Marie Claus – Hier huizen draken

Peter Vermaat heeft het gevoel dat hij de ‘Libelle’ aan het lezen is bij de bundel ‘Hier huizen draken’ van Marie Claus: ‘Dat wordt voornamelijk veroorzaakt door het alomtegenwoordige parlando, dat bovendien van de kabbelende en babbelende soort is. Mijn voornaamste bezwaar tegen deze poëzie is dat daarin consequent de dieper liggende lagen worden vermeden. De dichter houdt zichzelf – ondanks de quasi-persoonlijke wederwaardigheden die met de lezer gedeeld worden – angstvallig op de vlakte en blijft steeds opnieuw buiten beeld.’

Lees verder

Guido Lauwaert – van de straat geraapt

Wim Platvoet bespreekt de bundel ‘van de straat geraapt’ van Guido Lauwaert. Dat de liefde van Lauwaert bij het toneel ligt moge duidelijk zijn want een dichter is hij niet. ‘Het zijn alledaagse verhaaltjes van een oude man die vol ressentiment op zijn leven terugblikt. In de poëtische pogingen overheerst de inhoud. Wat ik als lezer met die inhoud te maken heb, is mij volkomen onduidelijk.’

Lees verder

Monique Bol – er liggen twee holtes op je kussen

De gedichten in de debuutbundel ‘er liggen twee holtes op je kussen’ van Monique Bol zijn van wisselende kwaliteit. Niet alle gedichten hebben bestaansrecht. Toch heeft Ivan Sacharov best genoten van deze romantische poëzie. ‘Monique Bol schrijft over het geheel genomen smakelijke, goed leesbare teksten met een bourgondische inslag, die laten zien hoe je van het leven kunt genieten en balen.’

Lees verder

Jonathan Griffioen – De (t)huiszittergod

In ‘De (t)huiszittergod’ van Jonathan Griffioen handelt het om de binnenwereld van iemand die gek is. Vanwege de geloofwaardigheid had de poëzie wellicht ruiger en rauwer gemogen, vindt Kamiel Choi. ‘De poëzie klinkt belangeloos Dat kan frustreren; de lezer zoekt tevergeefs naar betekenis en schakelt ten einde raad over op een asemische lezing. Wat dan overblijft is een enorme woordenvloed die een enkel mooi fragment op het strand van onze verbeelding spoelt.’

Lees verder

Johannes van der Sluis – Profane verlichting

‘Profane verlichting’, de derde bundel van Johannes van der Sluis, heeft een surrealistisch karakter. Hans Puper vindt de bundel niet sterk. ‘Er klinkt een echo door van Rotterdamse dichters als Cornelis Vaandrager, Frans Vogel en Jules Deelder, maar het ongeremde ontbreekt, ook bij zijn surrealisme.’ Bovendien zijn de gedichten volstrekt eenvormig, wat eentonigheid in de hand werkt.

Lees verder