Johannes van der Sluis – Profane verlichting

‘Profane verlichting’, de derde bundel van Johannes van der Sluis, heeft een surrealistisch karakter. Hans Puper vindt de bundel niet sterk. ‘Er klinkt een echo door van Rotterdamse dichters als Cornelis Vaandrager, Frans Vogel en Jules Deelder, maar het ongeremde ontbreekt, ook bij zijn surrealisme.’ Bovendien zijn de gedichten volstrekt eenvormig, wat eentonigheid in de hand werkt.

Lees verder

Nisrine Mbarki – Oeverloos

Peter Vermaat bespreekt de debuutbundel ‘Oeverloos’ van Nisrine Mbarki: ‘De thema’s moederschap, familieverbanden en afkomst, maar ook zeker taal, identiteit als mens, als vrouw en als dichter, doordesemen de gedichten in deze bundel. Alles houdt verband met alles en de taal wordt meestal breeduit over de pagina afgedrukt. We hebben hier niet te maken met een dichter die bezig is met kleine gedachten op nog kleinere goudschaaltjes, integendeel: regelmatig gaat het van dik hout zaagt men planken.’

Lees verder

Marieke Lucas Rijneveld – Komijnsplitsers

Volgens Marc Bruynseraede kun je de poëzie in ‘Komijnsplitsers’ van Marieke Lucas Rijneveld, enkel als een natuurverschijnsel ondergaan. Rijneveld onderzoekt wat het betekent om te wonen in een huis, in jezelf en in verhoudingen tot anderen. ‘Terwijl Marieke Lucas aan het klussen is, wordt niet alleen het kunne, het lijf, het huis, maar meteen de hele woonomgeving en leefwereld mee vertimmerd. De taalvondsten en -pirouettes in deze bundel bekijk je enigszins als wonderlijke acrobatische trapezenummers in het circus, waarbij je af en toe de adem moet inhouden.’ Een longread.

Lees verder

Anton Korteweg – Enfin

In de jubileumuitgave ‘Enfin’ van Anton Korteweg, treft Herbert Mouwen bijzondere en vermakelijke poëzie aan: ‘Anton Korteweg wordt niet voor niets de meester van de ironie genoemd. Er is vrijwel geen gedicht in de bundel waar ik niet om heb moeten (glim)lachen. Hij is geen komische, maar meer een humoristische dichter die het tragische met het komische in zijn gedichten verbindt. Korteweg is een kundig dichter, hij heeft oog voor zijn voorgangers en hun poëzie en maakt gebruik van hun werk.’

Lees verder

Senne Bogaerts – De vochtige slapeloosheid

Jeanine Hoedemakers is als babyboomer onder de indruk van millennial Senne Bogaerts, die met ‘De vochtige slapeloosheid’ zijn debuut maakt. De pakkende titels zijn gedichten op zich en er gebeurt veel in deze gedichten.‘Bogaerts schrijft poëzie op twee manieren: dikwijls zit de poëzie in de originele beschrijvingen en de soms welhaast kinderlijke gedachtekronkels, vaak ook zit hij verborgen tussen de regels.’

Lees verder