Diet Verschoor – Het ultieme blauw

‘Het ultieme blauw’ van Diet Verschoor is een verhaal over liefde, zo lezen we op de cover. Maurice Broere: ‘De ondertitel geeft eigenlijk direct mijn probleem met dit boekje aan. De vraag is of we dit werkje wel tot de poëzie moeten rekenen. Een belangrijk thema in het boek is God. De auteur lijkt zich losgemaakt te hebben van het geloof van haar ouders, maar het wringt soms nog wel. Ze probeert zelf vorm te geven aan een eigen geloof los van conventies en kerk’. Poëzie is het helaas niet.

Lees verder

Jantine de Jong – Oergroen

Volgens Hettie Marzak neemt predikant Jantine de Jong in haar bundel ‘Oergroen’, ons als een pelgrim mee op haar vele reizen. ‘Alsof de woorden rechtstreeks van haar hart via haar hand op het papier terecht zijn gekomen. Toch had het geen kwaad gekund als diezelfde woorden een omweg hadden genomen over de kritische ogen en de kille ratio, want hoewel de gedichten te prijzen zijn om hun oprechtheid en kwetsbaarheid, valt er technisch nog wel het een en ander aan op te merken.’

Lees verder

Verzamelbundel – Van vogels krijg je nooit genoeg

Een uitnodigende bundel, noemt Herbert Mouwen de verzamelbundel ‘Van vogels krijg je nooit genoeg’ met 144 vogelgedichten. ‘De bundel is het aanschaffen waard en behoort eigenlijk in elke bibliotheek aanwezig te zijn, waarbij de schoolbibliotheken niet vergeten mogen worden. De vogels huizen dichtbij de poëzie, de tuinen moeten open gefloten worden. De bundel is ook uitermate geschikt voor wie kennis wil maken met de moderne poëzie in het algemeen.’

Lees verder

Frans Kuipers – Iedere druppel is Atlantisch diep / Liber amicorum

Voor Frans Kuipers werd een liber amicorum (vriendenboek) samengesteld, ‘Iedere druppel is Atlantisch diep’. Peter Vermaat richt zich op de poëzie van Kuipers: ‘’Hoewel veel van de geselecteerde en becommentarieerde gedichten van Kuipers gaan over mensen, over vlees en bloed en daarmee een verwantschap met het vitalisme zouden kunnen suggereren, komt Kuipers voor mij uit deze bundeling vooral naar voren als een mens van taal, een dichter voor wie het woord en de uren onlosmakelijk, maar in voortdurend wisselende samenstellingen, met elkaar verbonden zijn, een ‘maker van taalvandaag’.’’

Lees verder

K. Schippers – Je moest me eens zien

In de nagelaten bundel ‘Je moest me eens zien’ van K. Schippers, treffen we, volgens Adriaan Krabbendam , nabijheid, nonchalance, gemakzucht en ontroering aan. ‘’Het leeuwendeel van de gedichten bestaat uit wat ik noem ‘opsommingsgedichten’, waarin een reeks mededelingen, observaties, zegswijzen en aforismen rond een in de titel omschreven thema klaarblijkelijk willekeurig onder elkaar geplaatst worden, met soms een afsluitende opmerking of ‘conclusie’.’’

Lees verder