Jana Arns – Het is het huis dat niet goed alleen kan zijn

‘Het is het huis dat niet goed alleen kan zijn’ van Jana Arns wordt besproken door Peter Vermaat: ‘Evenals de lezer stelt de dichter zich op als beschouwer, waarbij wat beschreven wordt niet als persoonlijke waarneming, maar als feit wordt gepresenteerd. Door het niet te hebben over het individu, gaat het daarmee over iedereen. Het taalspel ziet er ingenieus uit, maar heeft als nadeel dat je het na een of twee keer lezen wel doorhebt.’

Lees verder

Dominique De Groen – Sticky Drama

Ivan Sacharov vindt ‘Sticky Drama’ van Dominique De Groen hier en daar wel vermakelijk: ”De Groen schept er de hele bundel genoegen in om sprookjes te vertellen, en die hebben meestal een diepere laag van betekenis. Echter vind ik haar in biologische termen ondergedompelde beeldspraak een tikje eentonig en niet overtuigend genoeg. De echte meeslependheid beperkt zich tot enkele ‘poëtische’ momenten.”

Lees verder

Hilda de Windt Ayoubi – Geef me je taal. Dat ik je beter versta

‘Geef mij je taal. Dat ik je beter versta’ van Hilda de Windt Ayoubi is volgens Hans Franse veel meer dan een gedichtenbundel: ‘Het is een essay, maar ook een pamflet. Het is een eerbetoon aan twee linguïsten: Frank Martinus Arion en Pieter Muysken. Maar het is ook een appèl voor het spreken en bestuderen van minderheidstalen in het algemeen en in het bijzonder het Papiamentu.’

Lees verder

Gert de Jager – Schitterende, labiele knooppunten

Recensent Herbert Mouwen: ‘’Na het lezen stel ik vast dat de bundel van Gert de Jager ‘Schitterende, labiele knooppunten’, een postmodernistische opzet heeft. Ik word niet emotioneel geraakt door de poëzie van De Jager, maar ik vraag me oprecht af of ik dat als lezer mag verwachten bij dit type gedichten. Ik ontken niet dat Gert de Jager een interessante dichter is, die op geheel eigen wijze met poëzie aan de gang is. Poëzie die vooral filosofisch van aard is.’’

Lees verder

Diverse dichters – Ik wou dat ik een vogel was

Ernst Jan Peters: ‘Een poëziebloemlezing voor de jeugd met een natuurgedicht voor iedere dag van het jaar. Dat is ‘Ik wou dat ik een vogel was’. Geïnspireerd naar Engels voorbeeld, de illustraties van Fann Preston-Gannon vormen dan ook de rode draad van de bundel. Voor de gedichten hebben de samenstellers succesvol geput uit de bibliotheek aan Nederlandse natuurgedichten. Klassiekers en nieuwkomers. Sommige speciaal voor kinderen geschreven, andere goed door kinderen te lezen.’

Lees verder