LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Gedichten

Gedichten
Gedichten
Anneke Wasscher wachten het wachten kleeft als trage naaktslak vast aan natte tegels, zo troosteloos met nog een lange weg te gaan de tijd lijkt zich te hechten aan de zwarte vlakken, een klok verraadt aanwezigheid met nadruk van een tik mijn glimlach heb ik afgedaan illusie doolt nog met gesloten ogen misschien beweegt de wind het licht ik raak de angst aan met een rusteloos verdoven, het spook van spanning heeft een strak gezicht de trilling van geluid meldt een bericht en zet het pijnlijk wachten stil
Gedichten
Gedichten
Johanna Geels Detox In het grote blauwe varkensbos vangen we gifkabouters koud zo koud ik zoek je hand maar je staat aan de andere kant van de stolp met je neus tegen het glas gedrukt ik trek mijn armen in fluister gedempt over houden van durf niet goed hardop want het bos schrikt zo snel vandaag zijn de bomen alweer wat kaler en vallen er bladeren op je getormenteerde hoofd (je klotshoofd, waar het troebele water dagen scheef in je ogen stond, vissen schuin doorheen zwommen, me aankeken of ze eruit wilden) hoe moeilijk van je af te blijven als alles vraagt om lief er staan entiteiten tussen laten we slapen, vissen bevrijden kabouters vangen, slapen, voor altijd wakker worden. (Uit: Detox, 2010, Uitgeverij
Gedichten
Gedichten
Sylvie Marie ALLES OP AFSTAND zo zitten we bijna in een woonkamer, onze banken op de pier en de zee als een salontafel tussen beiden, glazen en rietjes ontbreken nog om er het leven door te zuigen. er is niets dat me naar je hand doet neigen, niets dat mijn trillende vingers op je lippen legt of me doorheen je haren laat gaan. de redenen staan in koffers naast mijn voeten, zwaar en onhandig. ik tors ermee, maar elders wil ik nu niet zijn. jij weet niets van de living en de koffers vol bezwaren, het is de wind die over je hand en mond glijdt en je haren in de war brengt. toch tuit je je lippen om ‘zo’ te zeggen. ‘zo is het wel genoeg.’
Gedichten
Gedichten
Loren Brouwers Kade bij een stad Een dag aan de heuvel van een straat. We kussen stenen, eten brood en ijsjes, wringen onze nagels in de kiezels tot ze bruin zijn zoals wij van de zon. We kijken naar het wijde van een rivier , wachten met volle maag en vieze handen. Zo lachend alsof alles vanzelf is zo kruipt de dag langs onze voeten uit de stad. ‘s Avonds gaan we zwemmen, dan sluit de rivier zich een jas om je armen, als een man met koele schouders wordt er dan van je gehouden. En ook door de brug, de avond, het zand, mijn benen om de jouwe, we wachten op de nacht.
Gedichten
Gedichten
Hertha Müller

dikke maan snijdt hier ’s nachts citroen ofschoon
ik er niet meer woon zwarte gang in mijn oor taxi
naar gekalkte deur kijk eens door het sleutelgat
hangt de lamp er nog vertel me dat
Gedichten
Gedichten
Martijn Boele Brodsky Kom, we bespreken Brodsky, bij jou thuis of bij mij We drinken wijn wijl wij zijn verzen zacht citeren De gemorste druppels, die sierlijk de salontafel fêteren Laten we liggen gelijk klaprozen in een bloemenwei Kom, we bespreken Brodsky, bij jou thuis of bij mij Ik zal je op olijven of een kaasplankje trakteren Als je niets in huis hebt, consumeren we de maatschappij Kom, we bespreken Brodsky, bij jou thuis of bij mij Houd je niet van Brodsky soms, is Prigov meer je man? De grote Russen niet? De Fransen? De oude Grieken? Wil je Koesjner horen, Achmatova of Mandelstam? Kom, we gaan, want bij het dauwdaaglijks krieken Val ik bij jou of jij bij mij slaapdronken op de bank.
Gedichten Anneke Haasnoot
Gedichten Anneke Haasnoot
Anneke Haasnoot RAMSBECK Zo liefelijk als het stadje was Zo toegetakeld de poëet Van wie niet een de naam nog weet Van wie niet een de verzen las Versvoeten vol versplinterd glas Spoorden het dier aan dat hij reed De schrijftaal die hij openreet Vormde een incompleet karkas Het vakwerk dat het stadje sierde Kenmerkte hem nu niet bepaald Tot hij een kleine kerk bezocht Waarin een stilte open kierde Die maakte dat een man, verdwaald, Niet meer tegen zijn tranen vocht Alles, door hem al aangehaald Bleek in reliëf te zijn vertaald
Gedichten
Gedichten
Peter Mangel Schots My Funny Valentine Waaruit onvermijdelijk de dingen zich ontvouwen: de plooien van het tafelkleed, de stoel aandachtig achteruitgeschoven waarop een jurk zich drapeert, haar glazen muiltjes die de uren vangen. Onder haar handpalmen stolt water tot bestek. Lakeien fladderen af en aan terwijl de keuze ons geboden is uit spijzen: kogelvis, sint-jacobsvruchten in parfait d’amour, artisjokharten op een huwelijksbed met krieltjes en merengue toe, een armagnac met vreemd boeket. En weer in de beslotenheid: haar Griekse silhouet, haar daden onveranderlijk, het spel dat zij met zorg in scène zet. Om middernacht legt zij de werkelijkheid af, bouwt uit ademtochten koetsen en kastelen. Hoe haar vingertoppen
Gedichten
Gedichten