Gedichten

Runa De Moudt-Svetlikova

O, de ode aan de ode aan

Ik ken een vrouw: ze sterft op uw bodem
zij mag het niet weten zij zou huilen als bij
het afscheid van haar favoriete personage

in die soap heet ze Carmen zo heetten ze
allemaal zij die tevergeefs op u wachtten.
Ik heb u slechts vertaald gelezen, hoe anders

klonk ge in de zachte g mineur van uw eigen
tong. Ik heb uw verzameld werk gelezen, ze
dansen en dansen en nog sterft het in vertaling

ssst, nee, ik verwijt u niks ik heb geen oorlog
geen vijand dan mezelf god’domme
hoe kan ik dan ooit dichter

misschien is het dat: Het is moeilijk leven
zonder hiernamaals. Misschien is het dat

wat ik bij u zoek: de schaduw van het licht
het hierna nogmaals van letters in een boek.

Lees verder

Gedichten

Marije Langelaar

Stoel

Ik stond naast een tafel en het verontrustte mij dat ik zo
alleen was en opeens hoorde ik het kloppen erg
zachtjes weliswaar maar iets maakte zich kenbaar.
Het was zo subtiel dat ik moest knielen, zo vond ik de
stoel en ik raakte het hout zoals je een tong raakt, ik
legde mijn vinger in een nerf, het begon onmiddellijk te
schemeren en dieren stonden om ons heen.
Inmiddels was ik al niet veel groter dan een speldenpunt
en innerlijk dronken de stoel zond mij zijn gedachten, vrij
technisch maar gevolgd door het ruisen van bomen
voor even, een seconde of drie werd ik stoel. Het was zalig, zalig
dat hout in mijn wervels! De klop in mijn been, een bestaan
zonder bloed of gedachten. En stil te staan eeuwig. En
opgetild. En altijd die functie en een
innerlijk waaien van de bomen afkomstig.

Lees verder

Gedichten

Estelle Boelsma

AANTEKENINGEN

het regent maar weer de hele dag
ragfijn, gemeenlijk priemende
soldatenhonger naar beneden

vaak telt hij, staat even op van zijn stoel
laat zich weer vallen, naar achteren
geleund is minstens drie keer getreurd

als we binnenstappen staat
moeder aan het aanrecht hakt
pillen in stukken – de
werkelijkheid doorklieft
een ware glansrol van het vleesmes
en ons lichaam op de plank –
in de coulissen zeg je me gedag

treur niet –
je weet dat er een mooie etalage
klaarstaat
waarin je mint, bemint, waar de receptuur
steeds onbekend is
vanaf dit moment zullen we niets meer zeggen
en accorderen we elk verzoek

Lees verder

Gedichten

Martin Berghoef

MISMOEDIG

Ze laat mij zakken in een land
van sneeuw en ongeboren wolken,

waar raven hun nest hebben verlaten;
de schuld aan God is kwijtgescholden.

In het nieuwe land

vraagt een jonge godin de weg
naar de hemel. Ik zeg: er is geen weg.

Vastbesloten.

Ik kom eruit. Op eigen kracht.
Er is iets voorbijgegaan. Een raaf

vliegt weg, laat niets achter, behalve ik;
hand in hand met de vers gestreken lucht.

De zon verliest.

Geen berg verrijkt het geheel. Ik zwijg. Langzaam
heelt de wind haar wond tussen mijn zwarte nagels.

Lees verder

Gedichten

Bart de Block

DE PUBLIEKE RUIMTE

Hoe performen we hier? Met welk gedrag?

Voorbeeld 1. Op de bus helpen we een kinderwagen aan boord, tonen spontaan
ons vervoerbewijs.

We beschadigen ramen en bekleding, terwijl ik op de bus zit.

Ik word beïnvloed door (frisdrank):

Een man houdt een vrouw dichtbij. Een dramatische interactie tussen personages
linkt het merk aan seks. Durf je dit?

Dit schema, deze manier van handelen. De begeerte naar (merk).

We nemen een taalbad in de publieke ruimte. Durf je de publieke ruimte lezen, beluisteren,
fotograferen?

De woorden die ik hoor of spreek, propageren iets.

Lees verder