Remco Ekkers – Hop over de sofa

Herbert Mouwen bespreekt de bundel ‘Hop over de sofa’ van Remco Ekkers: ‘Kenmerkend voor de poëzie van Ekkers is zijn verwondering over de meest uiteenlopende alledaagse zaken, die hij meestal vanuit een origineel standpunt benadert. De basis van de verwondering is een nauwkeurige persoonlijke waarneming van de werkelijkheid. Het merendeel van deze gedichten heeft één eigenschap gemeen: ze dragen allemaal een klein geheim in zich mee.’

Lees verder

Tseard Veenstra – Zinspelen

Er is veel liefde, veel bezinning, een milde levensfilosofie in de bundel ‘Zinspelen’ van Tseard Veenstra, die in een ritmisch parlando is geschreven, volgens Hans Franse. ‘De kracht van de woorden, de schepping in taal van omgeving en relaties is een voortdurend thema in deze gedichten. Wat ik mis is af en toe een metafoor die even een extra aandacht legt op bepaalde woorden. Het is een van die bundels met fraaie, bezonnen poëzie.’

Lees verder

W.A. Jonker – de pose en het model

Het cynisme in de bundel ‘de pose en het model’ van W.A. Jonkers slaat niet aan bij Wim Platvoet: ‘De andere mens wordt in de gedichten van Jonker gereduceerd tot een object, waarbij Jonker het doet voorkomen alsof dit een activiteit van die ander is, die ander zichzelf tot object maakt. Het zijn slechts banale gebeurtenissen die door zijn beschrijving nog veel banaler worden.’

Lees verder

Ronelda S. Kamfer – Chinatown

Hans Puper vraagt zich in zijn recensie over ‘Chinatown’ van Ronelda S. Kamfer af of ‘een oudere witte man van het noordelijk halfrond een recensie [mag] schrijven over een bundel van een betrekkelijk jonge zwarte vrouw van het zuidelijk halfrond’. Hij vindt van wel. Sterker nog: wie dat anders ziet, snapt niets van literatuur.

Lees verder

Michaël Vandebril – Op de weg van Appia

Kamiel Choi is niet onder de indruk van ‘Op de weg van Appia’, de bundel waarin Michaël Vandebril zijn reisgedicht beschrijft door Zuid-Italië. Er valt in poëtisch opzicht weinig aan te beleven, eerder saai. ‘Op sommige plekken krijg ik de indruk dat het vertaalde poëzie is, dat de woorden uit hun oorspronkelijke habitat zijn gelicht, waar zij met hun ritme en klank thuis waren, en omgezet in de afstandelijke taal van een archeoloog die voor het literaire effect een soort betrokkenheid veinst.’

Lees verder