Gedichten
Antony Samson
Soms is een eerste versregel al genoeg om een sterke en originele dichter te herkennen. ‘Zijn voeten sluipen naar de jouwe op zoek naar raakvlak’ en inderdaad ‘wringt hij zich onderhuids’. Het is ‘de onzelfzuchtige warmte van zijn gelijk’, ‘het zijn de juiste woorden’. De dichter is Antony Samson en hij dicht uit noodzaak, het wordt hoofdzaak hem te lezen.
Joris Miedema
Ook in het nieuwe werk van Joris Miedema speelt de dood met het leven, herinnert hij zich vrienden van toen, verdwenen plekken, avonturen, voorwerpen, een beestje, voorvallen, een liedje, de ondergaande zon, het heelal, en vindt hij zichzelf en ons terug. “dat is bijna poëzie mam, zei ik”. O ga nooit weg met die poëzie. Zò wordt verdriet gedeeld en verwerkt.
Michaël Van Remoortere
Soms is er de noodzaak tot het publiceren van een hele cyclus, zoals vandaag bij Praagse Lente van Michaël Van Remoortere: een ontroerend verslag van gespeeld verlegen lichamen, verzinsels van een eenzaam kind, het ordinaire ondermaanse en een handleiding bij onverhoopt vroegtijdig sterven. Deze variaties op leidmotieven ontroeren in hoge mate.
Inge Boulonois
Van Inge Boulonois publiceren we drie gedichten uit haar net verschenen lightversebundel Vers gekruid waarin ze op originele wijze opnieuw woord en beeld verbindt met veel humor en relativering zodat wij wat lichter adem halen en onze dagelijkse dingen opeens anders bezien, of dat nu de aanplant in onze tuin is, de reorganisatie of de bonusaanbieding.
Henrica Baeken
“Zijn in de breedste zin van het woord”, zegt Henrica Baeken in haar profiel, “de lezer kan zoals ik zelf zich nestelen in woorden, tussen de regels en interpuncties zijn tenten opslaan, het leven vieren in al zijn ups en downs." Haar Zeezang, bijvoorbeeld, danst als een malle, blinkt uit in wulpse weelderige taal, daar worden we blij van!
Zomerstop
Een regel uit een gedicht van Roel Richelieu Van Londersele als aankondiging van onze zomerstop. We zullen u missen maar zien u terug op 10 augustus. We wensen u een prachtige zomer!
J. H. van Geemert
‘Omdat ik jong geweest en oud geworden ben’, dicht J.H. van Geemert, ‘schrijf ik piepkleine waarnemingen, die iedereen al kent, in rare afgebroken zinnen die je niet snapt.’ Maar begrijpen doen we het. Het ongezegde wordt ons uitgelegd in eenvoud en met liefde. Alles dat geschreven is, blijft over en troost ons.
Paul Degenaar
Paul Degenaar zegt in zijn profiel dat hij ‘zich wijdt aan beeldhouwen en schrijven wat soms resulteert in beelden en poëzie’. Een dergelijke bescheidenheid siert hem. Ondertussen rolt daar een zin voorbij als ‘Waarde kleeft aan de dingen die wij benoemen’ en hopen wij op een ongehoorde productie van beide ambachten.
Frans Thooft
‘En ook de wolken erboven toen zijn niet meer en wat ze beweerden is vergeten’ dicht Frans Thooft en in weemoed gaat hij verder over de landschappen die in een lichaam zijn geboren en gestorven en ‘dan opgeborgen alleen’. Maar hij heeft het ook over een ‘paradijselijk park’, ‘een korf vol dromen’, ‘altijd in beweging’ zijn en ‘vingers als vlinders’. Kies maar.
