Erik Bindervoet – De droom van eb inkt diervoer

Peter Vermaat laat zich meevoeren door de poëzie in ‘De droom van eb inkt diervoer’ van Erik Bindervoet: ‘Misschien is dit ook wel de sterkste kwaliteit van Bindervoet ’s poëzie, namelijk dat je door de taal in een stroomversnelling van klank en associaties getrokken wordt, die zijn eigen structuur en logica aan je oplegt zonder dat je de behoefte voelt om op het gebied van betekenis het stuurwiel in handen te blijven houden.’

Lees verder

Paul Soete – Vergrootglasogen

Recensent Ivan Sacharov heeft met zijn eigen ‘vergrootglasogen’ de bundel gelezen van Paul Soete. Hij had graag meer gedichten geciteerd uit ‘Vergrootglasogen’: ‘Er vallen mooie dingen op en af en toe ook minder mooie. Misschien moet ik alles – met andere ogen – nog een keer lezen.’

Lees verder

Liesbeth Aerts – Woonoperaties

Peter Vermaat blijft lauw onder ‘Woonoperaties’ van Liesbeth Aerts: ‘De taal is op kamertemperatuur, niet heet van woede of scherp koud van haat. Nergens word ik door de kracht van taal overweldigd, nooit is het muziek van klank die overstemt. Een aantal keren lees ik aardige beeldspraak, hier en daar een opvallende observatie. Heeft de dichter geprobeerd om, door het verwijderen van het al te persoonlijke, het overblijvende herkenbaar te laten zijn voor iedereen?’

Lees verder

Antjie Krog – Broze aarde

We horen in de reguliere media nauwelijks nog iets over oorlogsellende, het leed van vluchtelingen, armoe en de opwarming van de aarde. Alles gaat schuil achter de coronacrisis en dat niet alleen: we worden overspoeld door een golf coronagedichten. Begrijpelijk, want er zijn weinig mensen die niet zelf of in hun omgeving met ziekte of economische ellende te maken krijgen. Maar toch: is hier geen sprake van bewustzijnsvernauwing?
Antjie Krog laat je weer ruimer kijken, en hoe. Ze maakt je gelukkig en wanhopig tegelijk. Een recensie van Hans Puper over ‘Broze aarde’.

Lees verder

Jérôme Gommers – Momentums laadklep

Peter Vermaat is overdonderd door ‘Momentums laadklep’ van Jérôme Gommers: ‘Deze poëzie maakt dat je niet met rust gelaten wordt en zelfs de overgang van de ene pagina naar de andere blijkt soms een nieuwe wagon van een langsrazende trein. Misschien is de beweging door heel de bundel heen het beste te vergelijken met een val in het oneindige, waarin vooral de ervaring van die vallende beweging allesoverheersend is. De trein van hier naar nergens staat gereed om in te stappen. Een kaartje is niet nodig. Binnen houdt broeder Jérôme zijn wake en deelt uit.’

Lees verder