Ik in slam poetry

Gedichten kunnen heel goed gaan over de specifieke situatie van een dichter (waar vindt de dichter anders materiaal?) en toch betekenis hebben die deze te buiten gaat. Dat zijn de betere gedichten, op het podium en op papier. Dat stelt Jan Loogman in een reactie op een column van Rashif El Kadui over de ik in slam poetry (de Poëziekrant, 1e nummer 2020).

Lees verder

Oprecht Veinzen

In de trein naar Amsterdam hebben Leopold Groot Bunink en Johannes een boeiende discussie over het ik en oprecht veinzen. Daarna scheiden hun wegen zich weer. Een column van Hans Puper.

Lees verder

In memoriam Jules Deelder

Jules Deelder herdacht door Dirk Hartman. “Een adembenemende verschijning, altijd onberispelijk gekleed, met schijt aan heel de wereld, zichzelf zonder uitzondering uitdrukkend in het Rotterdams. Een geweldige kerel!“ Zijn herinneringen aan deze bijzondere dichter delen wij graag.

Lees verder

De tarantella van Pulcinella

Hans Franse over het masker van Arlecchino, het een week lang niet wassen van je wang, de commedia dell’arte acteur Luca, de vriendschap met Pulcinella, de komische figuur uit Napels en de groep straatartiesten, ook tieners, die zich ook geoefend hadden als koorddanser, kunstfietser, steltloper en een spel met veldwachters in het chique Den Haag.

Lees verder

Dagboek van een redacteur (7)

Of je nu een gedicht leest in een bundel, in een tijdschrift of op een poëziekalender: vrijwel altijd wordt de naam van de dichter erbij vermeld. In hoeverre beïnvloedt dit onze manier van lezen? Eric van Loo droomt in deze column van anonieme gedichten.

Lees verder