Gedichten
Gedichten
Vrouwkje Tuinman
Remise
Het fijne is, het is hier altijd dag.
Het is hier altijd avond. Het is hier
altijd zoveel graden. Er is een hand
die vaseline op je lippen smeert,
een buis die voor je ademt.
Naast je zit ik met een sjaal die
steek na steek voltooiing nadert.
Het fijne is dat het best snel gaat.
Vervelend is dat het te snel
gaat, ik veel te vlug voor jou
de draden aan elkaar vasthaak.
Gedichten
Martin Carette
SYRISCH KIND
ineengedoken, de ledematen opgetrokken,
als vergroeid met de muur,
(het laatste blaadje van een scheurkalender
tegen zijn bordkartonnen einde)
klein, zo zonder rilling en zo bewegingloos
als maar kon, in de wijd open ogen
(die blonken, zo wist ik dat je leefde)
geen waken, geen angst, maar een kwetsbaar
besef van zichtbaarheid,
(was je een mens, ik noemde het starre
radeloosheid - verwachting? - dat elk moment
de dodende trap kon komen, de wrede
wurgwrong van de hand, leeg)
zo ziek en zwart lag jij, stadsrat, in een portaal,
zag je mij stilstaan, voorbijgaan.
Klokslag zeven diezelfde avond zag ik je terug,
in het journaal, de gelaten blik
van een krom klein wezen onder zeil, klaar
voor
Gedichten
Amarantha Groen
Hazenogen
Bovenaards dons
heeft een dichtheid die niet sluit
maar spiegelt in neergeslagen straten
ooit begaanbaar met de ogen toe -
het werd nooit warm van wang en
was veel zachter.
Nu wissel ik voortdurend van mijn zij:
zwaar en werelds is wat waar is
wat niet voorbij schuift als een wolk
Gedichten
Merlijn Huntjens
bloed
ik zag ze klepjes uitzagen,
vlees tillen, bergschoenen aan
en stampen over de binnenarmhuid.
ze zaagden overal klepjes uit, een lijf
als flat met ramen als deuren. ik liet
het gebeuren; een mars naar beneden.
de stoeptegels bewoond door kleine
stukjes mij, allemaal een deel ik,
elk even compleet hoewel kleiner wel.
na een kwartier werden ze het bloed
waaruit ze ontstonden. mijn wonden
heelden en de gaten gingen verloren.
we ontstaan niet allemaal voldoende.
sommige zijn net niet genoeg geboren.
Gedichten Amber Herber
Amber Herber
Handleiding voor het worden van een landschap
De jazz glijdt weg in de gele, lome straten van Chicago
en tijd is niet langer tijd, maar water. Als watervallen
vallen mijn herinneringen in de zee. Regenboogforellen
springen naar mijn hoofd en inktvissen spuiten mijn herinneringen
zwart. Mijn graf in een diepblauwe oceaan.
Zachte pompoen groeit in groen en later in oranje,
lavendel groeit mijn voeten in. Tot mijn lippen
paars zijn en de haartjes op mijn arm madeliefjes.
Op mijn arm rust een roodborstje en de hoed op
mijn hoofd staat scheef. Mijn voeten onder water.
Zon brandt gaten in de grond en mijn stro is droog.
Ik voel me als Durango dust, kleurloos alsof het Caraïbisch blauw
uit mijn ziel verdreven is
Gedichten
Gedichten
Menno Wieringa
Hoosbui
in Daedham Vale Suffolk geboren en
schildert vooral buiten
de rivier de Stour
net als Monet zijn Giverny
graast hij zijn geboortegrond af
tot zover niets aan de hand
ik ben een wolkenman
schilder met wetenschappelijke precisie
rode mangaanoxide
protiodide van kwikzilver
sesquioxide van chroom
de schilderskist als laboratorium
maar de hemel verandert te snel
dan in 1824 aan zee
hoosbuien aan de kust bij Brighton
grote halen vliegen over het papier
zwart wit en grijs op bruine ondergrond
een furieuze vaart van vegen op A4 formaat
het gordijn van regenstormen
herkenbaar
al abstractie
dat aanstonds het land bereiken zal
Gedichten
Thei Ramaekers
haan
gisteren wist hij nog maar weinig, vandaag
nog minder morgen waarschijnlijk niets meer
alles ontglipt hem alles verzinkt in een dikke mist
ooit uit school zei hij trots tegen zijn moeder:
mam nu weet ik alles, fijn jongen, zei ze
onthoud het goed bewaar het stevig in je hoofd
later als je groot bent moet je heel veel weten
nu snapt hij opeens niet meer hoe de wereld werkt
hoe je pudding maakt een brief schrijft een haan
slacht hoe je aan je kind uitlegt waar een diender
voor dient een postbode een melkstoeltje
een worstmolen een gedicht een misdienaar
Gedichten
Aline Gaillaert
Ik ben geen poëet
ik ben geen poëet
ik heb vaak het gras laten groeien
er zit onkruid op mijn terras
en bovenal sterven vogels in mijn tuin
als ik zong was het vals of onecht
moeder heeft me nooit bij mijn
naam genoemd, zo ben ik hem vergeten
ik rukte de liefde uit mijn hoofd
heb romantiek een eind gegeven
nooit zijn gezicht beschreven
ik ben geen poëet
want er ontplooien zich nog geen
bloemen op mijn handen
daarvoor zijn te veel vogels in
mijn tuin gestorven.
