Intrigerende poëzie blijft boeien
door Ellis van Atten
–

–
Anatomie van de grassen is de nieuwste bundel van Tijs van Bragt. Als lezer wandel je mee door de natuur; langs water waar iepen staan, langs zee, onder populieren door. Van Bragt heeft oog voor alles wat er te zien is. Hij moet wel in een vogelrijk gebied wonen: aalscholver, plevier, ekster, leeuwerik, zwaan. Hoe herkenbaar de beelden ook zijn, in de gedichten is het vaak zoeken naar betekenis. Het citaat waar de bundel mee start, is wat mij betreft goed gekozen: ‘Vage gedaanten in het donker van de nacht bewaren een woord.’ Het is van J.C. van Schagen uit de bundel Domburgse kriel. Veel gedichten bleven door mij lang onbegrepen – tot nu toe -, wat genieten niet in de weg hoeft te staan. Intrigerende poëzie blijft boeien.
De bundel start met drie gedichten. Als introductie? De titel van het eerste gedicht, ‘in jouw gedichten gebeurt niets, zei iemand eens’, nodigt direct uit tot een glimlach én tot lezen. De bundeltitel komt uit dit eerste gedicht: ‘(…) en ik dacht aan de talloze velden die ik beschreef / en aan de anatomie van de grassen / die in vele soorten als één lichaam tegen de wind.’ Een gedicht vol beweging dat de titel ontkent.
Dan volgt de afdeling ‘kartografie van een ontbreken’, die start met een cyclus van negen gedichten. Deze cyclus is een onderzoek naar wat verdwenen is, naar geschiedenis. Van Bragt heeft het over een verdronken dorp, verdronken paarden, de mens en het dorp die vergingen. De rouw en het verlies zijn voelbaar. En Zeeland, waar Van Bragt woont. Het kan gaan over de watersnoodramp in 1953, maar iedere kustplaats heeft een vergelijkbare geschiedenis en dezelfde krachtige beelden. Uit ‘2’ komt: ‘toen ze van dit gebied de eerste kaart maakten / visten ze op paling met een paardenkop’. Uit ‘5’: ‘de klok van een verdronken dorp // dat ratelende spinnewiel van tijd / hoort men eeuwen later slaan’. Een mooi geheel, ook door de terugkerende staken en de wildeman.
hoe breng je een ontbreken in kaart?
–
een karreveld trekt een lijn
tussen de inlaag die hij werd en de plaats waar hij was
–
hoe teken je een ontbreken in de ruimte?
–
klap in je handen en hoor de echo over het veld
de lege lucht heeft niets opgemerkt
–
er brandt gemis in je vuisten
Een enkele keer overviel mij de gedachte dat er wel heel veel natuur in de gedichten zat. Bij ‘veldnotities’ voelde ik zelfs wat irritatie bij bijvoorbeeld alweer een aalscholver. De opsommingen zijn soms wat veel. Maar misschien is het de confrontatie met mijn beperkte planten- en dierenkennis, die dit oproept. Al lezend ontdek ik wel betekenis in dit gedicht, dat raakt. Voor mij gaat het over mijn eigen onvermogen om invloed uit te oefenen, de dingen gaan zoals ze gaan.
–
je loopt het vermogen om te haten niet van je af
de kou, de routines, het ingesleten denken
je oorsprong in gebrekkigheid
–
een plevier kaatst adem uit haar kleine longen
ook de aalscholver hoog
aan zijn vleugels kleumt rijp
–
een motie indienen
om het zwart van rouw te vervangen
door de diepe kleur van riet
–
een ijle iep staat gedwee naast een andere iep
het water is vol exoten
twee staken als scheidingslijn
alles verdringt alles en alles drinkt haat
–
je volgt een ader in het ijs in een opgevroren kuil
verderop splijt een hond een kudde schapen
–
je leest af en noteert
dat stilstaan ook een reactie is
Langzaam en herhaaldelijk lezen geeft nieuwe inzichten. Het gedicht ‘escapades’ las ik met toenemende bewondering. Het voelt doorwrocht. Herlezend zie ik Van Bragt voor me, achter een bureau met een rode pen, herschrijvend. Herkenbaar, ik voel de zoektocht naar juiste woorden, naar originaliteit. Hoe laat je los wat je altijd doet? Hoe raak je geïnspireerd door je voorbeelden, zoals Hugo Claus, zonder ze te herhalen? J.C. van Schagen komt hier in de één na laatste strofe ook nog even terug.
–
langs het kanaal van Gent
waar de geur van gescheurde lever in de lucht hangt
–
noteer je dat je de rauwheid van Claus nog eens moet lezen
die Godsakkerse Oostakkerse gedichten
–
om dan achter een vrouw aan te gaan
die kruisbeens op haar hakken loopt
en waarvan het pekelvlees wacht
–
terwijl je dit schrijft, bega je een fout
straf wacht stilletjes en op afstand
–
een oude melodie zoekt een stem boven de velden
je wilt het geen hymne noemen, maar dat is het wel
het oude thema van mist, nacht en het zware woord,
heimwee
–
de vermoeidheid slaat in je benen, je moet nog even
–
in het huis maakt je hond een vreugdedans
je escapades zijn aan het dier voorbijgegaan
de sirenes, het aangeschoten wijf, je afspraak in de haven
–
aan je bureau doe je een J.C. van Schagen
en je schrijft neer:
–
lang is het kanaal en zwart als teer
Al met al een boeiende bundel met veel sfeer en betekenis.
____
Tijs van Bragt (2026). Anatomie van de grassen. Uitgeverij Ezo Wolf, 43 blz. € 20,00. ISBN 9789083635071



