Gedichten

Anobium Zo zijn wij getraind in doen alsof de houtworm in huis ons niet kan deren We zien hoe hij de overloop naar de slaapkamer vraatzuchtig ruïneert en met veel kabaal de deur uit haar hengsels hijst Het houtmeel vegen we gracieus onder de mat. De larve zakt bij voorkeur naar de weekste delen van het koude hout Straks vreet hij de poten weg en zelfs dan, als we met een smak op de mulle vloer belanden, zullen we het veel gedoe om niets vinden Zo zijn wij. Zo veinzen wij ons een veilig houtwormloos bestaan M Deze stad die […]

Lees verder

Gedichten

Soms moet dat Ik sta met mijn open mond vol geluk te wachten tot iemand het eruit pakt wil je het geluk uit mijn keel pakken zodat ik er niet langer over struikel tijdens het praten misschien zou je kunnen luisteren op de kruk bij mijn knie kunnen zitten zeggen dat je iets leuks gaat doen dit weekend dat je van alles van plan bent en vragen of ik daar de uitvoering van wil worden misschien kun je mijn hand vasthouden als we nog eens samen voor een winkelruit ons af staan te vragen hoeveel de papieren vogel kost of […]

Lees verder

Gedichten

Het leven is precies wat het is (Lívið er just tað, sum tað er) Nog maar een paar stappen, dan ben je er niet meer. Een restant van je lucht blijft altijd hangen in je kledingkast, de druppelende kraan in de keuken beseft niet goed dat je weg bent. Wanneer een baarmoeder, ontstoken bij middernachtlicht, op je wacht, wat dan nog? En wat als je opnieuw het niets wordt wat je was voordat je in de baarmoeder gegoten werd? Het heeft geen zin om te verlangen naar wat voorbij is. Je bent nooit te laat of te vroeg geboren. Knies […]

Lees verder

Gedichten

EERSTE LIEFDE

met hem wil ik spelen
dacht ik maar ik deed het niet

zat stil en wist
dat er iets kapot moest

dat al mijn meisjesboeken
me hadden voorgelogen

dat ik prinsen zou beminnen
met butsen en builen

die dag was ik zo oud
als ik jong was

mijn in zichzelf verzonken prins
ontging het

Lees verder

Gedichten

Een vrouw strijkt vouwen uit kussenslopen, een kind speelt een spel met negen levens. Tegen een hek staat een oude fiets, een man plast in een heg. De fiets wordt door een voorbijganger gered van verdrinken in een gracht. Een bijna vader bladert in het telefoonboek op zoek naar namen. Er staan auto’s verkeerd geparkeerd en er zijn agenten in burger, maar feitelijk doet niemand iets fout. In een open raam dat niet open mocht zit een meisje in een zijden jurk. Onder haar bungelende voeten zwijgt de straat als een graf. Met alle ogen die ik heb, probeer ik […]

Lees verder