Paul Demets – Het web van omtrek

‘Het web van omtrek’ is een ode aan kunstenaar Roger Raveel, een belangrijke dichtbundel in het oeuvre van Paul Demets en heeft alles in zich om een klassieke bundel te worden volgens Herbert Mouwen. ‘Het is niet altijd gemakkelijke, maar wel boeiende poëzie. Het is eigenlijk niet te bevatten dat deze bundel met 49 titelloze gedichten zolang onbereikbaar is geweest voor een groot lezerspubliek.’

Lees verder

Jozef Deleu (samenstelling) – Het Liegend Konijn 2021/1

De recensiepauze van Hans Puper is voorbij. Hij besprak met plezier het eerste deel van ‘Het Liegend Konijn’ van 2021. Hij was opnieuw verrast door het talent van Evi Aarens, de jongste van allen, en vindt haar canto het beste gedicht van de bundel. Het is een gevarieerd deel: zo staan Maarten van der Graaff en Jens Meijen naast nog betrekkelijk onbekende traditionele dichters. Ook de romanticus Jabik Veenbaas kreeg een plaats.

Lees verder

els van dinteren – Dubbelportret / Doppelporträt

Uit de bundel van Els van Dinteren ‘Dubbelportret – Doppelporträt’, vertaald door Uta Fleischmann, blijkt dat de Nederlandse gedichten sfeertekeningen zijn in een weinig muzikaal taalgebruik. De Duitse vertalingen daarentegen zijn rijker en ritmischer en leveren ook op betekenisniveau meer op. Peter Vermaat zegt: ‘Ik vermoed dat Uta Fleischmann een wat steviger hand in de Duitse vertalingen heeft gehad dan Van Dinteren zelf’.

Lees verder

Tjitske Jansen – Iedereen moet ergens zijn

Johan Reijmerink bespreekt de nieuwste bundel van Tjitske Jansen: ‘Iedereen moet ergens zijn’. Zij gebruikt vroegere levenservaringen om zich te verdiepen in de zin van haar leven. ‘Jansen beschikt over een associatieve geest, een wispelturige verbeelding, een sterk ontwikkeld gevoel voor absurditeit en een groot inlevingsvermogen om de geest van kinderen en volwassenen binnen te dringen.’

Lees verder

Dichters bij Raveel – Met Heldere Verf en Verlangen

Carl De Strycker stelde een bundel samen ‘Met Heldere Verf en Verlangen’ door Dichters bij Raveel, waarin de gedichten een dialoog aangaan met een werk van Raveel. Wim Platvoet ging op onderzoek uit: ‘De hamvraag voor iemand die deze gedichten leest is natuurlijk: kijkt hij tijdens het lezen voortdurend naar het werk van Raveel, dat zo prominent is afgebeeld, of leest hij tijdens het kijken voortdurend het gedicht? Denken zijn ogen of kijken zijn hersenen?’

Lees verder