Piet Gerbrandy – Smijdige witheid

Johan Reijmerink vraagt zich in zijn uitvoerige bespreking van Piet Gerbrandy’s Snijdige witheid af of diens tekst niet een erg hoog filosofiegehalte heeft. Is een schepping van lange adem naar klassiek model (de Vertroosting van de filosofie van Anicius Boëthius) geschikt om de lezer van deze tijd te bereiken?
Het fragmentarische karakter en de vermenging van allerlei genres zijn niet bevorderlijk voor de toegankelijkheid. De verhaallijn is dun en het essayistische is daarbinnen enerzijds te incidenteel en te expliciet en draagt onvoldoende bij aan de versterking van het narratieve deel van de tekst. Er valt aan te nemen dat Gerbrandy zelf aan het maken van deze vertroosting veel plezier heeft beleefd, maar of dat voor de lezer ook geldt, is de vraag.

Lees verder

Ellen Deckwitz – De steen vreest mij

Dikwijls is in poëzie datgene waar je het meest aan moet wennen ook het meest interessante. Ivan Sacharov komt in De steen vreest mij van Ellen Deckwitz volop aan zijn trekken, ook al begeeft de dichteres zich met haar drang om een gepolijste bundel af te leveren op glad ijs.

Lees verder