Martijn Benders – Lippenspook

De nieuwe bundel van Martijn Benders, Lippenspook, heeft een ongeremdheid die zijn poëzie spannend en aantrekkelijk maakt, maar soms ook afstotelijk en vervreemdend is. Benders is eigenzinnig en we kunnen nog veel van hem verwachten. Welke kant het op zal gaan, blijft nog ongewis. Een recensie van Johan Reijmerink.

Lees verder

Poëzie Kort 2016 / 10

In ‘Poëzie Kort 2016/10’ bespreken Lennert Ras en Hans Puper ‘Het refrein van andermans leven’ van Arnold Jansen op de Haar, ‘Trommelbrood en Crucifix’ van Kees Engelhart, ‘Gedicht aan de duur’ van Peter Handke en het fotoboek ‘De Ommeloze’ van Carl Deseyn, met gedichten van Annie Reniers en Claude van de Berge.

Lees verder

Hans Keilson – Sonnetten voor Hanna

Hans Keilson (1909 – 2011) werd op zijn honderdste beroemd, omdat recensente en schrijfster Francine Prose hem in de ‘New York Times’ een van de beste schrijvers ter wereld noemde. De ‘Sonnetten voor Hanna’ stammen uit de oorlog. De Joodse auteur schreef in zijn moedertaal, die tevens de taal van zijn vijand was: in 1936 verhuisde hij met vrouw en kind van Duitsland naar Nederland. Jos Versteegen heeft de sonnetten vertaald. Recensent Hans Franse: ‘Deze poëtische verslaggeving van een liefde tijdens het onderduiken, is zeer de moeite waard.’

Lees verder

Cees Nooteboom – Monniksoog

De titel van deze recensie is de opening van de Phaidros van Plato, in de vertaling van de School voor Filosofie, Amsterdam. De Phaidros (in het Nederlands ook vaak aangeduid als ‘Phaedrus’), is een dialoog tussen Sokrates en één van zijn leerlingen waarin Plato allerhande thema’s uit zijn filosofie aansnijdt, met name het wezen van de taal, de eros en de retorica. In veel gedichten uit Monniksoog verwijst Nooteboom naar dit werk of reageert hij op denkbeelden hieruit. Recensie door Eric van Loo.

Lees verder

Peter WJ Brouwer – Brief aan wie niet bestaat

Levity Peters vindt ‘Brief aan wie niet bestaat’ van Peter WJ Brouwer heel goed: ‘Het begint al bij de titel op de omslag. Daar staat: ‘Brief aan wie niet’ in een ander lettertype gedrukt dan ‘bestaat’. Het is een brief ‘aan wie niet’. Dat is duidelijk: deze gedichten zijn ook aan mij gericht. ( … ) ‘Over het geheel genomen is ‘Brief aan wie niet bestaat’ een bundel die ik niet graag had willen missen en die blijft naklinken lang nadat je hem dichtgeslagen hebt, als een persoonlijk aan jou gerichte brief.’

Lees verder