Klassieker 20: Han G. Hoekstra – De ceder

Het gedicht ‘De ceder’ van Han G. Hoekstra is –inmiddels ruim 70 jaar na dato– nog altijd bijzonder populair. De lichte toonzetting en de rondeelvorm dragen daar zeker aan bij. Pim Heuvel raakt in zijn bespreking een belangrijk thema: het begrip werkelijkheid in de kunst.

Lees verder

Klassieker 18: W. Elsschot – Bij het doodsbed van een kind

In ‘Bij het doodsbed van een kind’ beschrijft W. Elsschot een indringende gebeurtenis. Volgens Pim Heuvel en Joop Leibbrand toont Elsschot zich in dit gedicht de wegbereider van de moderne spreektaal in de poëzie: “Aan dit gedicht is alle pathetiek vreemd, maar de eenvoudige toon maakt de onmacht en het mededogen van de dichter des te sterker voelbaar.”

Lees verder

Klassieker 17: H. Roland Holst – De zachte krachten…

Na de bespreking van ‘Ook ik ben omstreeks ‘t midden mijner jaren’ door Elly Woltjes (Meander Klassieker 16) presenteert Pim Heuvel een ander gedicht van Henriette Roland Holst. De openingsregel ‘De zachte krachten zullen zeker winnen’ kan als de lijfspreuk van H. Roland Holst – en misschien wel van haar generatie – worden opgevat.

Lees verder