LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Abel Dossche

16 jan, 2024

 

Abel Dossche (pseudoniem, 1992), dichter en industrieel ingenieur, kreeg de liefde voor taal van zijn mama mee. Zijn poëzie wordt door anderen omschreven als kwetsbaar, meeslepend, doorleefd en soms verontrustend. Hij publiceerde eerder in Het Gezeefde Gedicht, in de bundel Een geluk als nieuwe wijn geschonken (De 100 beste gedichten uit De Gedichtenwedstrijd 2019) en in Reveil #20. Hij werkt toe naar een eerste dichtbundel. Volgens zijn ervaring ontstaat de magie van het schrijven vaak als een gedicht jou opzoekt en je uiteindelijk in al zijn woorden vindt.

foto © Marc de Spiegelaere

 

 

De hoofdrol

Toen je jezelf vanbuiten kende: sprekend schitterend wit
van achter naar voor, van onder tot boven, en omgekeerd

Toen je jezelf vanbuiten kende, je gloed koesterde als bezit
en de plankenkoorts keurig bij het houtafval had gesorteerd

Zag ik andermans tekst met je verlopen, haarfijn uitgezocht
al voor de schoolpoort, op de speelplaats, te midden de klas

De regie in handen van wat niet verkeerd begrepen mocht:
geen figurant speelde ooit wie werelds en veelzeggend was
Wat onbeantwoord blijft

Het heeft geen zin de bomen te bevragen.
Wat verwacht je van antwoord te zien?
Het heeft geen zin hun wortels op te graven.
Voor een uitwisseling die naar bovenkomt

misschien kunnen we maar beter luisteren
naar wat de takken, de bladeren en de stam,
wat elke boom diep in ons te zeggen heeft:
leg donkere lijnen in je geheugen toch lam

en hoor hoe licht een jaarring de lente beleeft.
Eigen koers

Niet in afstand uit te drukken vanwaar jij bent teruggekomen.
Oplichtte uit de hel van het Noorden, op banden die al waren leeggelopen.

Vergeten eten en drinken, jezelf te sparen onderweg, zei een interview
alsof er geen pech, alsof de gedachte aan afstappen reeds uit je benen was gekropen.

Je stak je nek uit naar de kop van de koers. Zoveel tegenstand die nu moest afgeschud:
de vloek van het verlies, de druk van het publiek, de toeters van elke volgwagen

met verstomming geslagen. Van je naaste concurrent ontbrak aan de meet elk spoor.
En niemand herinnert zich nog van wie je in vorige wedstrijden, de doemverhalen,

die keren dat je niet kon reageren met de pedalen, de fiets alle kracht uit je zoog.
Enkel gejuich onder de vod, jij met je vingertje, de ogen vol, de blik omhoog.

     Andere berichten

Kinderpoëzie (III)

Kinderpoëzie (III)

‘Waarom leest iemand geen gedichten? Omdat iedereen (en die iedereen heeft nooit gedichten gelezen) zegt dat gedichten moeilijk zijn, dat...

Kinderpoëzie (II)

Kinderpoëzie (II)

‘Waarom leest iemand geen gedichten? Omdat iedereen (en die iedereen heeft nooit gedichten gelezen) zegt dat gedichten moeilijk zijn, dat...

Joost Hontelez

Joost Hontelez is liefhebber van de Franse taal en cultuur en de natuur van overal. Begin jaren ’90 won hij de Gouden Pennenvrucht tijdens...