Hedwig Selles – IJzerbijt

Hedwig Selles is een dichteres met een geheel eigen toon. Haar gedichten zijn grillig en niet altijd makkelijk te volgen, maar ritmisch zijn ze geweldig en ze voelen ondanks alles logisch aan. Je zult Selles dan ook niet gauw betrappen op spitsvondigheden, effectbejag of moeilijkdoenerij. Integendeel, de gedichten in IJzerbijt maken de indruk dat ze bewust van alle franje ontdaan zijn. Een bijzondere bundel, concludeert Bouke Vlierhuis.

Lees verder

Jacob Groot – Lofzang

Jacob Groots Lofzang is volgens Bouke Vlierhuis naast een lofzang op de taal vooral een ode aan de liefde en in het verlengde daarvan aan het vrouwelijk geslachtsorgaan. Alsof dat het bindend element in onze samenleving is.

Lees verder

Kees Klok – Het is al laat

Kees Klok schreef met Het is al laat een bundel die het aanraden waard is, vindt Joop Leibbrand. In zijn beste gedichten stroomt het sap van de olijfboom en resoneert de lyra.

Lees verder

Catharina Blaauwendraad – Beroepsgeheim

In Beroepsgeheim etaleert Catharina Blaauwendraad overtuigend het brede scala van dichterlijke potenties waarover zij beschikt. Joop Leibbrand prijst haar werkwijze: de anekdotiek niet schuwend, maar in feite steeds vertrekkend vanuit een talig uitgangspunt, helder en ogenschijnlijk eenvoudig, maar vol dubbele betekenissen, waarbij de lezer altijd alert moet zijn op extra connotaties.

Lees verder

Gwy Mandelinck – Schemerzones

In Schemerzones van Gwy Mandelinck lijken sommige gedichten een beetje op gebroken spiegels en zijn sommige beelden niet waterdicht, vindt Ivan Sacharov. Maar als een goede regisseur bewaart de auteur de climax tot het eind.

Lees verder