Proëzie

Waarom schreef Bert Schierbeek proëzie? Wat is dat eigenlijk? En was hij de enige? Deze column van Hans Puper is een vervolg op zijn vorige: ‘Poëzie of proza?’

Lees verder

Poëzie of proza?

De ten onrechte minst bekende Tachtiger, de Limburger Frans Erens (1853 – 1935) schreef schetsen die hij aanvankelijk ‘Gedichten in proza’ noemde. Hij onderhield goede contacten met Stéphane Mallarmé en de naturalist Émile Zola. Beiden waren van belang voor zijn literaire opvattingen.
De meicolumn van Hans Puper.

Lees verder

‘ik wou het heelemaal zeggen – / Maar ik kan het toch niet zeggen.’

Er wordt de laatste paar jaar weer opvallend veel gesproken en geschreven over ‘het onzegbare’ en wel op een manier of het om iets vanzelfsprekends gaat. Meestal wordt het in verband gebracht met metafysica, maar je kunt er ook op een aardser manier naar kijken: onzegbaarheid wordt in de eerste plaats veroorzaakt door de ontoereikendheid van de taal, iets wat we ook in het dagelijks leven ervaren. De column van Hans Puper.

Lees verder

Geurtjes

Er zijn auteurs die je tegenstaan, al zijn ze bij velen zeer geliefd. Een treffend citaat kan de reden daarvoor beter verhelderen dat een uitgebreide uitleg. De nieuwe column van Hans Puper.

Lees verder

Dagen

Er zijn dichters die heel ver gaan om bekend te worden: zij doen er alles aan zichzelf en hun poëzie ‘in de markt te zetten’ door te netwerken en zich binnen trends net genoeg van hun concurrenten te onderscheiden om als uniek beschouwd te worden. Hun volstrekte tegendeel is Kees Engelhart, die in stilte werkt aan een episch gedicht, dat zo’n 50.000 regels moet gaan tellen. De februari-column van Hans Puper.

Lees verder