Remco Campert – Mijn dood en ik

Enkele maanden na zijn negentigste verjaardag verraste Remco Campert zijn lezers met een nieuwe bundel: ‘Mijn dood en ik’. Campert benadert de dood (de eindigheid, het leven, zijn eigen dood) van alle mogelijke kanten. Eric van Loo is onder de indruk: ‘Geen klaagzangen, maar een voorzichtige en nauwkeurige verkenning van dit grote onderwerp.’

Lees verder

Jens Meijen – Xenomorf

De commotie rondom de klimaatverandering dringt door in alle facetten van de maatschappij, ook in de literatuur. In ‘Xenomorf’ van de Jonge Dichter des Vaderlands van België Jens Meijen (1996) zijn zorgen over de toekomst van de aarde tastbaar aanwezig. Hettie Marzak: ‘Meijen is als dichter op zoek naar menselijkheid in een robotachtige samenleving. Hij stelt geen hoop op een betere wereld in het vooruitzicht, biedt geen troost, behalve die van de poëzie zelf.’ Een indrukwekkend debuut.

Lees verder

Anton Korteweg – Nooit eens lekker nergens

Hans Franse is onder de indruk van ‘Nooit eens lekker nergens’ van Anton Korteweg: ’Een autotopografische bloemlezing. Poëzie ordenen naar gelang de plaatsen die belangrijk voor je zijn. Autotopografisch. Hij munt een nieuw woord, een nieuw begrip, het woord bestond niet. De heldere toon van de gedichten die soms iets van een intrinsieke triestheid hebben en die dan eindigen met de alles opluchtende, ironische opmerking die, althans voor je zelf , de strohalm tot overleven aanreikt.’

Lees verder

Eva Gerlach – Oog

Na ‘Kluwen’ en ‘Ontsnappingen’ sluit Eva Gerlach het drieluik ‘Labyrint’ af met ‘Oog’. In deze bundel “toont ze hoe de woorden en beelden elkaar zoeken en vinden”, aldus Johan Reijmerink. “Ze keert terug naar de wereld van ‘het er zijn’, van voordat de begrippen worden gerepresenteerd en gevangen. Het oog als belichaamde waarneming vervult daarbij als venster van de ziel het wonder dát te openen wat geen ziel is, de gelukzalige wereld van de dingen en de klankrijke woorden.”

Lees verder

F. Starik – Dichter van dienst

Ernst Jan Peters bespreekt ‘Dichter van dienst’ van F. Starik: ‘Dit is het derde en laatste deel van de trilogie over de eenzame uitvaart zoals ze die in Amsterdam organiseren. Mensen die geen familie of vrienden meer hebben, worden bijgestaan door een dichter die speciaal voor de gelegenheid een gedicht maakt en voordraagt. F. Starik was jarenlang coördinator voor het poëtische deel. Soms schreef hij zelf, soms nodigde hij een dichter uit. In de drie bundels ontdek je als poëzieliefhebber hoeveel variaties er te maken zijn op het thema dood van iemand die je niet kent. Maar het is gek om dit alles te lezen nu de dichter er zelf niet meer is.’

Lees verder