Delphine Lecompte – Vrolijke Verwoesting

In ‘Vrolijke Verwoesting’ van Delphine Lecompte, wenkt de koningin van de adjectieven ons naderbij, volgens Janine Jongsma. Ze is nog rauwer en schaamtelozer, maar ze stelt zich ook kwetsbaar op. Hoe Lecompte je meetrekt in haar wereld moet je ervaren door haar te lezen. Beeldrijk absurdisme, samenhang, paradox, associatie, waanzin, perversiteit, triestheid en humor, in één gedicht en dat maal 149 is totale waanzin óf absoluut geniaal!

Lees verder

Judith Herzberg – Vormen van gekte

De ogenschijnlijke eenvoud van het werk van Judith Herzberg roept tegenstrijdige reacties op. Volgens Eric van Loo zou dat ook op kunnen gaan voor ‘Vormen van gekte’, de nieuwste bundel van deze inmiddels 85-jarige dichter. Voor de liefhebber van haar werk valt er echter voldoende te genieten. Naast gedichten over de ouderdom en de Tweede Wereldoorlog bevat de bundel ook gedichten die een verrassende blik op de actualiteit en het moderne leven werpen. Maar bovenal –en in alles– overheerst het subtiele taalspel.

Lees verder

Guy van Hoof – De man die (altijd) terug kwam

Kamiel Choi duikt enthousiast in de wereld van de jazzcats met de bundel ‘De man die (altijd) terug kwam’ van Guy van Hoof. ‘Wanneer je de gedichten hardop leest word je op sommige momenten inderdaad meegesleept en hoor je het syncopische ritme van de jazz. Een aantal regels in de bundel is monumentaal en memorabel. Een leuk poëtisch naslagwerk voor de naar jazz luisterende poëzieliefhebbers.’

Lees verder

Poëzie Kort 2019 / 10

In de laatste Poëzie Kort van dit jaar recensies van ‘Pijnpunten’ van Tom van Rossum (Lennert Ras), ‘Huis huid’ van Theo Monkhorst (Janine Jongsma), ‘Het Liegend Konijn 2019/2’, samengesteld door Jozef Deleu (Hans Puper) en ‘Ik is een ander’ van Frank Diamand (Lennert Ras).

Lees verder

Pieter Boskma – Van de zoon en de zee

Recensent Johan Reijmerink bespreekt ‘Van de zoon en de zee’ van Pieter Boskma: ‘Hij weet op een picturale wijze meesterlijk de geboorte en eerste ontwikkeling van de zoon te schetsen, met zee, strand en duinen op de achtergrond. Boskma schetst voor ons een schepping die aan alle kanten wordt bedreigd en waarvan tevens een dreiging uitgaat. Hij werpt zich op als Schepper, die de groei in de natuur verbindt aan de innerlijke groei van zijn kind en zichzelf. Er ontvouwt zich een intensieve verkenning door het kind van zijn vader en omgekeerd. Boskma heeft opnieuw zijn meesterschap over de taal getoond.’

Lees verder