Mark Meekers – Bodemloos blauw

Mark Meekers is na Hugo Claus de meest bekroonde dichter van Vlaanderen. Daarnaast is hij beeldend kunstenaar. In beide hoedanigheden is hij geobsedeerd door Marc Chagall. In ‘Bodemloos blauw’ beschrijft hij in 86 gedichten de levensloop van de schilder en becommentarieert hij zijn werk. Recensent Hans Franse: ‘Ik vind het een grootse poging om vanuit een grote liefde voor, kennis van en zelfs op sommige punten identificatie met Chagall een dergelijk consistent werk te schrijven.’

Lees verder

Poëzie Kort 2016 / 11

In POËZIE KORT 11 recenseren Eric van Loo, Lennert Ras en Hans Puper de bundels ‘Vel’ van Maarten Embrechts, ‘Woon ik hier’ van Jos Versteegen, ‘Plots hel het werd. Jacobus van Looy en de Battle of the Somme’ onder redactie van Geert Buelens en ‘De geschiedenis van zand’ van Amarantha Groen.

Lees verder

Jef Blancke en Joke van Leeuwen – Aangeraakt

‘Aangeraakt’ is een bundel met schilderijen van Jef Blancke en woorden van Joke van Leeuwen. Recensent Johan Reijmerink: ‘Het breekbare van veel portretten krijgt een adequaat poëtische lading mee. De teksten hebben de portretten nodig om een bedding te vinden. De portretten van Blancke winnen aan zeggingskracht door de rake duidingen van Van Leeuwen. De begeleidende teksten getuigen van een verreikende inleving in het gedachte- en gevoelsleven van de geportretteerden.’

Lees verder

Ilja Leonard Pfeijffer – De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten

Komrij heeft een opvolger van formaat. Zijn bloemlezing kun je zonder overdrijving De Dikke Pfeijffer noemen. Hij heeft een geheel eigen selectie gemaakt uit respect voor Komrij: een eigenzinnig bloemlezer volg je niet zomaar na. Dat maakt ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten’ tot een imposante en bij tijd en wijle ook amusante bloemlezing. Een recensie door Hans Puper.

Lees verder

Paul van Ostaijen – Music-Hall

Honderd jaar geleden beleefde Vlaanderen een literaire aardschok, gevolgd door een van storm van verontwaardiging: Paul van Ostaijen, een dichter van nauwelijks twintig jaar, debuteerde met de bundel ‘Music-Hall’, over het uitgaansleven in Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Matthijs de Ridder bezorgde een mooie jublileumuitgave, waarin hij vijf nog niet eerder gepubliceerde gedichten opnam. In zijn nawoord gaat hij onder andere in op de poëtische ontwikkeling van de dichter tot aan de verschijning van zijn debuut. Een recensie van Paul Roelofsen.

Lees verder