Een avontuurlijke koprol
door Paul Roelofsen
–

–
Een omgekeerde wereld. Een titel die intrigeert; de wereld op z’n kop, daarover schrijven biedt de optimale kans om van de spreekwoordelijke dichterlijke vrijheid te profiteren. Jacobus Bos publiceerde hiervoor meerdere bundels met titels die min of meer in dezelfde richting wijzen, zoals bijvoorbeeld: De zon verbergt de oceaan niet, Liefde – Onheil, Veilig is het nergens en Wie de geest krijgt. Hij debuteerde overigens in 1969 niet met gedichten maar met verhalen en ontving met de verhalenbundel De dagelijkse geest in 1974 de Anna Blamanprijs. Zijn poëziedebuut uit 1987, Mijn blauwe evenbeeld, werd genomineerd voor de eerste C. Buddingh’- prijs.
Een omgekeerde wereld bestaat uit negen delen en het eerste vers uit het eerste deel (‘De natuur gebiedt’) is meteen raak.
–
De gouden windhond liep sneller dan de zon
hem kon volgen over het water van de rivier
waar het dier in een oogwenk uit zicht was.
–
De man op de brug zag een flits onder zich
van de hond met de zon in de rug.
Magisch wezen dat een lichtkogel leek.
–
De man volgde in gedachten de hond
als een arend die een vis zag in het water
dat al dieper in het landschap verdween
–
voor het kolkend tussen rotsen een berg
beklom naar een met mos begroeide bron
waar elke vorm van sneeuw ontbrak
–
tot hij weer terug was op de brug
en de blinde hond van een blinde man
hem een lik gaf met zijn scharlaken tong.
Alleen de eerste strofe maakt mij al onzeker; een gouden windhond kan ik me voorstellen; de kleur van zijn vacht kan goudkleurig zijn. Maar dat het dier over water loopt en wel zo snel dat hij in een oogwenk uit zicht is en de zon hem niet kan volgen? Hier neemt het gedicht mythische vormen aan. In de tweede strofe komt de man in beeld, die in de hele bundel prominent aanwezig zal blijven en nu staande op een brug onder zich de hond ziet, die op een lichtkogel lijkt. Erna is het niet meer de zon die de hond probeert te volgen maar de man, althans in gedachten, waarbij hij de hond ziet als een arend die een vis volgt in het water dat vervolgens in het landschap verdwijnt, echter niet voordat het in de vierde strofe tussen rotsen een berg beklimt naar een met mos begroeide bron, waar elke vorm van sneeuw ontbreekt. In de laatste strofe treffen de intussen blinde man en de eveneens blinde hond elkaar op de brug en geeft de hond de man een lik met zijn scharlaken tong. ‘ Die likkende scharlaken tong’ vind ik erg goed getroffen vooral als afsluiting.
Wat maakt dit gedicht bijzonder; ik denk omdat Bos niet alleen met de tijd en vertes speelt en solt maar ook met de werkelijkheid. Het doet denken aan een echt gebeurd sprookje, met zoals het hoort een happy end. De elementen, water, aarde, licht en vuur spelen in de meeste verzen een belangrijke rol. En vooral het water heeft, zoals ook in werkelijkheid, een kalmerende werking op de vaak heftige gebeurtenissen.
In ‘Soms’(pag.53) speelt het water een dubbelrol.
Leeft en zweeft in de golfslag van de zee
waar licht van de zon hem weet te vinden
in een windvlaag die van water is.
–
Soms staat hij doodstil op een plein
waar een mensenzee probeert hem mee
te sleuren maar blijft onwrikbaar staan.
–
Soms ligt hij op een bodem van mos
in de ruisende schemer van bomen
die een gesloten hemel voor hem zijn
die hij met zijn ogen dicht kan zien.
–
Soms houdt hij zijn adem zo lang in
dat het zwart en stil wordt om hem heen
en komt dan langzaam weer tot leven.
In de kwatrijnen beleeft de man het water als zalvend, de golfslag van de zee leeft en zweeft, terwijl de zon hem weet te vinden, ligt hij in de ruisende schemer van bomen die een gesloten hemel voor hem zijn… Heerlijk. In de tweede strofe probeert een mensenzee hem echter mee te sleuren en in de vierde strofe raakt de man door ademnood buiten bewustzijn. In beide terzinen loopt een en ander niettemin, net als in ‘De tijd voorbij’ goed af.
Het tweede deel ‘De man en de vrouw’ bestaat uit drie getuigenissen waarin de man hangend aan de tak van een boom hangt en de vrouw hem wanhopig omhoog houdt om in de volgende strofen te worden beschreven als een dame die op blote benen glimlacht naar de melkwitte benen van de man. Soms ziet zij hem dood aanspoelen om erna opgewekt het strand op te hollen. In de laatste strofe wandelen de man en de vrouw hand in hand in de schemer langs de haven. En net als je daaruit opmaakt dat ook dit gedicht vredig eindigt beginnen de masten van de jachten in de haven op het water te dansen in het kielzog van een oorlogsschip. Dat laatste woord, zeker in combinatie met de op een lichtkogel gelijkende hond uit ‘De tijd voorbij’ geeft deze poëzie iets onheilspellends.
In het vijfde deel ‘De man en de vrouw’ een vers dat door dromen lijkt geïnspireerd. De eerste en laatste strofe van ‘Zonder man zonder vrouw’: ‘Achter het douchegordijn van nevel met / of zonder gekletter van water de vrouw / die zich in alle sierlijke bochten wrong / die de afwezige man zich kon voorstellen. (…) Dat de man zichzelf in de zeespiegel zag / als een man die uit zee naar hem keek / met de vrouw in diepe slaap tegen hem aan’.
De reële wereld mag dan complex en chaotisch zijn, in de omgekeerde blijkt dat niet minder; voor de dichter lijkt het leven hierin behalve wreed ook comfortabel te kunnen zijn. Uit het zevende deel ‘Man van water’ de laatste twee strofen van ‘Bij gebrek aan afwezigheid 1); ‘Hoewel hij niet aan de zee wilde denken / dacht hij niets anders dan de zee. / De woeste branding die zich aan land wierp. / Wolkend schuim dat opsprong in de zon. // Van dit alles trok de degenkrab zich niets aan. / Glanzend als een wonder van goudgeel brons / spoelde een golf hem aan land en liet hem daar. / Of hij dood was of levend was geen probleem.’
Het woordgebruik van Bos is niet bepaald lyrisch en op mooischrijverij valt hij ook niet te betrappen; Bos schrijft glashelder en laat zich niet van de wijs brengen door raadsels, paradoxen en andere stijlfiguren. Zou deze bundel voer voor psychologen zijn? Wellicht – welke bundel niet – maar ik heb daar ondanks de dichterlijke vrijheden geen last van gehad. Integendeel.
Voor wie zich kan ontdoen van het dwangidee dat poëzie zich dient te conformeren aan ‘hoe het hoort’ kan het lezen van deze bundel een boeiende ervaring zijn.
____
Jacobus Bos (2025). Een omgekeerde wereld. Eigen beheer, 72 blz. € 19,95. ISBN 9789465331584



