LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Commentaren

Het commentaar op Anna Bijns
Het commentaar op Anna Bijns
In de zestiende eeuw leefde dichteres Anna Bijns -die niets van een huwelijk moest hebben- in Antwerpen en leidde een zelfstandig en onafhankelijk bestaan. Ze werd beroemd met haar werk als vrouwelijke rederijker. Ze staat bekend als feministe, maar ze was niet maatschappij vernieuwend. In haar ‘refreinen’, met soms dwingende stockregels, verzette ze zich tegen de nieuwe wereldorde van Maarten Luther. Hans Franse gaat er dieper op in.
Het commentaar op het Kunstenfestival Watou 2026
Het commentaar op het Kunstenfestival Watou 2026
Het West-Vlaamse kunstdorp Watou staat zomers in het teken van het Kunstenfestival Watou: een kruising tussen woord, beeld en context. Je kunt een parcours lopen dat volop beleving biedt. Zo was bijvoorbeeld het gedicht ‘Graas dan, grijsdier’ van Ruth Lasters te lezen op uitnodigende grote banners in zebraontwerp. Tom Veys vond het prachtig en hij doet verslag van zijn bezoek.
Het commentaar op Walt Whitman
Het commentaar op Walt Whitman
Walt Whitman (1819-1892) dichtte niet over Amerika, maar hij dichtte Amerika. ‘Hij ving de taal op van het volk en verzamelde die, zoals hij ook de Indiaanse woorden verzamelde. Hij bouwde dus in feite op van onder naar boven en wees de taal van het establishment af.’ Hij creëerde een democratische taal. Zijn bekendste werk is ‘Leaves of Grass’. Het commentaar van Hans Franse
Het commentaar van Marc Bruynseraede
Het commentaar van Marc Bruynseraede
Het commentaar van Marc Bruynseraede komt in de vorm van een recensie van de bundel ‘Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld’ van Alja Spaan. Hans Puper heeft deze bundel al voor ons besproken. Bruynseraede geeft aan: ‘Ik schreef dit omdat ik iets anders te melden heb dan wat ik gelezen had bij de overige recensenten. Hij noemt het een ‘tweede lezing’.
Het commentaar van Tom Veys
Het commentaar van Tom Veys
Schaken is een thema dat in verschillende vormen van de literatuur wordt behandeld. Schaken kan bovendien een uitgangspunt voor poëzie zijn, zo zegt Tom Veys. Hij toont dit aan met gedichten van verschillende dichters, waaronder een gedicht van Ingmar Heytze dat hij schreef naar aanleiding van het overlijden van de Nederlandse schaakgrootmeester Jan Timman.
Het commentaar van Wopke van der Lei
Het commentaar van Wopke van der Lei
Wopke van der Lei geeft commentaar op het feit dat volgens hem de eindtijd voor de streektalen niet nábij is, maar al praktisch vóórbij. Dit omdat het Standaardnederlands de streektaal opslokt en dooddrukt. Daarom is hij blij met de verzamelbundel ‘Vier je eigen taal’. Hierin staan ca. zeventig te onderscheiden tongvallen, waarvan het grootste deel behoort tot de Nederlandse taalfamilie.
Het commentaar op Betje Wolff (en Aagje Deken)
Het commentaar op Betje Wolff (en Aagje Deken)
Hans Franse neemt deze keer een vrouwlijke dichter onder de loep. Betje Wolff (1738-1804) was dichter en schrijfster en had een vrijzinnige geest. Later werd zij samen met Aagje Deken een onafscheidelijk 18e-eeuws schrijversduo en werden zij hartsvriendinnen. Hun werk kenmerkt zich door scherpe maatschappijkritiek, humor en een patriottische inslag. Het commentaar van Hans Franse.
Het commentaar van Yvan De Maesschalck
Het commentaar van Yvan De Maesschalck
Hoe is recensent Yvan De Maesschalck eigenlijk een poëzielezer geworden? De kiem werd gelegd in een dorpsschool door twee gedichten die hem diep raakten. Dan was er nog zijn moeder die thuis psalmen zong en gedichten uit haar hoofd kon opzeggen. En laten we de twee leraren niet vergeten die zich met enthousiasme wentelden in de grote literatuur en dit overbrachten op hun leerlingen. Het commentaar van Yvan De Maesschalck.
Het commentaar op Hendrik Tollens
Het commentaar op Hendrik Tollens
Hendrik Tollens (1780-1856) werd in zijn tijd gezien als de ware Volksdichter des Vaderlands. Zijn meesterwerk was het epos ‘De overwintering der Hollanders op Nova Zembla’. Hans Franse heeft het hergelezen en zegt: ‘Het is een vertelling op rijm, met veel dialoog en veel toespraken, de tranen vloeien rijkelijk, de opoffering voor het Vaderland springt eraf.’ Het commentaar op Hendrik Tollens.