Gedichten

F. Starik

tweedehands

Je draagt nu eenmaal graag gevonden kleren.
Dingen die je zelf van straat opraapt.

Dat is niet nieuw vriend, velen gingen je voor
op dat beduimeld pad, noemden het pad duister
en begrepen niet waarom het buiten eerst steeds wel
en later nooit meer donker werd, niet helemaal.

Iedere maandag schrijf je dat op.
Je raadpleegt je adressenboek tot aan het einde
van het alfabet, een half uurtje op de bank – een relatie
beëindigen, hoe doe je dat? Met wie? Hoe te beginnen?

Waarom nog begonnen? Alles wordt eens afgedankt.
Je wou een plankje verven of in de vouw een gat gebrand.
Gesleten op de billen en een glimplek op de mouwen.
Hopeloos altmodisch. Ongelukje met de kwast. Alles lekt.

Daar zit je, onderuit gezakt.
Met je onafscheidelijke sigaret op je door anderen
afgeschreven tweezitsbank. Je leest adressen
van gezichten die je half vergeten bent
nu je in je strenge onvolmaaktheid over bent gebleven.

Zou Annabel misschien beschikbaar wezen
kan ik bij Zwaantje nog terecht?

Lees verder

Gedichten

Jan Aelberts

48624000

We zijn arme jongens in het keelgat
van het Nederlands, kreupele honden
in losse tongformaties,

soldaten van het vlakke ruggeland
geschapen naar het voorbeeld
van een laatste wapenfeit:

de poëzie. Taalverrader van het eerste
half uur dat loopgraven vult
en onze blikken met afvalligheid.

De soldaat strekt het been vol
nicotine teer en kogelgaten,
modder larven en het trillen
van het beven drukt
een landmijn de kop in.

Bij de derde stuiptrekking
zal het raak zijn en slaan alleen
zijn woorden terug:

godverdomme jongens,
zie me hier nu staan.

Lees verder

Gedichten

Gerard Scharn

vals!

je speelt viool zeg je
en voelt je zigeunerin
je speelt met verve
zwarte ogen
en wat Roma pop

ben je ooit vaginaal gevisiteerd
door geile douaniers
en teruggestuurd naar waar
je niet welkom bent
draag jij ook het lood
van een kampverleden
hoor je nog het
dichtslaan van de deuren
van de veewagons?

Lees verder

Gedichten

Billy Collins

Introduction to Poetry

I ask them to take a poem
and hold it up to the light
like a color slide

or press an ear against its hive.

I say drop a mouse into a poem
and watch him probe his way out,

or walk inside the poem’s room
and feel the walls for a light switch.

I want them to water-ski
across the surface of a poem
waving at the author’s name on the shore.

But all they want to do
is tie the poem to a chair with rope
and torture a confession out of it.

They begin beating it with a hose
to find out what it really means.

Inleiding in de poëzie

Ik vraag hen een gedicht te nemen
en het tegen het licht te houden
als een kleurendia

of een oor tegen zijn bijenkorf te drukken.

Ik zeg: laat een muis in een gedicht vallen
en kijk hoe hij zijn weg naar buiten zoekt,

of loop rond in de kamer van het gedicht
en tast langs de muren naar een lichtknopje.

Ik wil dat ze waterskiën
over het oppervlak van een gedicht
zwaaiend naar de naam van de dichter aan de kant.

Maar het enige dat ze willen
is het gedicht met touw vastbinden op een stoel
en er een bekentenis uit martelen.

Ze beginnen het met een eind slang te slaan
om uit te vinden wat het werkelijk betekent.

Vertaling: Chris Coolsma en Marijke Oomen

Lees verder

Gedichten

Daniel Bras

als je meemaakt
wat ik heb meegemaakt

als je een vinger uitsteekt
en je krijgt er een hand
voor terug

als je lichaam gewend is geraakt
en je niet langer opmerkt
wanneer zij

van je af is gegleden
alsof er een knik in de tijd is geduwd
en deze alsmaar een en hetzelfde uur aangeeft

het uur
waarop elke zenuw
door de poriën van je huid

lijkt te zijn gestoken
alsof haar aanwezigheid is verstomd
en jij jezelf hebt vergeven

niet naar haar op zoek te zijn gegaan

Lees verder