Gedichten

Thomas Möhlmann

Nooit stil

Als een zebrapad dat van geen ophouden weet

een uitnodiging zonder datum of plaats alsof wanneer
hij stilstaat ik ook stil zal staan maar hij staat nooit stil

een grote omtrekkende beweging een stad zonder centrum
een opeenhoping van centra een verzamelpunt voor rukwinden

een genadeloze machine van mogelijkheden een voetganger
omringd door stoeptegels stoplichten op groen wachtende auto’s

voorrangverlenende fietskoeriers en nergens een bankje
om eens genoeglijk op in te storten alsof er kortom

iets moois aan staat te komen en iedereen gewoon de goede kant
op moet we zullen winnen als we maar willen en vooral alsof

ik iets voor hem in petto heb een zinnige vraag
een verhelderend antwoord het begin van een zin.

Lees verder

Gedichten

Y.M. Dangre

Twee meisjes zo zacht

Op een bank zit mijn schaduw en zijn rug
Gekromd in de zonneslag van een droom, ik kijk
Naar de schaduwjurkjes van de wind en leg mij
Languit in het geritsel van twee meisjes
Die schommelen in mijn losgewaaid verdriet.

Hun gezichtjes laaien op, zingend groeien ze
Het gebladerte van mijn ogen vol en blozen
De traag uitgezaaide dagen van mijn geheugen groen
Tevoorschijn. Ze gieten mijn eetbare nerven
Van oude liefde vol.

Twee meisjes zo zacht van aarde, zo lenig
In mijn vuurschors gekropen dat ik bijna barst
Van hun onderzeese honing en mijn huid
Terstond het licht, de dubbele plantengroei
Van hun adem aanneemt.

Lees verder

Gedichten

Astrid Dewancker

een manier van zwijgen

soms wil ik mezelf
te buiten gaan in breken en in snijden
als mijn hand een naakt wijnglas omklemt
reik ik naar scherven

aan jou doodgaan kan ik niet
jij die al mijn monden zingt
en met je ogen draait
als je oude Château La Tour proeft

dit is geen mime met de kiezen op elkaar
dit is woordloos voor de hand liggen
liefhebben is een manier van zwijgen

Lees verder

Gedichten

Antoinette Sisto

F O C U S

Wat is dat teer, afbreekbaar punt
waar onze lijnen niet meer samenvloeien?
Afstand die ik volg
maar niet naartoe genegen ben

Gevallen appels kan ik feilloos vinden
op de tast in het donker, verscholen
in greppels achter de dijk.
Cirkels in het jonge gras

die onuitwisbaar willen blijven
of ik jou daadwerkelijk
terugvind – in een ring
een naam die anders klinkt

Waar zal ik straks ontwaken

tussen het weiland en de sloot
tussen de einder en het water
tussen de parelmoeren wolken

torenhoog –
boven huizen in de ochtendkou

of onder jouw arm
buiten het dekbed
naast je hartstochtelijk slapend oog

dit gedicht is op de tweede plaats geëindigd
bij de GSK Publieksprijs voor proza en poëzie 2009

Lees verder

Gedichten

Marleen van der Velden

Het begin van het einde

Ik laat mijn handen vogels zijn.
Nu de jaren niet meer in september beginnen,
scheur ik het masker van jeugdigheid af en
kleur binnen de lijntjes de advertenties in.
‘Ervaring gewenst. U bent sociaal en stressbestendig.’
Ik ben vooral lamlendig.

Ik laat mijn hand een rendier zijn.
Het papier heeft een afdruk op mijn gezicht achtergelaten,
gelukkig is er geen verschil te zien. In het licht
zie je strepen, zoals op een slecht geverfde muur.
In mij is nu al een ruïne zichtbaar. Bouwvakkers
heb ik nooit begrepen, ik breek de dingen
liever af en bereken nooit de som van mijn gebreken.

Ik laat mijn handen vuisten zijn.

Lees verder