Gedichten

Maandagochtend Aan de koelkast hangen alle dingen die niet mogen. Wie heeft mij in elkaar gezet: een man met om zijn nek drie brillen en een vrouw die ziek wordt van een glaasje melk. Nu zwem ik nog voor vijfenzeventig procent. Mijn status laat me met de lift naar boven. Omdat ik rechts niet breken wilde heb ik links verbogen.   Contract ‘Whoa, all ye Pharisees and motherfuckers!’ Een man een man, ik heb een paard voor je gekocht. Voor iedereen een paard, je bent een meisje dus je draagt een rok. Ik schrijf niets op. In plaats daarvan zal […]

Lees verder

Gedichten

Niemandsland Waar mijn ouders wonen, is het Liesbos nog een bos. Hier, achter de rivieren, vlak voordat de stad begint, is het Liesbos een vlakte met rioolzuivering, maneges en schrikkeldraad, verduisterd fietspad onder dichtgeslibde snelweg, modder op asfalt, ‘u verlaat nu onze gemeente, tot ziens.’ Het ontbreken van lantaarnpalen. Iedere geparkeerde auto beangstigt me, een beetje. Mij als vrouw alleen, een bibberend lichtje rood, een bibberend lichtje kleurloos. Een motor huilt in de verte, strijkt door mijn haren. Witte koplampen staren in mijn ogen. Natte vingerkootjes, koude enkels. Wikkel me in een schimmelige deken, een doordrenkt tapijt en niemand vindt […]

Lees verder

Gedichten

Wintertijd – de verloren uren Toen ik gisteren het gordijn open schoof om te zien of het vroeg of laat was scheerden de verloren uren voorbij de uren van niet geziene minnaars van niet gezworen vriendschappen onuitgesproken lichte gedachten ze scheerden misschien omdat zij zich schaamden dat ik ze ooit ongezien had gelaten ik ze nu tevergeefs terug wilde fluiten maar ik sloot het gordijn zonder spijt keek naar mijn bed met een hoofd op het kussen dat ik nooit had bemind als ik niet had verloren de uren ten spijt.   Poldersmartlap Nu is de boerderij tot residence verbouwd […]

Lees verder

Gedichten

Síndrome Todavía tengo casi todos mis dientes casi todos mis cabellos y poquísimas canas puedo hacer y deshacer el amor trepar una escalera de dos en dos y correr cuarenta metros detrás del ómnibus o sea que no debería sentirme viejo pero el grave problema es que antes no me fijaba en estos detalles. Syndroom Ik heb nog bijna al mijn tanden nog bijna al mijn haren haast geen grijze ik kan de liefde doen en laten met twee treden tegelijk de trap oplopen en veertig meter achter een bus aanrennen ik hoef mij dus niet oud te voelen maar […]

Lees verder

Gedichten

VIER MANIEREN OM OP IEMAND TE WACHTEN 1.   Zittend. Denkend aan liggen. Je handen       strijken rimpels in het tafellaken glad       rond een gerecht dat moeilijk en te veel       voor twee en niet als op het plaatje is,       maar ruikt, het ruikt de ramen uit, het       doet zijn best niet in te zakken, zoals       een ingehouden buik niet bol te zijn –       ook andersom is vergelijken. 2.   Lopend. Bijvoorbeeld naar de ramen       en terug en toch weer naar de ramen,       omdat geluid zich buigt naar wat je       horen wilt, maar het niet is. Er danst       een stoet voorbij, verklede mensen die […]

Lees verder