Daniël Vis – Het weefsel

Peter Vermaat rekent ‘Het weefsel’ van Daniël Vis tot de zogenoemde filosofische poëzie. Maar binnen dit genre vormt het een positieve uitzondering: ‘Een ogenschijnlijk zachte stem die met een scherpe tong het scalpel in je dagelijkse ervaring van de werkelijkheid blijkt te hebben gezet.’ Tegenover de mythe van een kleine mens die door een groot opperwezen in een onbegrijpelijke en ongrijpbare wereld geplaatst is stelt Vis een nieuwe mythe: ‘die van de mens die met de taal zijn eigen omtrek uitbeitelt uit de ervaren werkelijkheid.’

Lees verder

Eva Gerlach – Oog

Na ‘Kluwen’ en ‘Ontsnappingen’ sluit Eva Gerlach het drieluik ‘Labyrint’ af met ‘Oog’. In deze bundel “toont ze hoe de woorden en beelden elkaar zoeken en vinden”, aldus Johan Reijmerink. “Ze keert terug naar de wereld van ‘het er zijn’, van voordat de begrippen worden gerepresenteerd en gevangen. Het oog als belichaamde waarneming vervult daarbij als venster van de ziel het wonder dát te openen wat geen ziel is, de gelukzalige wereld van de dingen en de klankrijke woorden.”

Lees verder

Gedichten

Ik ben niet gek, ik ben een zeester – I Elke morgen in bed speel ik zeesterretjeVreemd hoe ik telkens weer verbaasd bendat ik daarbij niemand weet te raken. Ooit vertelde een man dat je zeesterren niet moetoppakken, omdat hun benen kunnen breken.Alles wat je te zien krijgt als het eb is,is kwetsbaar. Mensen kun je daarom ook beter latenliggen. Alleen kijken, met je handen op de rug en somsje blik laten rusten op ietswat groeit en een vorm aanneemt die precies zou kunnen passen. Mensen proberen elkaar aan te trekken als veel te krappe winterjassen, zelfs als de naden […]

Lees verder