Gedichten
Gedichten
Marc Tritsmans
Kakofonie
Leg toch even, als je durft, je oor te luisteren
bij deze kakofonie van miljoenen door elkaar
heenschreeuwende moleculen, overal en uit
alle tijden lukraak vandaan gegeten, gedronken,
geademd. En ondertussen alweer bezig met
afscheid te nemen op weg naar een ander
lichaam, een riool, een boomblad, een rivier.
Vertel mij hoe het kan dat zich in deze chaos
een kern, een zwaartepunt bevindt waarrond
alles wentelt, wemelt als een sterrenstelsel.
Dat door anderen wordt herkend. En hoe elk
van ons dit zootje ongeregeld hardnekkig en
met bedrieglijke kalmte bij elkander houdt.
Gedichten
Ellen Deckwitz
De grootvader die ik niet had
Mijn grootvader leidt me rond
in zijn urn, hangt de jas op
bij het familieportret en zijn geweer
terwijl ik schrijf:
dat zijn rug zich recht,
de levervlekken lopen leeg.
Ik maak de tijd
een platgeslagen vlieg
op het pasgewassen raam.
Hij neemt me op schoot, vertelt
over onze soort, de Hades in de aderen
die alles schoonwoedt. Het gat tussen
zijn ogen dat zich vol met inkt zuigt
dat zich sluit. Ik kruip tegen hem aan,
hij gelooft niet dat er in een ballpointpunt
ook een kogel zit.
Gedichten
Hedwig Selles
Ik was verdwaald,
op weg naar de man van het
maatwerk, die mij verzekerde, dat er ergens nog iets te vinden zou zijn
'ziet, ik maak alle dingen nieuw'
mijn gedachten vielen elkaar in de rede,
kwaakten aanwijzingen
in navolging van de ratel in mijn kop
'alle dingen nieuw'
-zijn handen lazen bevend van papier-
de eeuwig hulpeloze had hulp nodig
en ik geloofde in hem zoals ik in mijn moeder geloofde
Gedichten
Du Fu
Maannacht
Ver in dat godverlaten oord ziet zij
vannacht dezelfde maan; maar zonder mij.
Ik denk hier aan haar, en aan de kinderen,
weten zij nog wel iets van de hoofdstad?
De mist leent geur van haar natte haar,
de maan glans van haar blanke armen.
Wanneer staan we weer samen bij het raam
en laten die maan dezelfde tranen drogen?
Vertaling: Daan Bronkhorst
Gedichten
Gedichten
Gedichten
Gedichten
EERSTE LIEFDE
met hem wil ik spelen
dacht ik maar ik deed het niet
zat stil en wist
dat er iets kapot moest
dat al mijn meisjesboeken
me hadden voorgelogen
dat ik prinsen zou beminnen
met butsen en builen
die dag was ik zo oud
als ik jong was
mijn in zichzelf verzonken prins
ontging het
