Jan van der Haar – Eerst de bries, daarna de bomen

Paul Roelofsen bespreekt ‘Eerst de bries, daarna de bomen’ van Jan van der Haar:
“Poëziebundels krijgen een extra dimensie wanneer deze smaakvol en informatief worden uitgegeven. ‘Wat kan ik hier als recensent nog aan toevoegen’, vroeg ik mij verontrust af, maar dat valt mee. Zeker in de marge kan er nog wel wat over gezegd. Maar afgezien van mijn kanttekeningen, staan er prachtige en boeiende gedichten in deze bundel.”

Lees verder

Jan Boerstoel – Tussentijd

Jan Boerstoel (Den Haag, 1944) vierde dit jaar niet alleen zijn vijfenzeventigste verjaardag maar ook zijn vijftigjarig schrijversjubileum! Voor Prometheus vormde dit aanleiding om van deze succesvolle schrijver van liedteksten in ons taalgebied een feestelijke, nieuwe verzamelbundel uit te brengen. In de ogen van Inge Boulonois levert de uitgever met ‘Tussentijd’ een fraaie bijdrage aan de Nederlandse kleinkunst- en cabaretgeschiedenis.

Lees verder

Annet Zaagsma – Een mooier woord is vuurgevaarlijk

Inge Bak bespreekt ‘Een mooier woord is vuurgevaarlijk’ van Annet Zaagsma:
”Daar waar de dichter zuinig is met woorden, is zij op haar best.
De taal die ‘in het wild’ ontstaat, zou af en toe ietwat getemd mogen worden.
De eigenzinnige Zaagsma laat zich niet harnassen. Zij heeft haar voorkeur voor vorm al uitgesproken.”

Lees verder

Emile Verhaeren – Belle Chair-Heerlijk lijf

Kamiel Choi is onder de indruk van ‘Belle Chair-Heerlijk lijf’: ‘Schoonheid en lust als vloek: het is een bekend poëtisch thema dat Verhaeren in weergaloze erotische verzen heeft weten vatten, die Patrick Lateur behoorlijk overtuigend naar het Nederlands heeft vertaald. De aquarellen in pasteltinten van Michael Bastow zijn zoekende lijnschetsen die de vrouwelijke vorm aftasten’.

Lees verder

Rinske Kegel – Als het maar een vacht heeft

In haar eerste recensie als nieuwe Meander-redacteur bespreekt Janine Jongsma ‘Als het maar een vacht heeft’, het debuut van Rinske Kegel bij een reguliere uitgeverij. Rake gedichten met sterke beelden, waarin de dichter zichzelf niet spaart: ‘alle gedichten ademen hoorbaar vormen van verlies die bijna terloops aanvaard worden, alsof de ik-figuur niet beter weet.’

Lees verder