Guido Lauwaert – van de straat geraapt

Wim Platvoet bespreekt de bundel ‘van de straat geraapt’ van Guido Lauwaert. Dat de liefde van Lauwaert bij het toneel ligt moge duidelijk zijn want een dichter is hij niet. ‘Het zijn alledaagse verhaaltjes van een oude man die vol ressentiment op zijn leven terugblikt. In de poëtische pogingen overheerst de inhoud. Wat ik als lezer met die inhoud te maken heb, is mij volkomen onduidelijk.’

Lees verder

Ferdy Karto – Het Firmament Tussendoor

Maurice Broere mist in de debuutbundel van Ferdi Karto, ‘Het Firmament Tussendoor’, de nodige leestekens die de bundel leesbaarder zouden maken. Ook lijken een aantal grammaticale keuzes en constructies eerder voor verwarring dan voor leesbaarheid en schoonheid te zorgen. ‘Karto levert met dit debuut een bundel af waarin allerlei moois te vinden is, maar waarin ook nog wel wat te verbeteren valt. Natuurlijk kan een dichter ervoor kiezen zich vrij van conventies te bewegen en veel dichters doen dat met prachtig gevolg. Helaas werkt het in deze bundel niet.’

Lees verder

Monique Bol – er liggen twee holtes op je kussen

De gedichten in de debuutbundel ‘er liggen twee holtes op je kussen’ van Monique Bol zijn van wisselende kwaliteit. Niet alle gedichten hebben bestaansrecht. Toch heeft Ivan Sacharov best genoten van deze romantische poëzie. ‘Monique Bol schrijft over het geheel genomen smakelijke, goed leesbare teksten met een bourgondische inslag, die laten zien hoe je van het leven kunt genieten en balen.’

Lees verder

Siel Verhanneman – Wat nu met het licht dat binnenvalt

‘’Siel Verhanneman geeft in haar bundel ‘Wat nu met het licht dat binnenvalt’ een stem aan haar rouwarbeid over het overlijden van haar vader en zuster, en het hervinden van zichzelf’’, aldus recensent Johan Reijmerink. Hij leest een dichter die haar innerlijk beleven tracht te verbinden aan de sociaal-maatschappelijke omgeving waarin ze leeft, waarbij de dood een zichtbaar gegeven en een sociaal gebeuren mag zijn. ‘’Verstaanbare en gelaagde poëzie die en metaforisch kracht bezit en bovenal een invoelbaar en lichtgeven inzicht in gedane rouwarbeid biedt.’’

Lees verder

Jonathan Griffioen – De (t)huiszittergod

In ‘De (t)huiszittergod’ van Jonathan Griffioen handelt het om de binnenwereld van iemand die gek is. Vanwege de geloofwaardigheid had de poëzie wellicht ruiger en rauwer gemogen, vindt Kamiel Choi. ‘De poëzie klinkt belangeloos Dat kan frustreren; de lezer zoekt tevergeefs naar betekenis en schakelt ten einde raad over op een asemische lezing. Wat dan overblijft is een enorme woordenvloed die een enkel mooi fragment op het strand van onze verbeelding spoelt.’

Lees verder