Klassieker 37: Lucebert – vrede

Rutger H. Cornets de Groot bespreekt een van de allerlaatste gedichten die Lucebert heeft geschreven: ‘Vrede’. Een intrigerend, weinig opwekkend gedicht. Belangrijk bij de lezing is, dat ‘voor Lucebert niet de semantische, betekenisdragende eigenschappen van woorden doorslaggevend zijn, maar ook en vooral de klank en het woordbeeld.’ Daarbij gebeurt het maar zelden dat een gedicht van Lucebert zich volledig aan de lezer prijsgeeft, zelfs na minutieuze analyse.

Lees verder

Klassieker 36: Jan Kuijper – Statica

Leraar Nederlands Joop Leibbrand belicht een gedicht waarin Jan Kuijper een natuurkundeles beschrijft: ‘Statica’. Een losjes geschreven loepzuiver sonnet waarin ‘de leraar er nu al bijstaat als een geslagen hond. Wie niet in het bezit is van de vereiste lading, een sterke persoonlijkheid ontbeert, krijgt het heel, heel moeilijk.’

Lees verder

Klassieker 34: Ed. Hoornik – Overgang

Na de bespreking door Pim Heuvel deze maand opnieuw een gedicht van Ed. Hoornik. Joop Leibbrand bespreekt ‘Overgang’. Een ogenschijnlijk weinig opwekkend gedicht over hoe iedere nieuwe dag voor een mens een niet te ontwijken belasting kan vormen. Kan poëzie verlichting geven?

Lees verder

Klassieker 33: Ed. Hoornik – Te Middelharnis is een kind verdronken

Het titelloze gedicht ‘Te Middelharnis is een kind verdronken’ begint als een ready-made. Ed. Hoornik brengt onder woorden wat een kort berichtje in de krant oproept, en hoe dit door blijft werken. Pim Heuvel laat zien, hoe het accent op zo’n ‘kleine gebeurtenis’ volledig in de geest van het eind jaren dertig opgerichte tijdschrift Criterium past.

Lees verder