LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Han van der Vegt – Eenzame goden

31 aug 2026

Verborgen schrijfsels uit de onderste la

door Hans Puper

In de verantwoording van zijn nieuwe bundel Eenzame goden schrijft Han van der Vegt dat er tot zijn verrassing soms goden in zijn gedichten verschenen, terwijl hij al vele jaren niet meer geloofde. Hij wist niet goed wat hij met die gedichten moest doen, want ze pasten in geen enkele van zijn tot nu toe verschenen bundels. In de serie De kreeftafslag van Uitgeverij Opwenteling kregen ze toch een plaats. Op het achterplat lezen we dat bekende dichters in deze serie hun a-typische werk uitbrengen: ‘Experimenteel, non-conformistisch, verborgen schrijfsels uit de onderste la.’ Na een aantal aanpassingen maakte Van der Vegt van de godengedichten een samenhangende bundel. Eentje die nieuwsgierig maakt, want, zoals we ook op het achterplat lezen: ‘de goden zijn er niet / om in te geloven / de goden zijn er / om verhalen van te vertellen.’

De gedichten verschillen onderling sterk van vorm en stijl, wat niet verbaast, gezien de lange tijdspanne waarin ze verschenen: van 2002 tot in ieder geval 2024 (misschien is het laatste, niet gedateerde gedicht ‘Babylon’ nog later verschenen).
Net als in Bouwdoos (2024) moet je de bundel een kwartslag draaien om de gedichten te kunnen lezen, wat soms leidt tot een functionele verwarring, zoals zal blijken.

Het eerste gedicht heeft als titel ‘De terugkeer van de goden’. Aan de hemel verschijnen elf lichtgevende punten; als die nader worden onderzocht blijken het goden te zijn van verschillende aard en vorm. Dat veroorzaakt een hevige opwinding. ‘Paniek en verwachting golfden de wereld rond: / de wederkomst van de goden was aanstaande.’ Iedereen koos zich een god die goed die paste bij een bestaande of nog te ontwerpen leer, er verschenen altaren en soms ook bijpassende offerblokken en brandstapels. Maar de belangstelling taande toen hun komst uitbleef: misschien richtten ze zich op een volgende generatie. En bovendien: als ze toch snel kwamen, wat schoot je daar dan bij nader inzien mee op? Ze zouden de tijd zo anders beleven ‘dat wij niets met hen zouden delen / dan dezelfde levensruimte, dezelfde grond.’
Dat goden eenzaam zijn verbaast niet.

Dan volgen er elf gedichten die evenals het eerste meerdere bladzijden beslaan. De reeks begint met ‘Victory Boogie Woogie’, het beroemde schilderij van Mondriaan. Eigenaardig: is hij ook een god? Nog niet. Als je heel goed kijkt, en de bundel zoals gebruikelijk rechtop houdt, dan zie je bovenaan in nauwelijks zichtbaar lichtgrijs twee woorden staan, verdeeld over twee bladzijden: ‘aspirant goden’. Er zijn er meer: Majakovski, Slauerhoff en de sciencefictionschrijfster Octavia E. Butler. Daarnaast heb je ‘verdoolde goden’, ‘ontgoochelde goden’, ‘verholen goden’, en ‘vertoornde goden’. En allemaal zijn ze eenzaam.

Je kunt ‘Victory Boogie Woogie’ op verschillende manieren lezen, net zoals je schilderijen van Mondriaan op verschillende manieren kunt bekijken.

Het gedicht begint zo (klik op de afbeelding om hem te vergroten):

Het lijkt te gaan om twee afzonderlijke gedichten. Vertelt de ‘ik’ ook het tweede? Of is er sprake van een tweede stem? Je slaat de bladzijde om en ziet dan het volgende:

Was het tweede gedicht nog niet af? Loopt het door? Of moet je die twee regels op de tweede pagina als een afzonderlijk distichon lezen? Het kan allebei. En het gedicht in het midden: moet je dat afzonderlijk lezen of is het een commentaar op het gedicht aan de linkerkant van de voorgaande pagina? De ‘ik’ zegt daar immers dat alles wat hij dacht te maken al ‘op het eiland van de geest’ bestaat. Dan is er veel overbodig. En wie spreekt deze regels uit? De ‘ik’? Of is het een commentaar van een andere stem? Zo zijn er meer vragen. Lees je bijvoorbeeld per pagina of lees je een gedicht over pagina’s heen tot het afgelopen lijkt te zijn?

Andere gedichten zijn traditioneler. ‘Uitvaart’, het gedicht over Slauerhoff, bestaat bijvoorbeeld uit zes kwatrijnen en een sextet. Mooi is de typering die Van der Vegt van hem geeft: ‘Stijfkoppig in de wetenschap dat die nergens kan bestaan, / lukte het hem niet het uitstel van zijn droom te verdragen.’ En je ziet hem voor je als hij aan boord gaat: ‘Slechts een tik aan de pet was zijn groet’.

In ‘Erschep’ is Han van der Vegt op zijn best. Het is een scheppingsverhaal dat vele malen boeiender (en vermakelijker) is dan dat in de bijbel. De schepper is ‘er’, die wellicht ook wordt geschapen – dat is zo’n kwestie waarop exegeten hun tanden graag stukbijten, maar waaraan ik mij niet waag. Eenvoudige lezers hebben het al moeilijk genoeg met de grammaticale functies van het woord ‘er’: soms is er sprake van een eigennaam (de god heet ‘er’), een andere keer is het een bijwoord van plaats of een leeg ‘er’ dat je gebruikt als voorlopig onderwerp, zoals in: ‘Er loopt een man op straat’ in plaats van ‘Een man loopt op straat’.
Een voorbeeld. Als ‘er’ geslachtsgemeenschap heeft gehad met een mol, krijgt hij een enorme honger ‘en de honger was groter dan de wereld die er was / en er balde zich een maag om zijn honger een plek te geven’. In deze zin staat twee keer ‘er’, en ze kunnen allebei zowel eigennaam als zo’n leeg onderwerp zijn. Ze kunnen ook beide zijn; die veelheid aan mogelijkheden past uitstekend bij een scheppingsverhaal.
Wat volgt kan ik u niet onthouden. Er is niets dat ‘er’ kan eten dan zijn zwangere mol en dat doet hij dan ook: hij vreet hem op ‘met erts en bloed’,

maar alles wat er was
was altijd meer dat wat er voorheen was
.         zodat de mol niet verteerde
.         zonder te vermenigvuldigen
in de maag brak er niets af
wat niet drievuldig kapselde en verkalkte
in een grotere schaal
de leegte erbinnen dikte drievuldig in
lilde met een glazen witheid
tot de kiemen ontwaakten
en er perste door zijn nieuwe opening
het tweede ei

Wellicht zijn de goden in deze bundel minder eenzaam dan voorheen. ‘Hier kunnen ze tenminste elkaar gezelschap houden’, schrijft Van der Vegt in zijn verantwoording. Zo is dat. En De kreeftafslag heeft er een mooi bundeltje bij.

____

Han van der Vegt, Eenzame goden. Uitgeverij Opwenteling, 93 blz. € 21,95. ISBN 9789063381936

     Andere berichten

Elly de Waard – Liefdesgedichten

Elly de Waard – Liefdesgedichten

Het gemis van bemind worden door Ali Şerik - - De bundel Liefdesgedichten van Elly de Waard is een ode aan de vrouwelijke schoonheid,...