Babeth Fonchie Fotchind – Plooi

Peter Vermaat vindt in de debuutbundel ‘Plooi’ van Babeth Fonchie Fotchind, van alles terug, maar geen poëzie: ‘Het gebruik van parlando (nogal eens in babbelmodus) en de reportage-achtige beschrijving van gebeurtenissen is eigentijds en zal het waarschijnlijk goed doen op bepaalde podia. De taal brengt de lezer echter nergens in verwarring, doet geen pijn, reikt niet naar meer en vooral buiten wat er staat.’

Lees verder

H.C. ten Berge – Een kinderoog

Johan Reijmerink bespreekt in een longread de bundel ‘Een kinderoog’ van H.C. ten Berge: ‘Hoe gelukkig kun je zijn en worden in tijden van oorlog, schaarste en wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog? Hij verwoordt de kantelmomenten van zijn geestelijke en fysieke ontwikkeling als kind. Het gaat niet alleen om de vervreemdende wereld buiten de ik, maar ook om de veranderende wereld in hemzelf. Ten Berge kiest voor verhalende poëzie, verdeeld over vijf grote afdelingen die in essentie nog zoveel dubbelzinnigheid in zich dragen dat ze meer zijn dan een beknopt prozaverhaal.’

Lees verder

Albert Hagenaars – Pelgrimsgrond

Douwe Wilts bespreekt in zijn eerste recensie voor Meander de bundel ‘Pelgrimsgrond’ van Albert Hagenaars. Hij is gefascineerd door de poëzie van Hagenaars: ‘Hij laat een onrustige pelgrim aan het woord die steeds maar weer nieuwe plekken zoekt – en vindt – om naar toe te pelgrimeren. Hagenaars is een uitstekende kunstenaar. Hij leert mij dichters, schilders, componisten, al of niet bestaande geliefden, bedevaartsplaatsen en idolen kennen en ik ga van ze houden. Het is een ode aan de wereld met haar oneindig uitvouwbare werkelijkheid.’

Lees verder

Jan Graafland – De snoek en de kat

Æde de Jong is in zijn eerste recensie voor Meander niet onder de indruk van de poëzie in ‘De snoek en de kat’ van Jan Graafland: ‘Het merendeel van de bundel bestaat uit observaties die de ik-persoon doet in de tuin, verwoord in kneuterig proza dat zo gerangschikt is dat het op een gedicht moet lijken. Er is te veel sprake van ongebreidelde sentimentaliteit, die te weinig met vakmanschap is bewerkt tot voor anderen behapbare gedichten.’

Lees verder

Bashõ’s Sarumino – Een regenjas voor het aapje

Een speciale longread vandaag over de integrale vertaling van Bashõ’s ‘Sarumino’, oftewel ‘Een regenjas voor het aapje’, door gastrecensent en (haiku) dichter Hendrik-Jan de Wit: ‘’Henk Akkermans en Wim Boot vullen met hun vertaling de grote leemte die er was voor elke haikuliefhebber in Nederland. Eindelijk is de ‘Sarumino’ integraal vertaald in het Nederlands. En wat voor een vertaling: een voorbeeldig, wetenschappelijk geschoeide en uitbundige vertaling. Het boek bevat geen woord teveel en laat zien dat de Japanse poëzie een enorme meerwaarde geeft.’’

Lees verder