Gedichten

Inge Boulonois

TOURNEE

Wat gebeurt: een gele dag
en hij nestelt zich als bij toeval
in de korf van mijn ribbenkast,
die vogel van kristal.

Mooier dan La Gioconda en
nooit vermoeid bezit hij bebroedt hij
mijn hardrode hart, de dauw
van de melkweg nog rond zijn bek.

Met de kop continu in de wolken
ritselt hij op overgebleven blad,
port een verborgen vonk op,
zingt prompt heel mijn binnenste
licht, veel lichter dan het oog
van een dichter in de regel velen kan.

Op een gele dag
nestelt hij zich als bij toeval
in de korf van een ribbenkast.
Al eeuwen is hij op tournee –

Lees verder

Gedichten

Angela Marinescu

Blues (Aceste bluesuri impregnate)

Deze bluesgedichten doordrongen van de geur van papier
van de gitaar van Paco de Lucia en van
jouw kracht je te verschuilen achter een clownsmasker
zijn precies wat ik me nu heb voorgenomen
niet meer, maar ook niet minder
in een gelijkmatig en toch onheilspellend ritme
van steeds geraffineerder vleselijke genoegens toen
het welriekende haar op je borst vermengd met sigarettenrook
me een moeilijk te beschrijven beneveling van de zintuigen bezorgde,
en toen ik omzichtig afdaalde over de middellijn,
ik bedoel die bruinige lijn van jouw buik
had ik kunnen stuiten op een kuil, een meer, een put
maar ik botste op een in de natuur omgevallen toren,
zo dikwijls ontmoet en zo weinig voorspelbaar
in zijn weerspannigheid, dat ik naar adem snak.
ik streel je schedel, je handen en zelfs je lange ranke voetzolen,
ik streel je huis, de kleurloze, bijna zwarte bloem voor het raam,
je doffe blik van een zieke die niet weet hoe ziek hij is,
ik streel ze zonder hartzeer, zonder verspilling, zonder afgunst
hoewel ik misschien niets van dat alles heb
maar eerder met een bezorgdheid die
het uitdagende gevoel van verlangen kan vervangen
en de hartstocht van de dingen die na een brand zijn overgebleven,
het geweld van het bezitten, want men zegt dat seks gewelddadig is
en zelfs dit uiteinde van de wereld
vanaf nu verloren voor minstens honderd jaar zo niet voorgoed,
ach, en jouw haan stapt met mijn voetzolen,
en jouw trompet speelt met mijn lippen
en jouw minnaressen vrijen met je met mijn handen.

Vertaling: Jan Willem Bos

Lees verder

Gedichten

Peter M. van der Linden

dordrecht

vroeger vond ik dat een geheimzinnige stad
met het r.k ziekenhuis en poorten eromheen
waar ik met moeder en de pont aankwam
vanuit zwijndrecht als ik ziek was aan mijn oren

ik fietste in die tijd ook wel eens naar r.c.d
met mijn voetbalvriendjes van vv. zwijndrecht d3
en meerdere malen naar dfc waar we tot de c1
kansloos van de mat werden getikt

als puber leerde ik flipperen als tommy
in de muizenval drinken in het dolhuys
en geniepig klaverjassen in vissers
zaken die ik nog steeds goed beheers

later ging ik er ook maar wonen en leerde
de muzikanten en de geveltjes kennen
en hoe mooi die geveltjes ook zijn
je hebt er ‘s nachts niks aan

maar het is al snel boeiender dan zwijndrecht
waar nu alleen nog mijn vergeetachtige moeder
rondloopt tussen de vergetenen en verder
de school staat daar niet meer, niet het huis
niet meer de ruimte achter de perenbomen
de tuinderijen langs de rotterdamseweg

ik heb er weinig meer van zwijndrecht te vinden
in dordt ligt altijd nog te wachten
in van alles ben ik inmiddels opgenomen
als een fragment in haar legpuzzel
van monumenten, water en sfeer

het is de sfeer die bij mijn lopen past
en het licht dat hier schijnt blijkt anders
maar dat zag ik ook pas na vele schoenen
goed kijken is lang stilstaan

hoe dordt je ook stilzet in de tijd
het blijft wiebelen tussen stad en dorp
net iets te iel voor rock-‘n-roll

dit eiland is tokkeltje blues door klassiek
met een gezicht veel knapper dan zijn volk
het volk dat verknocht is aan het hof
waar holland werd geboren, aan scheffer
en de grote kerk met zijn scheve nek

en zo werd ik ook dordts volk
een beetje verkneukeld kan ik er thuiskomen
wetend dat het er weer hetzelfde werd
na een stedentrip of een wereldreis
is het de kunst de voorstraat-kitsch te mijden
een lichtvoetig laveren te verkiezen

vanaf de grote kerk de nieuwe haven
van de hondjes en de jachten volgen
de kuipershaven door
de damiatenbrug voorbij
een bankje pikken om twee uur ‘s nachts,
op de gevoelige plek
waar dordt de blues herbergt

in slome duwbak op rood kadelicht
witte plukken nachtmeeuw
bij wonderwolken op drie rauwe rivier
is er altijd wel een solo bij bankje vier
over soms gelukkig in het grote niets
als sterren in het groothoofd wateren

Lees verder

6 x Dichters

THOM SCHRIJER

de werker

Hij wordt wakker van het dringen
van een dag, de ochtendspits, de
dunne handen op zijn schouders.

Hij is houder van records zonder
betekenis. Van zijn tijd bolt hij de
uren uit in bange dienstverbanden.

Door productielijnen overmand, zijn
hoge toon verzand in wrevel, wil
hij vandaag alleen maar rekenen in
soorten van verdwijnen, uit zijn
systemen weggeschreven zijn.

Vandaag wil hij plaatsvinden in
een fietser op een plein, een fietser
die rondrijdt op een plein en
regels terugzingt uit een droog
gevallen kinderlied.

Lees verder