‘Recenseren nodigt mij uit om me onder te dompelen in de wereld van een boeiend iemand.’
door Alja Spaan
–
foto © Daniel Dely
Francis Cromphout is romanist en heeft Frans en Spaans onderwezen. Hij was eveneens cultureel journalist voor Knack en heeft het geluk gehad verschillende bewonderde schrijvers zoals Octavio Paz en Mario Vargas Llosa en ook musici zoals Keith Jarret te interviewen. Al sinds zijn jeugd is poëzie voor hem de innerlijke weg geweest die inzicht en gevoel kon samenbrengen. Er werden een zestal bundels van hem gepubliceerd, waarvan Tijdscapsule de laatste was. Als meertalig auteur publiceerde hij ook gedichten en een novelle in het Spaans en gedichten en een roman in het Frans. Al die tijd hield de berg zijn adem in was een Nederlandstalige roman. Er verschenen ook veel gedichten, artikelen en essays in zowel Nederlandstalige als internationale tijdschriften.
Ook is hij musicus-componist, trad op en treedt nog altijd op in verschillende groepen als zanger en saxofonist. Er werden van hem CD’s uitgegeven waarvan de laatste De Nacht Betrapt met o.a. muziek die hij toonzette op gedichten.
Wat doe je bij Meander? En hoe ben je bij Meander terechtgekomen?
Ik ben er recensent. Mijn eerste contact was de knappe recensie die ik daar mocht lezen over mijn bundel Tijdscapsule. De dichter Alain Delmotte die al verschillende recensies van mij had gelezen heeft mij als recensent aanbevolen bij Meander.
Hoe kwam je in aanraking met poëzie?
Ik werd in contact gebracht met poëzie toen ik vijftien jaar was door mijn leraar Frans. Ik was toen onder de indruk van Le Cimetière Marin van Paul Valéry. Later werd ik binnen ons taalgebied geïntrigeerd door de gedichten van Jos De Haes en Gerrit Achterberg en zoveel meer in alle talen die ik machtig was en werd.
Wanneer is een gedicht goed?
Er zijn verschillende aspecten van een zogenaamd ‘goed’ gedicht. Voor mij is dat het perspectief dat vertoond wordt, dat best wel origineel mag zijn en ook het respect voor de innerlijke vorm van het gedicht.
Wat vind je leuk aan deze klus?
Recenseren nodigt mij uit om me onder te dompelen in de wereld van een boeiend iemand.
Hoe denk je over ons poëtisch klimaat?
Het huidige klimaat is zeer democratisch geworden en er worden kansen geboden.
Vlaanderen was vroeger veel traditioneler dan Nederland, maarde laatste jaren zijn we naar elkaar toegegroeid.
Daarbij is Meander een vlot bereikbaar instrument voor veel dichters binnen ons taalgebied, om zich kenbaar te maken en voor het lezerspubliek om kennis te maken met de nieuwste poëzie die zowel in Noord als Zuid gemaakt wordt.
Hoe typeer je je eigen werk?
Het ontstaat op spontane wijze, vaak in mijn halfslaap en ik ga er hierna grondiger op in. Ik kan daar soms uren, dagen of maanden aan schaven en schrappen tot ik vind dat ik het mag loslaten.
De drie gedichten die ik koos zijn recent geschreven en ze zijn bestemd voor mijn nieuwste dichtbundel Leven na de dood. Twee ervan zijn ‘kerkhofblommen’ en het derde gedicht heb ik geschreven denkend aan een andere dood van gewelddadige aard zoals in Gaza en elders.
Drie eigen gedichten
–
badend in het lover, in de schaduw
van beschermende bomen
lig ik als een lijk op dit kerkhof
kleine stukjes zon likken mijn huid warm
ik ben gelukkig, laat mij drijven
op de airco van de wind
geen mens te zien in dit paradijs
van de zielen, niemand stoort
niemand kwetst, de rust is hier in vrede
voor G.G.
–
fijn verkapte blokjes schaduw
op deze wegel
door struikjes omzoomd
zij monden uit op rijen
bewaarstenen van de herinneringtussen twee diepgroene kruinen
torent een kerkpijl
wolken scheuren als watten
onder het niet aflatende zonnespelneerwaarts prijkt de stoppelbaard
van een pas getrimd grasperk
micro dino’s pikken er lustig
mijn blik vangt het allemaal op
–
hoor vanuit het knusse binnen
de vernielzucht van de wind buiten
–
op schermpjes nabij
trekken ver van je bed
mensen in lange rijen
langs puinhuizen
–
loden soldaatjes snorkelen onderaards
door haat gezonden
door gangen op jacht
naar bloedbloemen en hongerspeligen
–
bommenbezems jagen door lichamen en kinderen
van hieruit hoor het allemaal zinderen
–
tot straks niets meer




