Gedichten

De moeders Geesten in een kuil bij reactorcentrum Petten, een moeder bekijkt meeuwen, water, een visdief met gevorkte staart. Opgekalefaterd door wind en zilt strekt zij haar vlerken in de lucht. Haar zandhanden zingen koelte in elke porie en een lege, stenen hemel hikt onder haar kin, waar uit het strothoofd een klank springt en een onbekende naar haar tepels reikt. In elk koppel kaatst een beeltenis, een schaduw die dwars door bossen waaiend de zomer binnenvlucht. En de tijd wordt aangekaart. Ik bedoel: een moederlijke catastrofe. Zij ademt uit en in en uit, haar rok stottert en uit haar […]

Lees verder

Gedichten

Een Idylle Bergen lezen geen gedichten, noch de steile stenen hellingen, de ingesleten dalingen, de herder met zijn horde op pad, de bomen en struiken die zich angstvallig vastklampen, al groeiend de zwaartekracht trotseren. De opstuivende zandstenen paden door het natte heuvelgras hebben nog nooit woorden bewonderd; het atonaal gebel van geitenbellen, het gehuppel dat overgaat in wild gedraf evenmin. Nee, deze toonaangevende bergtoppen verdiepen zich niet in poëzie, noch de man in zijn roestig blauwe oplegger die hier dagelijks om de natuur heen zijn weg aflegt. Hij heeft geen tijd voor de ijdelheid van woorden. Gedichten hebben niets met […]

Lees verder

Gedichten

Arrival 1946 The boat docked in at Liverpool. From the train Tariq stared at an unbroken line of washing from the North West to Euston. These are strange people, he thought – an Empire, and all this washing, the underwear, the Englishman’s garden. It was Monday, and very sharp. Aankomst 1946 De boot meerde af in Liverpool. Vanuit de trein staarde Tariq naar een ononderbroken rij wasgoed van het Noord-Weststation tot Euston. Dit zijn rare mensen, dacht hij, een wereldrijk en al die was, het ondergoed, de Engelsman z’n tuin. Het was maandag en erg guur. Uit: The Country at […]

Lees verder

Gedichten

natuurmonumenten Ook in woord gaat hij ons voor, de gids, broze dingen van natuur bij de hand. Wij lopen onder een hemel van gewassen blauw over de dijk in een mens vergeten zomeravond uur. Steeds meer karrevelden en inlagen schuiven aan ons voorbij, kluten en lepelaars herhalen zich, zeekraal, kwelbuizen en oude grondpatronen. Zijn woorden zoeken hun plek in van zilt en woede doortrokken verhalen. In bodemdiepe dorpen keert het tij van elke dag op dode schreden met berichten van de zee. Tot hier het teruggedrongen land, de geschouderde dijk, lui water, dat zich spiegelt aan een nagebleven uur, meeuwen, […]

Lees verder

Gedichten

Nu je reeds gemerkt hebt dat ten langen leste deze oude wereld tot je spreekt met ‘u’. Waarom drink je dan nog altijd triosième cru? Waarom spreek je dan nog altijd in rekesten? Toon mij toch de vogels en hun nieuwe nesten. Stel mij vragen als: Wat unbidan we nu? Toon mij dan de boskat in voorjaarstenue. Zeg mij dat ook ons nog zeven levens resten. Laten wij vandaag beginnen aan het tweede. Eens gestorven zijn we immers allebei. Staak bij deze dus je jammerlijke bede. Vind vandaag in ‘t veld het eerste kievitsei. Deel mijn hand en deel mijn […]

Lees verder