LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Gedichten

Gedichten
Gedichten
Franco Loi Ik weet niet meer of, ergens hier in Milaan, een plein lag onder een tijdloze lucht, waar ik om een hoek probeerde heen te gaan en de mensen in de regen gingen langs als wind. En om de hoek leek de witte blouse van een vrouw op mij te wachten, en toch was er niets. Het tijdloze plein, een moede vrouw, mannen die in gevoel gevangen leven. Ik weet niet waar ik was. Er was een bank en ik die daar tussen de mensen liep, en die hoek daar, waar je nooit aankwam, was het leven dat je uit de verte voelde.
Gedichten
Gedichten
Maria van Oorsouw Mandarijntje Thomas kocht een netje mandarijnen en een halfje gesneden bruin dat was genoeg hoe goed is genoeg als de dag je met warmte omarmt als je het water hoort likken tegen de kade en een schip ziet van vroeger zo een met een zwaard opzij of voldoende voldoet voor zo'n volmaakte ochtend en waar passie dan past vroeg het gekuste meisje zich af in de trein ze dacht aan de schipper en pelde bedachtzaam haar mandarijn.
Gedichten
Gedichten
Geert Jan Beeckman MEMORYHOUSE Zolang zij boven slaapt blijft zij doder dan de rest eerst in de rug van een lach later wanneer een schreeuw op een muur brak. Het schrapt niet de huid die wij binnengingen niet de spiegel waaruit zij stuk viel niet de binnenkant die van dezelfde pijn moet zijn geweest. Zo sterft ze nog altijd erger dan de dood als er een bel gaat: de seconde die wit wegtrekt de man die zegt zij ligt stil in de vlek van een moord.
Gedichten
Gedichten
Jos van Daanen Tot er woorden waren, waren we niets In het bladstil, in het oranje waar zon en maan de schemering bedrijven, in de blik van glurend fauna en de klamme veeg van klossend water over griend zijn we opgestaan. We schepten loof en legden op- en ondergang op linnen vast. Jij zat in alle kleuren en ik schiep koffie, sigaretten om het ruwe leven af te dwingen. Samen gaven we licht. Maar tot er woorden waren, waren we niets, en zelfs nu zijn we nauwelijks. We zijn nog maar amper goden in het spel, te druk met het wijzigen van de regels.
Gedichten
Gedichten
Laura Mijnders Pap De pap was tot 1 klont geworden in een poging jezelf bij elkaar te rapen schraapte je wat met je lepel over tafel je keek toe hoe de krenten verzopen in de kom net als je tweede huwelijk dat eerder vandaag nog schipbreuk leed, hier aan dezelfde tafel in dit licht
Gedichten
Gedichten
Mattijs Deraedt DE BEWEGING Nog meer dan het gonzende lichaam dat blinkt in deze koude kamer. Nog meer dan het lachen van een vrouw, jong en vol onzin, maar geslepen en rad van tong. Nog meer dan het licht tussen mijn oren, de geladen leegte na een bloedneus of het prikken van een nieuw harnas. Nog meer dan de eindeloze bast die staat en blijft staan, geolied deint onder liefde. Nog meer dan dit alles is het de beweging die me stuwt en verrast, die me hard en week maakt, die me wakker schudt en streelt met haar spannende spieren. En na de beweging rest alleen nog de slaap, die maar niet komen wil.
Gedichten
Gedichten
Marjolein van Heemstra Aan een ruimtevaarder Voor André Kuipers Ik ben een cluster dode zonnen, hardgeworden overschot vol weerstand, zelfs met maximale aanloop kaatst de lucht mijn sprong nog voor kniehoogte terug ik drijf alleen op water en zelfs dat maar tijdelijk de ruimte tussen mijn gespreide armen vangt geen wind. Ik ga in zoogdiergang, van zand naar zand kom niet boven het rumoer van vee het geroezemoes van zee of ooghoogte ik moet de satellieten maar geloven; het kleurig stromend ozonvel het fijne edelstenen ei. Ik weet van vacuümgevaren het netwerk van nevels en cellen speldenknoppen poorten naar het licht andersom heb ik de reis al vaak gemaakt dit nietig sterrenstoffenlijf uitvergroot tot lege za
Gedichten Moniek Spaans
Gedichten Moniek Spaans
Moniek Spaans Roi du Corduroy Lord of Manchester Roi du Corderoy Heer van Fluweel tot Karbonade okergeel en mossig groen een beige bruin, zijn werkkostuum het stroeve piepen van zijn pijpen bij elke stap die hij verzet zijn pantalon wijdlopend ruim genoeg voor klok en spel mij daartoe uit zijn lijf gerukt en naar zijn beeld geschapen
Gedichten
Gedichten
Charlotte van den Broeck Kleine vulkaan (Eyafjällajoküll) We gooiden een anker. We zeiden hier stopt alle Rede. Als we ooit weer wilden denken, konden we naar dat anker terugkeren. We zeiden nu is een vingerknip, nu is alweer voorbij, dus als we nu vergeten dat wij hier voorbijgaan, zijn wij een eeuwigheid, zijn wij de lakens over het hoofd, heer en meester van de tijd, als we maar niet ademen, dan gaan we niet voorbij, dan hoeven we niet te denken aan, waarom zouden we ooit nog denken aan: frambozen en rode wijn , een clandestiene vrijpartij, een hand die niet weet waar, een hand die per ongeluk geheugen krijgt, een vingerknip, een tijdverdrijf, het klakken van een tong tussen duim en wijsvinger, de rode huig die zw