Gedichten

Winterwarmte We nemen de kranten, beplakken de benen als soms etalages hun ruiten, verzekeren zo warmte van lijven naast elkaar in het donker te blijven, te rijpen. Waarom we geen dekens mee hebben genomen. De lucht van de nacht tussen ons is te kostbaar om met stof te bedekken, we lezen liever papieren berichten om de wereld veilig te stellen, te voelen dat alles nog draait om ons heen. Wel legden we een zeil om te liggen, je moet toch ergens beginnen, ook in de winter. Vuur was niet nodig, daar zorgde die bollende rok achterop op de heenweg wel […]

Lees verder

Gedichten

Eindeloze nachten Slaap, kom en neem mij op, geef mij rust, breng mij naar andere horizonten, verander mij in een heldere ster aan de hemel. Vandaar zal ik jullie zien en meeleven met jullie genoegens en problemen. We zullen een praatje maken, want we weten dat de doden leven onder de levenden. Albert Schweitzerziekenhuis, Dordrecht, 22.12.2007   Zwijgende stenen Onsterfelijk als goden verzinken ze in eeuwigheid op of in de aarde. Ruw of bewerkt kunnen ze niet spreken maar wel duidelijk hun eigenschappen tonen. In vorm, in kleur of in scheikundige samenstelling letterlijk en figuurlijk: edelstenen, kunststenen, een helse steen […]

Lees verder

Gedichten

vogels drinken zand de bomen zijn rood aangelopen bladeren vallen niet nu het nooit meer winter wordt kruipt de kat in zijn bak stoffig donker dicht trekt schichtig korrelsporen naar zijn eten onze bak hangt boven bomen stoffig niet meer donker dicht sinds de zon door ozon straalt slapen we licht en open de zomerslaap brengt natte dromen ijstijd uit de diepvrieskist mikken we betonnen kruimels naar rode kruinen   Gemini ik ruik naar blauwe lucht jaag op hazen in een gele prairiezee ik bouw een burcht van zand langs oevers van een verdwenen meer een oor aan de grond […]

Lees verder

Gedichten

GEDICHT VOOR GELUKKIGE MENSEN Van alle mensen die het lachen is vergaan, loopt een op de drie blind over je heen en kijkt dan om. De wereld is juist niet van iedereen, dat slag. De overige twee vallen niet op. Hun armen bungelen halfstok. Onder hun tong zit gram. Ze kennen haast geen zinnen zonder tss. Zo zuinig zijn ze op hun lucht. Je staat erin voor je het weet. Heb ik iets van je aan misschien is uit hun mond geen vraag. Een wenk: kijk naast hun kleren. Wijs naar elkaar, wijs naar het water met de zon erboven. […]

Lees verder

Gedichten

schijndood ze zeiden dat jij het was tussen rekwisieten bloemen en gebogen hoofden we liepen naast onszelf jij ging ons voor omdat wij volgden iemand deed de zon aan want weet je nog het was hartje zomer die dag   leeggebloed we gingen verder stouwden kasten overvol en bij verjaardagen kusten we lucht jij schonk expres de verkeerde wijn zo lang heeft het geduurd voor de dagen dood waren   ingerukt tussen het stof in de ficus nestelt een gedoodverfde vogel hoe ik ook schreeuw, spring en zwaai met mijn armen hij knippert niet eens er waren goede dagen met […]

Lees verder