LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Het commentaar van Tom Veys

15 mei 2026

Schaken als uitgangspunt voor poëzie

door Tom Veys




Het woord ‘schaken’ kan veel betekenissen dragen, afhankelijk van de context en de achtergrond. ‘Iemand schaken’ betekent overdrachtelijk ‘iemand ontvoeren’. Schaken kan ook een aanzet zijn om na te denken over andere domeinen in de wereld, over strategieën. ‘Alles is met schaken te vergelijken. Schaken is met niets te vergelijken.’ Een citaat van Jan Hein Donner (1927 – 1988). Hij was een Nederlandse schaakgrootmeester en schrijver. In 1987 ontving hij de Henriette Roland Holst-prijs voor Na mijn dood geschreven uit 1986. Veel van de columns van Donner zijn gebundeld, o.a. in De Nederlander, en andere korte verhalen (1974), Slecht nieuws voor iedereen (1987) en Van vroeger (1989).

 

(J.H. Donner, Wikipedia)

Schaken is overigens een thema dat in verschillende vormen van de literatuur wordt behandeld. Zo schreef Stefan Zweig Die Schachnovelle, een meesterlijke verhaal waarin een advocaat vier maanden wordt opgesloten in een isoleercel van de Gestapo. Hij leert er schaken door een schaakboek met 150 partijen uit zijn hoofd te leren. … Die Schachnovelle is wereldliteratuur. Een ander voorbeeld is The Queen’s Gambit, één van de best bekeken Netflix-series, gebaseerd op een boek van Walter Tevis. Het verhaal volgt Beth Harmon, een jong schaakgenie. The Queen’s Gambit is ‘een indringende klassieker over het schaakspel en verslaving’. Walter Tevis (1928-1984) schreef ook andere succesvolle romans, zoals De man die op aarde viel (The man who fell to earth), De misleider (The hustler) en Spotvogel (Mocking bird).

 

(The Queen’s Gambit, Netflix)

Schaken kan bovendien een uitgangspunt voor poëzie zijn.

Konstantínos Petros Kaváfis of K.P. Kaváfis (1863 – 1933) schreef ‘De pion’. Kaváfis was een Griekse dichter die pas na zijn dood wereldwijde waardering kreeg. Zijn meest vermaarde gedicht heeft als titel ‘Wachten op de barbaren’, het is geschreven in 1898 en het werd voor het eerst gepubliceerd in 1904. Het werk van deze Griekse dichter kenmerkt zich ‘door een sobere, suggestieve stijl, die de prozavorm benadert’. Dit merken we ook in ‘De pion’. De taal in dit gedicht is toegankelijk en de pion krijgt menselijke kenmerken, antropomorfisme, zoals dit aangeduid wordt met een literaire term.

De oorlogsmetaforen zijn trouwens niet vreemd voor Kaváfis. Hij omschreef zichzelf als ‘een dichter/historicus en putte uit de Griekse geschiedenis, lopend vanaf de val van Troje, tot aan de ondergang van het Byzantijnse Rijk.’ De pion overleeft in het gedicht en aan de overkant kan een pion worden gewisseld voor een groter stuk.

De pion

Dikwijls wanneer ik toekijk bij het schaken
volgt mijn oog een Pion
die langzaam, langzaam zijn weg vindt
tot hij op de laatste rij aankomt.
Zo bereidwillig gaat hij naar het einde
dat je zou kunnen denken dat daar stellig zijn
genietingen en zijn beloningen beginnen.
Veel tegenslagen vindt hij op zijn weg.
Met speren stoten hem schuinslings de lopers;
de torens treffen hem met hun brede banen;
binnen hun twee velden proberen
snelle paarden met list
hem de pas af te snijden;
en hier en daar komt dreigend van opzij
een pion van zijn weg,
uit het kamp van de vijand gezonden.

Maar hij redt zich uit alle gevaren
En komt aan op de laatste rij.

K.P. Kaváfis

‘Schaekspel quijt’ is een gedicht van de Nederlandse dichter Constantijn Huygens (1596 – 1687), die ook diplomaat, geleerde, componist, architect en polyglot was. Constantijn Huygens toont in ‘Schaekspel quijt’ de typisch menselijke reactie die aanduidt dat je niet graag verliest. Als reden wordt aangegeven dat Pier, de speler, het spelen moe is, dat hij er genoeg van heeft, maar in feite staat hij schaakmat.

Opvallend in het gedicht is het kruisrijm (abab) in de vierregelige strofe. Het rijmschema klinkt een beetje als muziek in de oren, eveneens door de klanken. Het muzikale karakter in de gedichten vond Huygens trouwens heel belangrijk.

Schaekspel quijt

Pier scheidde midden uyt het schaecken,
En seid’, hy was het spelen sat:
Maer ’t was de minste van twee saecken,
Hy was het spelen moe, en mat.

Constantijn Huygens

Het laatste gedicht brengt ons naar de actualiteit. Ingmar Heytze las het gedicht ‘Eindspel’ op 19 februari 2026 om 23.55 voor in Met het Oog op Morgen, een dagelijks radioprogramma op NPO Radio 1, en dit naar aanleiding van het overlijden van Jan Timman. Jan Timman (1951, 18 februari 2026) was een Nederlandse schaakgrootmeester. Hij werd negen keer Nederlands schaakkampioen.

Als je schaakt met de tijd, kan je enkel verliezen. De dood heeft het laatste woord en toch … veel wordt herinnerd, zodat ‘de dood zijn laatste verzet vergeet’, onder andere door ‘een eindspel van zo’n schoonheid’ te ‘schrijven’. Het gedicht ‘Eindspel’ was op Facebook terug te vinden op de auteurspagina van Ingmar Heytze.

Eindspel
Voor Jan Timman (1951-2026)

Twee vrienden spreken af en spelen
voor het laatst. Het kan niets anders dan
remise worden, geen van hen wil immers
winnen. De tijd schaakt zonder stukken
een partij op deze binnenplaats.*

Of: je speelt je laatste wedstrijd
en je weet het niet. Ook nu is winnen
relatief, je verliest het als geheel, beter
gezegd: het spel verliest jou, de stukken
worden koud zonder jouw vingers.

U vroeg zich af of schakers dromen.
Uit ervaring zei u: beren, tijgers,
adelaarsnesten – ongeslagen blijven,
een eindspel van zo’n schoonheid schrijven
dat de dood zijn laatste verzet vergeet.

Ingmar Heytze
(19-02-2026)

* J.L. Borges, Landgoed El Retiro, uit: Alle gedichten,
Vertaling Barber van de Pol & Maarten Steenmeijer,
2011, De Bezige Bij, Amsterdam

Schaken kan alvast een wereld van taal openen. Dit blijkt uit deze drie gedichten. Graag deel ik ook een persoonlijk gedicht waarin de schaakgeschiedenis een grote rol speelt. Het schaakplezier valt nauwelijks te onderschatten. Over elke zet moet je goed nadenken. Zelf ben ik lid van de Roeselaarse Schaakclub ‘De Torrewachters’. Het is misschien een wens om een mooi gedicht met een sterke schaakpartij te vergelijken.

SCHAAKGESCHIEDENIS

We weten graag dat schaken uit India komt, uit
de verbeelding dat twee mensen een spel spelen.

Vroeger bevolkten infanterie, cavalerie, strijdwagens en
olifanten een schaakwereld. Het zwart-witte speelveld liet
later een dame toe. Is het schaakbord een slagveld
met strijdvaardige zetten, een spiraal in je denken?

Twee Perzische woorden vroegen voor een koning en
het versteld staan: shāh en maata. Er is duidelijk
een oplossing voorhanden. De ruimte laat ons nadenken.

Tom Veys

     Andere berichten

Het commentaar op Hendrik Tollens

Het commentaar op Hendrik Tollens

Een Volksdichter des Vaderlands door Hans Franse - - (Klik op de afbeelding om deze te vergroten) Waar Maas en Waal tezaamen spoelt En...