Gedichten
Gedichten
Laurens Hoevenaren
Eigen weg
Het was een bloeddoorlopen droom in niemandsland
die men wel heeft als men verzuimt
het lot te volgen: hij wilde nog naar Ameland
om vuur te maken op het strand met stokjes en wat stro,
en rauwe oesters eten.
Het was een droom als opgeschuimde melk
die lippen en de tong verbrandt,
zijn schubbig lijf een overspannen draak
die nooit gedoofd in onversleten maagdenschoot
tot stokvis was verdroogd.
Zelfs in zijn dromen was hij figurant
en doodgeboren, onzichtbaar buiten spel
en ook zijn dood zou niemand storen:
in zee ontbindt men snel.
Gedichten
Jos Versteegen
Kikker gooit handgranaat
1
Een manufacturenzaak in Oost, groot gezin,
met een broer sliep ik in het schuurtje.
De muizen, steeds. Vliegende muizen, zeiden wij.
’s Ochtends in je hemd door het gras
naar de gootsteen in de keuken.
De buurman had een kolenhok.
In onze tuin wrikte ik een plank los, onderaan,
dan schepte ik wat kolen weg, niet veel,
hij mocht de voorraad niet zien slinken.
Als je geen plezier had, lag het aan jezelf.
Veel op straat, laat op school.
De Berlagebrug stond open –
de broeder zei het eerder nog dan wij.
Lachen, streken, kleine rottigheid.
Scheldnamen, elke jongen. Ik was Kikker.
Gedichten
Milagros López
“Wat zag je in mij?”, vraag je
Ik kijk naar je, zeediep.
Ik daal af in je vijver
en kom boven met vragen,
geheimen die waarheden zijn.
Ik ben de onzichtbare draad gevolgd
die uit je buik ontsprong
en kwam mijzelf tegen.
Ik heb me vastgeklampt aan je licht
ben opgegaan in jouw kracht.
Ik,
ik heb naar je gekeken
en de helderheid gezien
die zeemeerminnen verwart.
Gedichten
Gedichten
Gedichten
Astrid Haerens
08:00
Deze ochtend:
de wolken neuriën naast de toon
een licht gezoem trekt door de lucht
de tram buigt meewarig met de straten mee.
Wij gaan ervoor! roepen pendelaars
in koor ze marcheren door de gangen
van de stad Wij gaan ervoor!
scanderen de kinderen ze overstijgen de bel
en gillen de tram rijdt er eentje omver
maar ze zijn toch met genoeg sust een vrouw.
Een hond staat in een hoek te janken
maar ook bij haar is het haar eigen schuld.
Deze ochtend schrijf ik de krant
opnieuw met inkt en vloeipapier.
Het nieuwe nieuws gaat als volgt:
Het huis staat nog altijd recht tegenover
ons brandde het ook gisteren niet een kat
liep slaperig voorbij een auto de
inbrekers bleven vandaag langer
liggen er werd toc
Gedichten
Gedichten
Saskia Stehouwer
LUCHT
op een dag word je een eiland
waar de zee aan knaagt
de bomen laten hun bladeren vallen
de dieren trekken zich terug in hun holen
ook al ben jij
de bomen en de dieren
een dichte mist trekt op
je kunt jezelf niet zien
herinnert je nog contouren
een enkele berg
de vogels scheren
door de zonsondergang
bedelven de zee
onder hun getetter
voorbij de woorden
waait een wind
die je zal opnemen
Gedichten
A.P.E. Veraar
Stockholm-syndroom
Spreek mij aan op straat
Vertel mij een verhaal
over een zielige hond
die nooit wordt uitgelaten
Geef mij snoep
Geef mij nog meer snoep
en verzeker me dan
dat er nog veel meer snoep is
Ik zal zonder morren plaatsnemen
achter de geblindeerde ramen
van je gehuurde bestelbus
en als we eindelijk bij je vrijstaande huis
met geluiddichte kelder zijn aangekomen
laten we dan samen geheimen maken
En dan beloof ik je
dat ik nooit iemand zal vertellen
over je verzameling opgezette dieren
