewone uiterlijke vormgeving. In de jaren veertig begon hij proza te publiceren. Na 1958 droogde zijn schrijfader op.
Vandaag is de wereld in winter gekleed
een vogel vliegt verdrietig door het sneeuwen
en buiten wacht de koud

ik ben vergeten om de herfst te huilen
ik heb niet gejuicht in de lente
mijn plezier om de zomer niet uitgebuit

misschien is de waarde wel omgerold
is de poolgrens verlegd
toen ik sliep

alles wat waar was is anders geworden

wie ben ik nog?

© Mischa de Vreede
uit de bundel Met huid en hand, Holland
opgenomen in bloemlezing Dromen met open ogen, samengesteld door Adriaan Morriën, De Kern, A’dam 1959


Mischa de Vreede (Batavia, 17 september 1936 – Amsterdam, 12 mei 2020) was een Nederlands dichteres en schrijfster. Zij schreef veel over haar Indische verleden. In 1957 debuteerde De Vreede als dichteres in het driemansbundeltje Morgen mooi weer maken. In 1959 ontving zij de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam (de latere Herman Gorterprijs) voor het gedicht Een jong meisje droomt uit de bundel Met huid en hand (poëziereeks De Windroos).
Het Literatuurmuseum dat haar literaire carrière was begonnen met poëzie. In haar gedichten wist ze op behendige wijze zowel toegankelijk als persoonlijk te zijn, zegt het In memoriam.

De gedichten werden in de spelling van de betreffende bundel of bloemlezing overgenomen.
foto © Wouter van der Hoeven, boekhandel Scheltema, Amsterdam, oktober 2018

     Andere berichten

Kinderpoëzie (X)

Kinderpoëzie (X)

‘Waarom leest iemand geen gedichten? Omdat iedereen (en die iedereen heeft nooit gedichten gelezen) zegt dat gedichten moeilijk zijn, dat...

Marnix Speybroeck

Marnix Speybroeck, Heer van Gram, studeerde Germaanse talen aan de UGent waar hij promoveerde met een proefschrift over Robert Graves. Van...