Gedichten
Gedichten
Carl de Strycker
wij schrijven maar
blijven vreemden
van elkaar
elk woord mist
het gevaar van
een warme hand
en geen letter is
een gebaar waar-
mee je omarmt
wij schrijven elkaar
dichterbij maar
blijven alleen
en alleen in taal
naast mekaar
op bruggen staan
Gedichten
Frouke Arns
vis zwemt, vogel vliegt, mens loopt
bij de bakker vandaag dacht ik aan Zátopek,
kleine schildpad uit mijn jeugd met wie ik sprak
over parfum van 58 rozenblaadjes
geraapt op het pad achter de Nu Nog
de eerste borsten in de klas,
weer niet gekozen bij gym.
veel zei hij niet, knipperde traag
met leren leden, knikte wijs
tegen het stille huis en mij.
was het de tijgerbol, of de eeuwenoude blik
in de ogen van het kind in de rij
waardoor ik dacht aan de minuscule halfronde hapjes
die hij met zijn mummelmondje uit het blaadje nam
van het klavertje vier, geluk dat ik wilde delen.
Gedichten
Anke Leenders
kom maar
neem jij je bagage mee lieve schat
haal ik een metertje rekverband
kunnen we samen hand in hand
hart en zieltjes ingepakt
pakketjes gooien in de Waal
dat water draagt veel verder weg
mondt uiteindelijk zelfs in zee
en spoelt het in Zaltbommel aan
daar brak je vast nog nooit
Gedichten
F. Starik
tweedehands
Je draagt nu eenmaal graag gevonden kleren.
Dingen die je zelf van straat opraapt.
Dat is niet nieuw vriend, velen gingen je voor
op dat beduimeld pad, noemden het pad duister
en begrepen niet waarom het buiten eerst steeds wel
en later nooit meer donker werd, niet helemaal.
Iedere maandag schrijf je dat op.
Je raadpleegt je adressenboek tot aan het einde
van het alfabet, een half uurtje op de bank - een relatie
beëindigen, hoe doe je dat? Met wie? Hoe te beginnen?
Waarom nog begonnen? Alles wordt eens afgedankt.
Je wou een plankje verven of in de vouw een gat gebrand.
Gesleten op de billen en een glimplek op de mouwen.
Hopeloos altmodisch. Ongelukje met de kwast. Alles lekt.
Daar zit je, onde
Gedichten
Jan Aelberts
48624000
We zijn arme jongens in het keelgat
van het Nederlands, kreupele honden
in losse tongformaties,
soldaten van het vlakke ruggeland
geschapen naar het voorbeeld
van een laatste wapenfeit:
de poëzie. Taalverrader van het eerste
half uur dat loopgraven vult
en onze blikken met afvalligheid.
De soldaat strekt het been vol
nicotine teer en kogelgaten,
modder larven en het trillen
van het beven drukt
een landmijn de kop in.
Bij de derde stuiptrekking
zal het raak zijn en slaan alleen
zijn woorden terug:
godverdomme jongens,
zie me hier nu staan.
Gedichten
Gerard Scharn
vals!
je speelt viool zeg je
en voelt je zigeunerin
je speelt met verve
zwarte ogen
en wat Roma pop
ben je ooit vaginaal gevisiteerd
door geile douaniers
en teruggestuurd naar waar
je niet welkom bent
draag jij ook het lood
van een kampverleden
hoor je nog het
dichtslaan van de deuren
van de veewagons?
Gedichten
Billy Collins
Introduction to Poetry
I ask them to take a poem
and hold it up to the light
like a color slide
or press an ear against its hive.
I say drop a mouse into a poem
and watch him probe his way out,
or walk inside the poem's room
and feel the walls for a light switch.
I want them to water-ski
across the surface of a poem
waving at the author's name on the shore.
But all they want to do
is tie the poem to a chair with rope
and torture a confession out of it.
They begin beating it with a hose
to find out what it really means.
Inleiding in de poëzie
Ik vraag hen een gedicht te nemen
en het tegen het licht te houden
als een kleurendia
of een oor tegen zijn bijenkorf te drukken.
Ik zeg:
Gedichten
Daniel Bras
als je meemaakt
wat ik heb meegemaakt
als je een vinger uitsteekt
en je krijgt er een hand
voor terug
als je lichaam gewend is geraakt
en je niet langer opmerkt
wanneer zij
van je af is gegleden
alsof er een knik in de tijd is geduwd
en deze alsmaar een en hetzelfde uur aangeeft
het uur
waarop elke zenuw
door de poriën van je huid
lijkt te zijn gestoken
alsof haar aanwezigheid is verstomd
en jij jezelf hebt vergeven
niet naar haar op zoek te zijn gegaan
Gedichten
Willemien Mensinga
Buitenstebinnen
de zon stak
verdoofde mijn lichaam draaide zijn as
benen en armen zakten op het gras
ik zag dat het licht veranderd was
de omgeving krulde vreemd op
als een oude foto
langs een vaart trok een man aan touwen
een sjofele schuit kromde zijn lijf
een opstapplaats dacht ik later
en ik werd zijn enige passagier
schreef brieven die bewogen
een reisverhaal op schaal
het water rook, verbrande turf
jeneverflessen en dronkenmanliederen
handen zochten er het harde brood
ik sloot de ogen, voelde de zon om het veen
verlangen schuilde
