Gedichten

Tom van Haerlem

de cirkelkwadratuur

Niets is zo
volmaakt als Pi. Zo af.
O marmeren bol! Zo gepolijst,
zo glad, dat vingertoppen hun houvast
verliezen als in eenzaamheid, jij bent de
ruwe schets, de onvolkomen replica van ‘t
perfecte! Zoals het Delftse 1521/484 dit is: de
onvolmaakte cirkelkwadratuur, aldus van Ceulen.
Dus Ludolph rekende stevig door naar het mooie:
Π> 3,14159265358979323846264338327950288,
Π< 3,14159265358979323846264338327950289. Edoch helaas! Ook deze Delftse afgeleide was te variabel als de uitkomst. Wiskundelippen bleken niet in staat om het getal een staart te geven. Pi ontglipte. Lambert bedacht irrationaal en Lindemann vond transcendent. De laatste decimaal is er niet. Dus Pi is zoals Griekse mythologie.

Lees verder

Gedichten

Maarten Embrechts

Hetzelfde

Jij en ik wij zijn onvolmaakter in elkaar
gezet dan onze vaders We denken dat
we hen herhalen en vechten ’s nachts

Zal ik het mannetje Zal jij het vrouwtje

Onder de lakens spuwen we hun ergste
zonden uit Steeds willen we van opzij
naar de geboorte van de wereld kijken

Lees verder

Gedichten


Carla Bogaards

Schon wieder ist von meiner Zeit ein Lebensjahr dahin *

De tijd van een minnaar zo jong dat hij van een beetje coke al in mijn bed plaste,
zocht ik jaar op jaar naar het vuurwerk van de Chinese families,
er een camee in mijn ogen werd geprojecteerd
vanaf de straathoeken die ik op mijn zoektocht overstak,

er joegen Wedgewood blauwe sneeuwstormen door de lege bossen van onze verjaarskalender,
backstage dronken we whisky en champagne, we rookten filtersigaretten,
gulzigaards dat waren we, ik ook, maar ons lichaam deelden we,
Jezus volgend; neem dit brood dit is mijn lichaam, drink deze beker wijn, mijn bloed,

ik verdien meer dan de herinnering aan ontwaken met samengeklonterde mascara op mijn wimpers,
koortsig rode oorschelpen, de beeldschone jongen die mijn bed natmaakte,

de steen viel uit mijn ring, maar ik droeg de camee,
roze als mijn slaapwangen, totdat ik het vuurwerk van de Chinese familie op het spoor kwam.

* cantate van Bach

Lees verder

Gedichten

Vera De Brauwer

Kalme zee

Zo is het ons uiteindelijk vergaan:
als schepen zonder lading reizen wij.
Niet doelloos, neen, de sterren en de maan
zijn onze gids, zoals weleer toen zij

het trekken langs een vaste hemelbaan
aan ons als voorbeeld stelden. Ieder tij
bracht wrakhout mee uit onze oceaan.
Toch ging de dreiging, leek het, ons voorbij

toen wij voor anker lagen op de ree.
We deelden in de haven nog een kade
maar dan is elk een eigen koers gaan varen

alsof de trossen nooit verstrengeld waren.
Nu mijden we elkanders breedtegraden
en schrijven in ons logboek: kalme zee.

Lees verder

Gedichten

Jelmer van Lenteren

Mama

Niets dan kracht ontglipt mij bij het dragen van jouw haar.
Een Albert Heijntas dient als doodskist voor jouw krullen.
Toen het uitviel zei je soms: “Geen haar op mijn hoofd
dat denkt aan blijven.” Nu lig je daar broos en kaal.

Je wilde altijd al weg. Je wilde naar de dierentuin.
Naar een andere stad. Of gewoon een blokje om.
En als je was waar je was wilde je daar vandaan.
Jij kon nergens zijn. Alleen maar naar ergens anders onderweg.

Maar weg willen is wat anders dan weg moeten.
Ik bedek met mijn handen je hoofd. Ze worden een pruik.
Ik houd een spiegel bij. Je glimlacht nog een laatste maal.

Je zwakke blik is nog een vragende. Je wilt dat ik het zeg.
Dan buk ik me en fluister in jouw oor:
“Geen haar op jouw hoofd wil nu nog weg.”

Lees verder