'Absurdisme krijg je met de moedermelk mee'

Waarom ik gedichten schrijf? Wat is dat toch? Altijd, altijd, altijd opnieuw moet je je als schrijver of dichter verantwoorden. Ik heb mijn slager nog nooit gevraagd waarom hij slager is geworden. Weet niet hoe hij zou reageren trouwens mocht ik het hem vragen. ‘Bert, zeg mij eens eerlijk, waarom verkoop jij varkenskoteletten?’ De kans is niet denkbeeldig dat hij zijn hakmes bovenhaalt.

Lees verder

'Ik mis de broodjes gezond van Nederland'

De IJslandse schrijfster Gerður Kristný was vorig jaar te gast in onze rubriek Wereldpoëzie. Dit jaar werd ze uitgenodigd voor Poetry International in Rotterdam. Sander de Vaan sprak met haar over haar poëtische ervaringen onder zeeniveau.

Lees verder

Gezouten pantheïsme en de republiek

In november 2008 verschijnt bij uitgeverij Wilde Aardbeien de bloemlezing Windvlinders. Poëzie van de Faerøer, de eerste Nederlandstalige anthologie op dit gebied. Het boek bevat werk van acht Faerøerse dichters, van wie sommigen nooit eerder vertaald werden. Samensteller Roald van Elswijk had een ‘ongezouten’ mailgesprek met dichter Jóanes Nielsen (*1953) over literatuur, politiek en visgronden.

Lees verder

De vinger aan de pols van deze tijd

‘Poëzie is een te breed begrip om hier een helder antwoord op te geven. Het lezen en schrijven van gedichten zie ik als een middel om de vinger te houden aan de pols van de tijd’, vertelt Edith de Gilde. ‘Tegelijk is het een middel om het tijdloze, universeel menselijke te ontdekken en vorm te geven.’

Lees verder

'Er is geen mens in staat het ultieme gedicht te schrijven'

Als je aan Ingeborg Klarenberg (°1988, Gräfelfing) vraagt zichzelf voor te stellen, begint ze zo: ‘De kleine dwergvleermuis vangt insecten achter het raam dat het licht binnenhoudt, terwijl ik kijk naar de straat en de auto’s die op elkaar botsen en de mannen die schreeuwen als schorre schapen, de stemmen van vrouwen die niet verder dragen dan de boomtoppen waarin ‘s ochtends apen roepen dat dit de laatste dag is.’

Lees verder