In de kloof met Dick Schoof
door Marc Bruynseraede
‘Een dichter koopt een huis en komt tot de ontdekking dat haar berging toegang biedt tot een ondergrondse wereld waar mensen in ruil voor kleine stukjes ziel hun zonden afkopen.’, zo meldt de flaptekst van de laatste bundel De dichter en de duivel van Lieke Marsman (1990-2026) die verscheen een paar dagen na haar tragische dood op 3 juni 2026. De Divina Comedia van Dante Alighieri – een tocht door de hel, het vagevuur en het paradijs – stond model en verschafte de dichteres inspiratie en de gewenste vorm om haar indrukwekkend betoog over de wereld waarin we leven gestalte te geven.
In de kritiek wordt de bundel omschreven als ‘Een overdonderend afscheid’ (De Standaard), ‘een cri de coeur’ (De Morgen), ‘een striemend portret van de Nederlandse en bij uitbreiding ook onze samenleving’ (De Standaard), ‘een strijdbaar politiek en maatschappelijk engagement’ (id.) Lieke Marsman was, hoeft het nog gezegd, een zeer getalenteerde, alom gewaardeerde en veel gelauwerde dichteres, filosofe en voormalige dichter des Vaderlands. Collega-dichter Joost Oomen noemde haar ‘de allerbeste dichter die we de afgelopen dertig jaar in Nederland hebben gehad’’. Ze werd 35 jaar en overleed aan de gevolgen van een ongeneeslijke kraakbeenkanker, na een jarenlange verwoede strijd tegen de ziekte en ondergang.
De tragiek van de schrijfster is niet, volgens haar eigen instelling, dat ZIJ ziek is, maar dat de hele maatschappij, waarin zij en wij allen leven, ziek is: ‘Er vloog een kamikazedrone / Het klonk als tevreden gezoem van een dikke koelkast’/ U leeft in een zieke wereld. Wilt U een lezing komen geven over mensen die leven in een ongeneeslijk zieke wereld.’ (pag. 93), stelt de dichteres in de zevende ring van haar afdaling in de Nederlandse onderwereld. ‘Onder-Nederland is een schaduwwereld waarin iedereen vertegenwoordigd is. De cloud waar de saldo’s van onze zielen zich bevinden.’ Na de ontdekking dat er een onderwereld bestaat – een ‘laatste kans, een outlet-opportunity’- besluit de dichteres: ‘Zo daalde ik dus af in deze onbekende kloof / en daar trof ik mijn eerste metgezel: Dick Schoof.’ Onder-Nederland is ‘de plek waar onze alter ego’s moeten boeten / voor alles wat het daglicht niet verdragen kan, / maar wat toch bovengronds passeert.’
Na een proloog waarin de dichteres de situatie schetst waarin ze verkeert (‘een donker woud van managers- en makelaarstaal’), daalt ze af in de eerste ring van Onder-Nederland, waar ook zij kantoor hield, in een wereld van robots, AI-bestuurde gnomen en LinkedIn-relaties. Een wereld die door Grok en ketamine uitgetekend wordt en haar met onuitgesproken afkeer vervult. In de tweede ring – ‘Hier begint het handelen (…) waar influencers elkaar kunnen ontmoeten’ – gaat het modieus gekakel voort over ‘mijn favoriete laarzen, supermooie blouse van Loavies, superlekkere pistoletjes rosbief met chimichurri, dat is een soort pesto maar dan Spaans’ tot: ‘ik live zou gaan (…) content shooten en tegelijk Ophelia en Finn eten geven en, zodra dit filmpje geüpload is, live starten. Zien jullie met eigen ogen de hubspace, die ik zelf nog helemaal aan het ontdekken ben, hoor’.
Het eerste gedeelte van de tweede ring is volledig in versvorm geschreven. Het vervolg in proza is een korte dialoog met Dick Schoof over ‘een exclusieve hub waar influencers elkaar kunnen ontmoeten’ en over poëzie. ‘Poëzie is het maken van keuzes’ schrijft ze. ‘Onder elk woord dat het papier haalt zie je die keuzes doorschemeren, in goede poëzie althans, en zo krijgen de simpelste gedichten de gelaagdheid die ervoor zorgt dat je een dag lang op één gedicht kan kauwen’.
–
’‘Welkom dichter, jij bent ongeneeslijk ziek. Hoe is het om zo jong
en zo ziek te zijn ? Vandaag in onze podcast: dichter, die
ongeneeslijk ziek is. We zeiden het net al even, jij bent ziek.
Ongeneeslijk ziek. Wil je misschien een lezing komen geven over
hoe het is om ongeneeslijk ziek te zijn op onze middag
over ongeneeslijk zieke mensen ?’
–
‘Wat jammer dat je het zo negatief bekijkt, ik ben zelf juist altijd
dol op content over mensen die ongeneeslijk ziek zijn.’
Zoals Kamiel Choi al schreef in 2022 op Meander, bij de bespreking van de bundel In mijn mand, bestaat de poëzie van Lieke Marsman uit drie componenten: filosofische overwegingen, politiek engagement en direct zintuiglijke ervaringen. Dat is in De dichter en de duivel niet anders, al zou ik er nog een dosis humor aan toevoegen die de confrontatie in quasi-surrealistische taferelen oproept. Lieke Marsman citeert beurtelings reclameteksten die glanzen van stompzinnigheid, uitspraken van politici, die uitblinken in nietszeggendheid en feitelijkheden uit het politieke en culturele leven die schokkend zijn door hun onversneden brutaliteit. Charlotte Delbo, de Franse communiste die naar Auschwitz werd gedeporteerd vanwege haar verzetsdaden, is zo’n voorbeeld. En Osip Mandelstam, die van zijn bed gelicht werd vanwege een gedicht waarin hij over Stalin schreef: ‘Zijn vingers zijn dik en als wormen zo vet, / En onder zijn woorden wordt alles geplet. // Zijn kakkerlakkensnorren smalen, / Zijn laarzenschachten stralen. / Om hem heen het gespuis dat beweegt op zijn wens, / Dunhalzige leiders, half monster, half mens.’ De botsing tussen die drie elementen is bevreemdend en best schokkend. Het is poëzie die je bijwijlen de adem afsnijdt en dan weer tot (ietwat verzuurd) glimlachen aanzet.
In de derde ring trekt de dichter nog enkele nieuwe registers open. Hier treden John de Mol, Sander Schimmelpenninck en Joop van den Ende op. De eerste ronde gaat over de hypotheekrenteaftrek en over de discussie wat extreemrechts en extreemlinks nu eigenlijk wil:
willen natuurlijk een witte etnostaat
met de Bijbel in de hand en de rechtsstaat
op een laag pitje, waarin je wel genocide mag plegen
maar geen grapjes over genocideplegers
mag maken, maar daar staat tegenover
dat extreemlinkse mensen hogere lonen
en meer bomen willen. Dan denk ik,
die rechtse mensen zijn zo gek nog niet.
Dat is toch gewoon zo? Nou dan !
(…)
Ervaringsdeskundigen hingen in de touwen
Hoogleraren verlieten de ruimte per brancard.
Ik zag Wierd een klap uitdelen aan Wouter, broedermoord,
terwijl ik nadacht over hoe ik deze bundel
noemen moest: De koddige komedie
of toch gewoon Bloed aan je handen.
In de tweede ronde van de derde ring wordt de discussie over de vrije meningsuiting gevoerd en direct geïllustreerd met een uitspraak over migranten als ‘Illegalen en Dobbernegers’ (A. Nanninga). De verkenning van de alsmaar dieper wordende diepten in de verziekte ondergrondse samenleving gaat door in de vierde vijfde, zesde en zevende ring, met de oorlog in Oekraïne en de banaliteit van het geweld: soldaten in het winkelcentrum met de Hema die een döner staan te eten; Gaza en de dood, 70.000 keer; Israël pleegt genocide; ICE in de VS schiet burgers neer op klaarlichte dag; de President van de VS is Jeffrey Epsteins beste vriend (pag. 92). Het staat er allemaal blak en bloot, alsof het om een dagelijks akkefietje gaat.
De finale van de dichtbundel is ronduit adembenemend. De dichteres haalt het reciteren van uit het hoofd geleerde gedichten aan, waaraan gevangenen in de concentratiekampen zich als een laatste strohalm vastklampten. Ze noemt de ondergrond, soms ‘gewoon de grond / de aardlaag waar de doden in verdwijnen en haal je adem maar het zand komt tot je mond’. Ik wil er niet méér over zeggen om het slot niet kapot te maken, zonder het voluit te citeren. De poëzie van Lieke Marsman dringt alle poriën binnen in je lijf en blijft naklinken.
Merkwaardig is, als je erover nadenkt, hoe in de hedendaagse kunst aloude mythen en klassieke dichtwerken als de Divina Comedia, de Ilias en Odyssea weer opduiken en opnieuw in de belangstelling staan. Het moet zijn dat ze zo goed passen in de tragiek van onze dagen en ons oproepen om erbij stil te staan. De dichter en de duivel van Lieke Marsman is er, met zijn dosis humor en relativeringsvermogen, een verhelderende illustratie van. Mij zou het niet verbazen dat De dichter en de duivel eerlang op de verplichte literatuurlijst terecht komt.
Het lezen kan een begin van genezing zijn, als we aannemen dat dichters ons, in hun luciditeit, iets anders dan een placebo aan te bieden hebben.
____
Lieke Marsman (2026). De dichter en de duivel. Uitgeverij Pluim, 118 blz. € 24,99. ISBN 9789493525146




