Gedichten

Synesthesie Je stem klinkt donkerblauw vandaag. Mijn maag trekt samen als ik uit je koude handen drink. Je smaakt naar meer, citroenfrisliefste nevelsymfonie: Je kust trombones in mijn hoofd en laat mijn zenuweinden staren naar je onzelfzuchtig geurpalet. Je haar zo zacht en bang, zo perzikdood, zo kamervullend nat. Ik geloof je als je zegt dat samenzijn versmelten is. Ik hoorproefvoelzieruik en ben jou, mij, ons. Wij zijn één. Inkt en onbeschreven blad.   Zhuangzi on Acid Alles draait om mij. Ik kijk de wereld echt. Als ik het zeg waaien alle winden mee. Wolken miezeren mijn verdriet. Mijn blijdschap […]

Lees verder

Gedichten

Ochtendlijk A’dam Leeg Amsterdam: de grachten zijglad nog, de huizen stil, als wie er nog in slapen, de meeuwen weifelziek, het water nauwelijks rakend. Een fietsster die belachelijk haast voor een stoplicht wacht, met ver in het verschiet, een oprijlaan van wijdte. Wij zitten winters anachroon, genietend op een Leids terras de wereld overwegend. We zeggen niets, zolang de zon ons zoent, zolang het licht ons zegent.   Zomerterras Zon was er stilaan gewoonte. Glanswangen van glas onder de avondlinden. Jou er te vinden Kenden mekaar louter van kijken. Jij had zoveel om me te laten zien. Ik duizend redenen […]

Lees verder

Gedichten

De dame en de vrouw In het slamcafé aan de gracht beweerde een dame met zwaaiende armen dat poëzie is voorbehouden aan kinderen; nee, aan het maken ervan en het krijgen aan de orgastische kramp in haar dijen. Ik werd daar erg droevig van en verliet het café; het regende zacht maar niet troostend, het viel mij zelfs aan voor het raam van een vrouw die wenkte. Ik moest wel naar binnen gaan en stamelde wat mij zo had bezeerd. Zij luisterde alsof ze begreep. Het was een Poolse. Die heeft verdriet moet zij hebben gedacht. Ze zuchtte. Ik hijgde. […]

Lees verder

Gedichten

Vlucht daar klapwiekt een kind het kan kijken met ogen groot als van een jonge nestvogel het kind houdt iets in de holte van zijn smalle vuist een onzichtbaar insect met stippen en een breekbaar schild schoksgewijs beweegt het kind zijn hoofd verscholen in de capuchon van een gele regenjas het klapwiekt boven bergen versgemaaid gras en rivieren natgeregend asfalt strijkt neer en schikt zijn kleren Uit: Na de vlakte, 2008   Zilvervissen op het witte strand spoelen de vissen aan met de zilveren ingewanden obsceen ademend als in een pornofilm oog in het groot onder het licht van de […]

Lees verder

Gedichten

AJENO Largo se le hace el día a quien no ama y él lo sabe. Y él oye ese tañido corto y duro del cuerpo, su cascada canción, siempre sonando a lejanía. Cierra su puerta y queda bien cerrada; sale y, por un momento, sus rodillas se le van hacia el suelo. Pero el alba, con peligrosa generosidad, le refresca y le yergue. Está muy clara su calle, y la pasea con pie oscuro, y cojea en seguida porque anda sólo con su fatiga. Y dice aire: palabras muertas con su boca viva. Prisionero por no querer, abraza su propia […]

Lees verder