‘Van kennis betekenis maken’
door Ellis van Atten
foto © Anna Perger
Pim Cornelussen is een geboren Nederlander, nu wonend in België. Begin 2026 kwam zijn eerste bundel Tot de zon zwelt uit, waarover op Meander al een lovende recensie verscheen. Onlangs verscheen hij op YouTube in de serie We moeten het over literatuur hebben.
Hoe zou je jezelf introduceren als dichter?
Mooie vraag. Ik zou zeggen dat ik van mooie vragen houd.
Voor je bundel haalde je inspiratie uit rouw, uit verlies. Wat inspireert je nog meer?
Ik denk dat ik inspiratie eerder haal uit een bepaalde blik dan uit een specifiek onderwerp. Wat dat betreft kan alles een aanleiding zijn. Ik heb filosofie gestudeerd, dus er zit wel een zekere reflectieve laag in mijn poëzie. Voor deze bundel was de aanleiding inderdaad het verlies van een goede vriend, maar dat heb ik ook meteen breder getrokken dan dat persoonlijke verlies. Ik schrijf veel over de natuurlijke wereld, omdat ik het een belangrijk onderwerp vind waar we meer aandacht aan moeten besteden. Het is iets om telkens weer naar terug te keren.
Op onze site kreeg je een lovende recensie. Laat je je beïnvloeden door kritieken?
Het is natuurlijk heel leuk om te lezen dat mijn bundel in de smaak valt. Ik heb er hard aan gewerkt, en dan is het fijn als het resultaat gezien en gehoord wordt. Maar ik ga er niet anders van schrijven of anders over denken. Tijdens het creatieproces is dat anders, dan zijn er meelezers die mijn blik heel erg bijsturen. Maar nu het eenmaal gedrukt staat is er niets meer aan te veranderen, en vind ik het ook verrijkend om te zien hoe erover geoordeeld wordt.
–
Voordat we schaduw leerden kennen, nog
voordat we reikten naar het licht,
–
als kinderen die zich onbezwaard
vergapen aan zoveel zon,
–
waren we zelf een vloeibare bron
die onderhuids straalde
–
in een buik waar handen overheen bewogen
als continenten, langzaam en bezorgd,
–
toen warmte niet iets was wat ons ontbrak,
maar ons onbevangen doordrong.
–
uit Tot de zon zwelt
Je woont al geruime tijd in België. Heeft de Vlaamse taal jouw taalgebruik beïnvloed?
Toen ik pas naar België verhuisd was, kreeg ik van een vriend een Vlaams-Nederlands woordenboek cadeau. Het was een grapje, maar het is wel zo dat het Nederlands heel verschillend gebruikt wordt. Naast de gebruikelijk clichés van de gladde en harde Nederlander en de zachte, vriendelijke Vlaming is er iets in de manier van spreken en schrijven wat erg verschillend is, maar waar je moeilijk de vinger op kunt leggen.
Ik geef zelf altijd het voorbeeld van Mondriaan en Magritte. De theoretische, wiskundige benadering van Mondriaan vind ik heel Nederlands: gericht op begrip, geometrie en toegepast. Taal is in Nederland vaak functioneel. Magritte daarentegen komt uit het surrealisme, is gericht op metaforen, beelden, talige humor en tegenstellingen. Dat komt ook allemaal tot uitdrukking in de Vlaamse taal. Die tegenstelling speelt ook in de poëzie die geschreven wordt in beide landen. Inmiddels ben ik meer gevormd door de Vlaamse verbeelding dan door de Hollandse nuchterheid. Al is die hele vergelijking natuurlijk ook een beetje veralgemeniserend.
–
Van wie gekregen, de blauwe ogen, het almaar achter zichzelf
aan lopende brein met zijn overtuigingen en bedenkingen.
–
De gezichten waarmee je opstaat dag na dag, ze moeten van iemand van
voor jouw tijd zijn. Het schrikken van een spin, je blik, de haast in je hoofd
als je wakker bent, er is niets dat je niet van een ander hebt.
–
Als sediment kan je moeders terugvinden in een gebalde vuist,
schuilen vaders in een oogopslag. Streel een ander en voel
hoe sterk de liefde in je familielijn is.
–
En als je ’s nachts goed luistert naar het stamelen in je ribbenkast
hoor je wie je bent, wie er voor jou was.
–
uit Tot de zon zwelt
Is er verschil tussen Nederlanders en Belgen in hoe ze kijken naar literatuur?
Dat is een complexe vraag, omdat België een meertalig land is waarvan de verschillende landsdelen elkaars literaire scene niet zo goed kennen. Wat dat betreft denk ik wel dat er meer overlap is tussen Nederland en Vlaanderen dan tussen Vlaanderen en Wallonië. Maar ik denk dat er in beide landen een grote ontlezing aan de hand is, en dat gedrukte literatuur in het hele Nederlandse taalgebied een kunstvorm in de verdrukking is. Dat zie je ook politiek doorwerken. Ik ben bang dat we wat dat betreft in Vlaanderen in tijden zijn beland waarin de taalkunst niet ten volle wordt geapprecieerd. Om de een of andere reden heeft literatuur in de loop der tijd toch een elitair stickertje gekregen dat moeilijk te verwijderen is. Maar juist dat geeft ook enorme vrijheid, want het economische systeem eromheen doet er minder toe. Het nodigt uit tot experiment. Elke maker in Vlaanderen weet dat je alleen van schrijven niet kan leven. Ik kijk erg op naar makers als Dominique De Groen die aan een monumentaal werk als Corpus Britney kan werken en daarmee ook een enorm artistiek risico neemt. Dat kan alleen als je jezelf de ruimte kan geven om ook te durven falen.
Je werkt bij het literair productiehuis Vonk en Zonen in België. Wat is daar jouw rol? En wat is het belang van een literair productiehuis?
Ik coördineer VONK & Zonen, wat wil zeggen dat ik artistiek en organisatorisch de bakens uit zet. VONK & Zonen is een hefboom voor literaire projecten, en stelt makers in staat zich te ontwikkelen en stappen te zetten in hun carrière. Die begeleiding is maatwerk en altijd anders. Gelukkig zijn geen twee schrijvers hetzelfde! Daarnaast organiseren we avonden, festivals, ontmoetingen, residenties, installaties, voorstellingen en af en toe een uitgave. Er zijn veel jonge mensen die naar onze evenementen komen, dus aan aandacht geen gebrek.
De podcast Redden wat je raakt is een andere activiteit waar je bij betrokken bent. Ik lees daaruit een liefde voor en een betrokkenheid bij het klimaat. In de podcast spreken wetenschappers en dichters hierover. Welke rol kunnen dichters spelen bij het klimaat?
Momenteel spelen ze in ieder geval veel te weinig een rol. In elk gesprek dat we voeren tijdens Redden wat je Raakt stellen Moya en ik weer vast dat de wetenschap en de poëzie, maar ook de kunsten in het algemeen, twee verschillende werelden zijn. De harde cijfers, de statistiek en het feitelijke onderzoek van de wetenschap brengt ons heel veel informatie en kennis, maar geen manier om van die kennis betekenis te maken. Dichters zijn daarvoor het beste geschikt denk ik, beter nog dan journalisten. Het is niet voor niets dat poëzie de kunstvorm is waar mensen naar teruggrijpen op betekenisvolle momenten zoals uitvaarten, geboortes, afscheidsredes en andere overgangsmomenten.
Als er één rol is de die poëzie kan oppakken in de klimaatcrisis dan is het deze: ontvankelijkheid creëren. Ook al is het voor een select publiek, de diepte die je kan aanboren met poëzie is ongeëvenaard.
–
Er liggen mensen in de aarde, daar waar ze vroeger stonden,
met hun gezichten naar boven, armen gevouwen tegen de kou.
–
In achtertuinen slapen dieren met mensennamen, gehuld in karton
spitsen ze hun oren niet meer, hoe hard we ook roepen.
–
In een berg rusten prehistorische vissen
als laatste restanten van een zee, trekt een zoutlijn
nog altijd een rimpeling door de rotsen.
–
Terwijl de aarde zich opent als een kist
waarin dieren andere dieren leggen,
dieren andere dieren altijd weer
naartoe dragen, als een oneindige optocht.
–
Wie draag jij? Wie zal jou dragen,
waar leg je iemand neer?
–
uit Tot de zon zwelt
Wat zijn jouw literaire dromen voor de toekomst?
Ik ben de eerste ideeën aan het sprokkelen voor een nieuwe bundel, maar er ik word van veel enthousiast, werk graag buiten het boek en laat me ook met plezier meeslepen in projecten van anderen. Momenteel ben ik binnen de Klimaatdichters een project mee aan het voorbereiden van Anke Cuijpers en Pieter van de Walle dat zich richt op het Pieterpad dat door heel Nederland loopt. Dat wordt heel mooi denk ik.
Als ik echt mocht dromen zou ik graag een betere manier vinden om twee dingen dichter bij elkaar te brengen: anderen vooruithelpen en eigen werk maken. Ik droom al een tijdje ervan om een residentieplek te openen waar traagheid voorop staat. Misschien dat ik dat over een aantal jaar wel doe, een plek midden in de natuur waar ik het schrijven kan combineren met het uitnodigen van anderen om die traagheid te ervaren.


