K. Michel – Bij eb is je eiland groter

Volgens Johan Reijmerink is een belangrijk kenmerk van K. Michels dichterschap diens afkeer van het gebruik van ‘grote’, naar universele abstracties reikende woorden, omdat deze ons snel het contact met de ons omringende werkelijkheid kunnen doen verliezen. In Bij eb is je eiland groter is Michel er opnieuw in geslaagd – net zoals in zijn vorige vier bundels – om het taalregister van alledaagse woorden een poëtische lading mee te geven.

Lees verder

Wouter Godijn – Wiegeliederen en blaaskikkermuziek

Bouke Vlierhuis las Wouter Godijns Wiegeliederen en blaaskikkermuziek en genoot van de hilarisch-hyperbolische beeldtaal erin, al realiseert hij zich dat dit ook een zelfondermijnend aspect is. Maar Godijn lezen is nu eenmaal je onderdompelen in onzekerheid.

Lees verder

Peggy Verzett – Vissing

Volgens Johan Reijmerink gaat de poëzie van Peggy Verzett in Vissing ten onder aan een kakofonie van geluiden, doordat de lezer te grote sprongen moet maken. Verzett doet nauwelijks een poging om te voorkomen dat de lezer op doodlopende dwaalwegen van betekenis achterblijft.

Lees verder

Daniël Dee – Monsterproof

‘Televisiereclames, alcohol, de dood, de liefde: als thema’s voor poëzie zijn ze volledig uitgekauwd en onuitputtelijk tegelijkertijd. Er is een dichter van formaat nodig om over deze onderwerpen nog iets origineels op papier te zetten. Daniël Dee (1975) is zo’n dichter’, stelt Bouke Vlierhuis vast en hij levert er in zijn recensie vervolgens de argumenten bij.

Lees verder