Gedichten

Nell Nijssen

Podiumkunsten

Praten hoeft al lang niet meer. Handen die futloos
voorwerpen verschuiven – van a naar b om meteen
de handeling te zien – is het goedgekeurde uitgangspunt.

Kamers vullen zich met troebel luisteren, ertussendoor
prikt een flard modernisme door het membraan. Het
heelt en brengt luchtiger denken met zich mee.

Combinaties in diverse kwadraten. Eenvoudig wordt
het nooit meer. Alles is ten minste één keer vervangen.
En o wee, diegene die als eerste durft te lachen, zal
als laatste dit toneel verlaten, zittend op een zeepkist.

Een kwestie van kiezen. Ertussen of ernaast. Met de
troost dat boten blijven varen als er voldoende water staat.

Lees verder

Gedichten

Nic Castle

Strepen

Strepen wezen op
dagen gevangenschap
meten, kindervrezen,
hongersnood. ’s Avonds
gevangen vissen los
-laten op de koudstenen vloer
en dan nogmaals vangen,
nog een keer. En hoe we

keer op keer

mannensnorren maaiden
rebelse makkers opfraaiden
met rode kinnen, blauwe
holtes, gele vlekken, ze
flikkers noemden.

’s Ochtends woorden zoeken.
Vrouwenfoto’s aan de muur.
Langer moeten werken
voor je sigaretten
dan je nog te leven hebt.

Lees verder

Gedichten

Tom van Haerlem

de cirkelkwadratuur

Niets is zo
volmaakt als Pi. Zo af.
O marmeren bol! Zo gepolijst,
zo glad, dat vingertoppen hun houvast
verliezen als in eenzaamheid, jij bent de
ruwe schets, de onvolkomen replica van ‘t
perfecte! Zoals het Delftse 1521/484 dit is: de
onvolmaakte cirkelkwadratuur, aldus van Ceulen.
Dus Ludolph rekende stevig door naar het mooie:
Π> 3,14159265358979323846264338327950288,
Π< 3,14159265358979323846264338327950289. Edoch helaas! Ook deze Delftse afgeleide was te variabel als de uitkomst. Wiskundelippen bleken niet in staat om het getal een staart te geven. Pi ontglipte. Lambert bedacht irrationaal en Lindemann vond transcendent. De laatste decimaal is er niet. Dus Pi is zoals Griekse mythologie.

Lees verder

Gedichten

Maarten Embrechts

Hetzelfde

Jij en ik wij zijn onvolmaakter in elkaar
gezet dan onze vaders We denken dat
we hen herhalen en vechten ’s nachts

Zal ik het mannetje Zal jij het vrouwtje

Onder de lakens spuwen we hun ergste
zonden uit Steeds willen we van opzij
naar de geboorte van de wereld kijken

Lees verder

Gedichten


Carla Bogaards

Schon wieder ist von meiner Zeit ein Lebensjahr dahin *

De tijd van een minnaar zo jong dat hij van een beetje coke al in mijn bed plaste,
zocht ik jaar op jaar naar het vuurwerk van de Chinese families,
er een camee in mijn ogen werd geprojecteerd
vanaf de straathoeken die ik op mijn zoektocht overstak,

er joegen Wedgewood blauwe sneeuwstormen door de lege bossen van onze verjaarskalender,
backstage dronken we whisky en champagne, we rookten filtersigaretten,
gulzigaards dat waren we, ik ook, maar ons lichaam deelden we,
Jezus volgend; neem dit brood dit is mijn lichaam, drink deze beker wijn, mijn bloed,

ik verdien meer dan de herinnering aan ontwaken met samengeklonterde mascara op mijn wimpers,
koortsig rode oorschelpen, de beeldschone jongen die mijn bed natmaakte,

de steen viel uit mijn ring, maar ik droeg de camee,
roze als mijn slaapwangen, totdat ik het vuurwerk van de Chinese familie op het spoor kwam.

* cantate van Bach

Lees verder