Gedichten

Irene Wiersma

Huizen met ogen

Als huizen geen ogen hebben,
waarom die in mijn buurt dan wel?
Ramen bekokstoven snode plannen,
luisteren af, kijken op van
mijn ontbijtkeuze:
waarom altijd bruin?
Zonnebaden mag ik niet,
zo’n wit, groot, bijna bloot
vrouwenlichaam
daar voelen ze zich toch
wat ongemakkelijk bij.

Ik ben de kwaadste niet,
dus zit ik binnen met
de zwarte, zware gordijnen
gesloten en de sloten ook
voor de zekerheid,
want als huizen ogen hebben,
waarom dan ook geen voeten?
Verder verzamel ik moed
en spaar ik vanwege die
bekroonde middenweg
voor nieuwe namen en
luxaflex voor de ramen.
Als huizen geen ogen hebben,
waarom die in mijn buurt dan wel?

Lees verder

Gedichten

Shujing Zhulian (China, 1981, pseudoniem van Chen Huan)

Serveerster A

Ik kom met man B dit restaurant binnen
serveerster A
je staat nog steeds op dezelfde plek
je pakt een lepel, pakt die soms ook niet, net als de vorige keer
je bekijkt graag de gasten

je herinnert je mijn tas
herinnert je hoe ik tegenover mensen sta
je bent nog jong
maar in je gezicht geen enkel blijk van liefde
je kijkt naar mijn tas
ik kan hem alleen maar voortdurend open doen
kan je misschien alleen maar
dat onthouden –
hoe hij zonder reden
steeds open wordt gedaan?

Vertaling: Annelous Stiggelbout

Lees verder

Gedichten

Vincent van Meenen

Moeder Vader

1

in welk huis zal ik mijn verdwalen beginnen
is hier een dak dat mij kan dienen
als de gedraaide driehoek van uw schoot

dit huis is stuk en wild
door mij alleen bewogen
moeder vader dood bent u in mij verweven
en ken ik u niet langer
in leven bent u een kind dat ik ontmoet
en bij de polsen houd
om van uw gruwel niet te spreken

in dit huis kan ik u zoeken
zonder u te zien er hangen spiegels
stof spint rond en naar beneden

binnen ben ik dag en huis en nacht
zie verschrikt door het oog van de wereld
uw tamme kleuren blinken in mijn vacht

Lees verder

Gedichten

Sasha Popowycz

BIO UNDERGROUND

geen gedachte

eerder een dans van silhouetten
door een andere hand ingeweven in deze stolp

opgevraagde geheimen worden uitgestald
tekencombinaties die ooit van tel waren
gefingeerde namen van gevingerde fantomen
wat eikelkapjes uit een doos achter in de lade
wellicht verlopen wachtwoorden tot het hart

binnenwegen

om een ontglippend
gewicht wat
voor te zijn

alle omwegen

die langs diepe lussen in de slaper
sluipen naar een klok

en nog te zwaar om grond te raken

Lees verder

Gedichten

Myrte Leffring

Val

Een koorddanser was zij,
op brede planken,
ijzeren stangen de lianen
in een oerwoud
zonder kerken

Avond aan avond
zocht zij het gevaar
in oversteken
zonder kijken

droeg zij haar tas
soms aan de straatkant
aan een schouder

keek eens de dood
recht in de ogen
in de etalage van
een grossier in zerken

Vaak hoopte zij op groots
en anders
of anders dood

en dat niemand
het zou merken

Lees verder